ACM blijft erbij dat prijzen stijgen na ziekenhuisfusies

Het draagvlak voor fusies neemt af, de zorginkoop geeft vaker problemen: de ACM wil een signaal afgeven met het bericht over prijsstijgingen na fusies. Dit ondanks het feit dat veel effecten niet statistisch significant zijn.
fotolia

Aan de hand van het gisteren gepubliceerde rapport over prijs- en volume-effecten van ziekenhuisfusies, stelt de ACM in een persbericht: ‘De belangrijkste conclusie is dat de prijs van fusieziekenhuizen relatief stijgt ten opzichte van de prijs van niet gefuseerde ziekenhuizen.’

Zorgvisie heeft vragen gesteld naar aanleiding van het rapport en het persbericht.

Signaal

Allereerst laat de ACM weten dat zij door ‘verschillende ontwikkelingen’ verscherpte aandacht heeft voor concurrentierisico’s bij ziekenhuisfusies. De ACM toetst fusies op grond van de Mededingingswet en kijkt daarbij naar de effecten van de fusie op de concurrentie, waarbij prijs en kwaliteit belangrijke factoren zijn. ‘Nu uit onze onderzoeken blijkt dat de effecten daarop van fusies minder positief lijken dan eerder gedacht, gevoegd bij het feit dat zorgverzekeraars aangeven vaker inkoopproblemen te ervaren en in de maatschappij geluiden klinken dat het draagvlak voor groter wordende ziekenhuizen afneemt, geven wij met onze berichtgeving nu een signaal af.’

Bij de resultaten is te zien dat de prijsstijgingen bij gefuseerde ziekenhuizen statistisch niet significant zijn (blz. 32). Waarom concludeert de ACM in het persbericht dan toch dat de prijzen bij de fusieziekenhuizen zijn gestegen?

Op basis van het onderzoek concluderen wij dat prijzen relatief gezien lijken te stijgen. Er zijn dus aanwijzingen dat de prijs relatief gezien stijgt.
Ook al is enige voorzichtigheid nodig bij het interpreteren van de effecten omdat veel coëfficiënten statistisch niet significant zijn, zijn we toch van mening dat we iets verder kunnen gaan. Dit heeft te maken met de duidelijke richting van de fusiecoëfficiënten uit de regressies. Verder is het belangrijk dat we geen selectie van ziekenhuisfusies maar de gehele populatie van ziekenhuisfusies hebben onderzocht. We doen dus eigenlijk uitspraken over de populatie waardoor significantie minder betekenis heeft. Tot slot sluiten onze resultaten aan bij de vergelijkbare resultaten in andere empirische studies. Dit alles sterkt ons in de richting van onze conclusie dat ziekenhuisfusies veelal samengaan met prijsstijgingen.

De eerste drie jaar na de fusie stijgen de prijzen bij gefuseerde ziekenhuizen sterker dan bij niet gefuseerde ziekenhuizen (blz. 33). Als bij 11 van de 62 patiëntengroepen de prijzen significant zijn gestegen en de significante stijgingen nemen af in de jaren daarna, mag je dan concluderen dat de prijzen van een aantal verschillende patiëntengroepen stijgen na een fusie?

Op basis van de analyse voor de afzonderlijke jaren kunnen we niet concluderen dat het relatieve prijseffect over de jaren afneemt. We zien dus geen kortetermijn-schokeffect dat afneemt over de jaren. Daarnaast speelt mogelijk het effect dat de fusies die de coëfficiënten bepalen verschillen. Uit tabel 6 is af te lezen welke fusies bijdragen aan welke coëfficiënt. Om uw vraag goed te onderzoeken zou nader onderzoek nodig zijn op een sub-selectie van de fusies, namelijk die fusies waar voor een lange periode informatie over beschikbaar is. Het aantal fusies met informatie van drie of meer jaar na de fusie neemt af (aangezien het startpunt van de fusie op verschillende momenten in de tijd plaatsvindt).
Ook zien we geen consistente prijseffecten over de jaren: een patiëntgroep met een positief prijseffect drie jaar na de fusie hoeft niet per se ook een positief prijseffect te vertonen één jaar na de fusie.

Bij zes fusieziekenhuizen is een prijsstijging waargenomen (blz. 34) en bij zes een prijsdaling: is dit significant?

De prijsontwikkeling is significant voor die patiëntgroepen aangegeven in Figuur 11. Dus bij fusie H is voor 1 patiëntgroep een significante prijsdaling en voor 1 patiëntgroep een significante prijsstijging. Deze resultaten zijn niet jaarspecifiek maar gaan over een gemiddelde relatieve prijsontwikkeling na het plaatsvinden van de fusie.
Op het niveau van afzonderlijke fusies presenteren we geen jaarafzonderlijke resultaten om twee redenen. Enerzijds is het op deze manier mogelijk om de afzonderlijke fusies te herleiden. Anderzijds is een nog veel belangrijkere reden dat methodologisch de kans groter wordt dat we individuele ziekenhuiseffecten zullen vinden in plaats van individuele fusie-effecten.

Waarom mag niet bekend worden welke ziekenhuizen dit zijn?

Om privacyredenen publiceren we de resultaten van individuele ziekenhuizen niet.

Is de conclusie dat de volumeontwikkelingen na een fusie niet significant zijn?

Bij nagenoeg de helft van de patiëntgroepen zien we een relatieve volumestijging en bij de andere helft een relatieve volumedaling. Ook hierbij de kanttekening dat de coëfficiënten meestal niet statistisch significant zijn. Bij twee patiëntgroepen zien we een significant negatief volume coëfficiënt en bij vier patiëntgroepen zien we een significant positief volume coëfficiënt. Gegeven de verhouding tussen negatief en positief, zien we dus geen systematische volumeontwikkelingen na een fusie.

Over de relatie tussen prijs en volume na een fusie lijkt op dit moment niets zinnigs te zeggen. Want er bestaat maar een zeer beperkte samenhang. Klopt dit? (blz. 37)

Op het patiëntgroepniveau is er maar een zeer beperkte samenhang tussen de prijs- en volumeontwikkelingen. We zien echter wel dat bij het merendeel van de patiëntgroepen een omzetstijging (prijs x volume) plaatsvindt na een fusie en dus dat de zorgkosten stijgen.

Lees hier het rapport rapport-prijs-en-volume-effecten-van-ziekenhuisfusies-van-2007-2014-2017-12-05

1 REACTIE

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.