Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

De cognitieve zorgrobot komt eraan

Wetenschappers, ingenieurs en zorgprofessionals werken sinds dit jaar binnen het Europese project Grow Me Up samen aan de ontwikkeling van een zorgrobot met bijzondere eigenschappen. Al in het eerste kwartaal van 2016 worden geselecteerde eindgebruikers aan robots gekoppeld.
De cognitieve zorgrobot komt eraan

In 2015 controleert de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) of zorgorganisaties voldoende doen om (kwetsbare) ouderen in beweging te krijgen. Er zijn al zorgcentra waar bewoners helpen bij de eigen zorgverlening, aan yoga doen of met de kleinkinderen naar de beweegtuin gaan.

Als de ambities van het Europese project Grow Me Up gehaald worden, is het niet alleen meer de verzorgende, de vrijwilliger of de familie die de oudere helpt actief te blijven, maar ook de robot. De ambitie is namelijk om een betaalbare servicerobot te ontwikkelen die in staat is de behoeften en gewoontes van ouderen te begrijpen en zijn eigen functionaliteit daarop aan te passen. Daarnaast moet de robot de oudere stimuleren tot het doen van dagelijkse (sociale) activiteiten. Ziet u het al voor u: 'Meneer De Kok, zal ik wat muziek van Elvis opzetten? Dan gaan we even met de voeten van de vloer. Ik heb mevrouw Hendriks van hiernaast ook uitgenodigd.'

Grote uitdagingen

Een Nederlandse partner in het project is Zuyderland, voorheen Atrium-Orbis. Maarten Coolen coördineert hier de activiteiten rond Grow Me Up. Hij ziet het als een van de grootste uitdagingen om de robot op de behoeften en wensen van individuele ouderen aan te laten sluiten. Want misschien is meneer De Kok helemaal geen fan van Elvis, of van mevrouw Hendriks.

Jordi Pages, coördinator namens de technische partner PAL-Robotics, sluit zich aan bij Coolen. 'Het aanpassend vermogen is belangrijk bij het verbeteren van de kwaliteit van leven van ouderen. Dat maakt dit project ook anders dan voorgaande projecten.' De nadruk ligt bij Grow Me Up op het cognitieve aspect van de robot in plaats van het motorische. Natuurlijk moet de robot zonder problemen door een ruimte kunnen navigeren, maar een robot die zijn gedrag aanpast aan de persoon met wie hij communiceert gaat echt een stap verder.

Een andere uitdaging ligt volgens Coolen in de ethische en deontologische vraagstukken die opkomen wanneer je gaat werken met robots. Hoe dient een robot om te gaan met een oudere en vice versa? Wat als een eenzame bewoner gevoelens krijgt voor de robot? En als de robot in de fout gaat, hoe zit het dan met de schuldvraag? Pages voegt nog twee uitdagingen toe. Het project heeft de ambitie om de kennis die middels de robots verzameld wordt, te delen zodat elke robot zich aan kan passen en de kennis kan toepassen bij de eigen gebruiker(s). De meerwaarde voor het lerend vermogen van de robot is helder, maar het vormgeven van kennisdeling stopt niet bij het technische aspect. Er zitten ook zwaarwegende juridische, bijvoorbeeld privacygerelateerde, kanten aan deze ontwikkeling. De laatste uitdaging is een veelzijdige en intelligente robot te ontwikkelen tegen een betaalbare prijs. Dat is geen sinecure, want prijzen van boven de honderdduizend euro (of een veelvoud hiervan) zijn vooralsnog geen uitzondering.

Bewoners en robots

Om het project tot een goed resultaat te brengen, is de betrokkenheid van eindgebruikers – ouderen en zorgverleners – cruciaal. Locatie Hoogstaete van Zuyderland draagt hieraan bij. Door het innovatieve karakter van het woonzorgcentrum keken geselecteerde bewoners niet gek op toen ze begin dit jaar de presentatie over Grow Me Up ontvingen. De betrokken bewoners en medewerkers worden ongeveer eens per twee maanden bijgepraat over de ontwikkelingen. Hun enthousiasme is inmiddels overgewaaid naar mantelzorgers, onder wie kleinkinderen.

Vanzelfsprekend worden de eindgebruikers ook benaderd voor input: wat zijn hun wensen en eisen? Samen met de ingenieurs wordt zo het beeld gecreëerd waar de komende jaren naar toegewerkt zal worden. Controle op de voortgang vindt plaats door de gestelde doelen te staven aan de werkelijkheid. Dit gebeurt door middel van trials. Omdat het project nog een lange weg te gaan heeft, wordt in oktober al een robot beschikbaar gesteld voor een eerste kennismaking in de ontvangsthal van Hoogstaete.

Zowel PAL-Robotics als Zuyderland hechten terecht grote waarde aan de participatie van de eindgebruikers. Met de presentatie, de gevraagde input en de 'trials' in latere fases van het project lijkt de basis te zijn gelegd voor een goede co-creatie.

Samenwerking op afstand

Een groots opgezette samenwerking die over de landsgrenzen heen gaat, is niet gebruikelijk voor organisaties in de ouderenzorg, laat staan samenwerking op het gebied van hoogtechnologische robotica. Hoe werkt dit dan? In het voorjaar van 2015 is er een kick-off bijeenkomst geweest in woonzorgcentrum Hoogstaete, waarbij alle partners vertegenwoordigd waren. Sommige partijen waren al samenwerkingspartners in andere Europese projecten. Coolen zegt dat dit niet onbelangrijk is: 'De relatie die je met elkaar hebt als partners draagt in grote mate bij aan het succes van het geheel.'

Veel van het contact verloopt via videoconferentie en in specifieke werkgroepen. Dit gaat niet onverdienstelijk, vertelt Pages. Sterker nog: hij is positief verrast over de eenvoud waarmee in de eerste maanden overeenstemming bereikt kon worden over de basisspecificaties van de robot.

De ambitie om mee te doen aan projecten met een technologisch karakter neemt in de ouderenzorg al enige tijd toe, mede dankzij veelbelovende resultaten uit velerlei initiatieven. Wat moeten zorgpartijen doen om van iets dergelijks deel uit te maken? Maarten Coolen duidt op het belang een volwaardige partner te zijn. 'Dat wil zeggen: formeer een team met enthousiaste medewerkers die vrijgemaakt kunnen worden om het hele proces te begeleiden, doe het vooral niet 'erbij'.' Pages vult aan: 'Wees niet bang om te investeren. Robotica in de zorg is onontkoombaar. De ervaring die nu opgedaan wordt, kan in de toekomst goud waard zijn.'

Toekomstmuziek

De complexiteit van een huiselijke omgeving, in vergelijking tot een industriële, en het werken met mensen, in plaats van met dingen, maakt dat het een lange weg is naar een volwaardig en zelfstandig opererende intelligente robot. Maar of het nog vijf jaar of twintig jaar duurt, ooit zal meneer De Kok, met naast hem mevrouw Hendriks, op de klanken van Elvis de pasjes afkijken die de robot voordoet. Dat is nou echt toekomstmuziek.

Sjoerd Wierenga, voorheen zorgmanager. Hij is recentelijk geëmigreerd naar Spanje en is daar op zoek naar een functie in een meer (zorg)technologische omgeving.

Grow Me Up

Grow Me Up is een Europees project gesubsidieerd vanuit de Horizon-2020-gelden. Er doen zes landen mee aan het project, te weten: Portugal, Zwitserland, Cyprus, Spanje, Frankrijk en Nederland. Het doel is om een (deel van een) antwoord te bieden op de demografische uitdagingen van de vergrijzing door een robot te ontwikkelen die hulpbehoevende ouderen kan bijstaan in het dagelijkse leven.

Sjoerd Wierenga

Gerelateerde tags

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden