Zorgvisie concludeerde onlangs dat urenuitbreiding onder zorgpersoneel “niet van de grond komt” De gemiddelde deeltijdfactor in zorg en welzijn blijft al zes jaar rond 0,7. Toch vertelt dat stabiele gemiddelde maar de helft.
Het CBS volgde 1,2 miljoen werknemers in zorg en welzijn tussen eind 2021 en eind 2023. Ruim 200.000 van hen gingen minstens twee uur per week meer werken. Omdat een iets grotere groep minder ging werken, bleef het netto-gemiddelde gelijk (bron).
Dit betekent niet dat contractuitbreiding mislukt of dat medewerkers niet meer willen werken. Integendeel: 41 procent staat open voor een groter contract (bron: Inzichtenrapport Het Potentieel Blijven Pakken, 2024). Bij vijftig zorgorganisaties die gericht aan contractuitbreiding werkten, ging 9 procent van de medewerkers meer werken, met gemiddeld 4,7 uur per week. Werkgevers kunnen die bereidheid dus wel degelijk omzetten in grotere contracten.
Een groter contract vraagt om langere diensten
Alleen vragen of medewerkers meer willen werken, heeft weinig zin als roosters en diensten hetzelfde blijven. Een contract van 24 uur betekent in de ouderenzorg vaak vier tot zes werkdagen door korte ochtend- en avonddiensten. Vier uur extra werken leidt dan al snel tot een extra werkdag, inclusief meer reistijd en mogelijk hogere opvangkosten.
Wie grotere contracten wil, moet daarom het werk anders organiseren. De Rotterdamse ouderenzorgorganisatie Aafje spreidt zorg nu beter over de dag, creëerde diensten van acht uur en biedt maatwerk rond bijvoorbeeld schooltijden. De aanpassingen vroegen ook iets van cliënten: niet alle zorg kan meer op het vertrouwde tijdstip worden geleverd.
Binnen een jaar nam de personele capaciteit in de wijkverpleging met zestien fte toe door contractuitbreiding, meer instroom en minder uitstroom. Teams werden stabieler en cliënten zagen vaker dezelfde gezichten.
Schep duidelijkheid over inkomen
Ook onzekerheid over het netto-inkomen houdt medewerkers tegen. Veel mensen vrezen dat extra werken weinig oplevert doordat toeslagen dalen of kosten voor kinderopvang stijgen. Die vrees is begrijpelijk, maar lang niet altijd gebaseerd op een berekening van de persoonlijke situatie.
Het Potentieel Pakken rekende dit door voor circa 925.000 praktisch opgeleide medewerkers in de zorg en kinderopvang. Voor vier op de vijf medewerkers levert vier uur extra per week netto ruim 200 euro per maand op (bron: Zoveel loont meer werken in de zorg en kinderopvang, 2026). Voor één op de vijf is dat minder; het gaat vooral om medewerkers met toeslagen met een contract vanaf 24 uur.
Werkgevers kunnen met de WerkUrenBerekenaar inzicht geven in wat extra uren persoonlijk opleveren voor hun medewerkers. Ook kunnen zij die uren zoveel mogelijk aan bestaande werkdagen toevoegen. Tegelijk blijft de politiek verantwoordelijk voor een eenvoudiger en voorspelbaarder belasting- en toeslagenstelsel.
Niet iedere zorgmedewerker wil of kan meer werken. Dat hoeft ook niet. De opdracht voor bestuurders is achterhalen wie hiervoor wél openstaat, wat hen tegenhoudt en welke aanpassingen in roosters en ondersteuning nodig zijn.
Door Wieteke Graven, oprichtster van Het Potentieel Pakken

