Blog: Een stuwmeer aan zorg?

Door de coronacrisis zou er een stuwmeer aan niet-geleverde zorg zijn ontstaan. Rob Dillmann nuanceert dat beeld.

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
De urgentielijst is voor ons een bruikbaar stuk gereedschap, maar we zullen de kast toch echt zelf in elkaar moeten zetten.
Rob Dillmann: 'Eigenlijk was de coronazorg VBHC optima forma'

Nu de eerste ronde van de covidpandemie min of meer achter de rug is, worden we gewezen op de ernstige nadelige effecten van de opvang van covid-19-patiënten.
Natuurlijk worden deze naast de positieve effecten van de covidzorg geplaatst, maar in het ergste geval wordt ons voorgehouden dat deze positieve effecten geringer zijn dan de nadelige effecten voor andere groepen patiënten.

Dat is natuurlijk hoogst verontrustend, als het waar zou zijn. In de analyses van Gupta neemt de omvang van de schade door uitgestelde non-covid-zorg bijzonder grote vormen aan. In ieder geval kunnen we wel vaststellen dat we door de corona-uitbraak het hoofd te bieden (te) grote nadelige effecten hebben gezien. Grote aantallen op basis van een stevige extrapolatie van theoretisch berekende schade helpt ons echter niet echt. Temeer omdat een grote groep covidpatiënten op ons moest kunnen rekenen. Evaluatie van de gevolgen over enige tijd is natuurlijk wel op zijn plaats.

Redenen uitgestelde zorg

Laten we de claim over de omvang van de schade en het bijbehorende stuwmeer eens onderzoeken. Eerst de twee belangrijkste redenen waarom zorg is uitgesteld: 1. onvoldoende persoonlijke beschermingsmiddelen door een meltdown van onze supply chain en 2. onvoldoende ic-capaciteit in de Nederlandse ziekenhuizen.
Dat onze ic-capaciteit te klein is, weten we trouwens ook al vanwege de influenza-epidemie van 2017/2018. Ook toen hebben we een tweetal maanden forse capaciteitsproblemen gehad, met overvolle seh’s, ic’s en beperkte uitstroom naar de verpleeghuizen en veel uitgestelde zorg. Hoe efficiënter het systeem, des te kwetsbaarder voor piekbelastingen.

Niet-geleverde zorg

Wat is er nu door de opvang van covidpatiënten niet gebeurd? Veel minder mensen hebben zich gemeld bij de huisarts – veelal vanwege ongerustheid over corona –, en de huisarts heeft dientengevolge minder vaak doorverwezen. De bevolkingsonderzoeken tegen darmkanker, borstkanker en baarmoederhalskanker zijn stopgezet. Bij het voor covidpatiënten inrichten van de ziekenhuizen zijn veel poliklinische afspraken afgezegd. En veel geplande operaties zijn afgezegd.

Veel zorg is doorgegaan

Daarnaast is er heel veel doorgegaan. Urgente afspraken zijn doorgegaan. De telefonische en beeldbelafspraken zijn verveelvoudigd. Urgente operaties en acute zorg zijn doorgegaan, hetzij klinisch hetzij poliklinisch. Veel chemokuren zijn doorgegaan. Alle radiotherapie is doorgegaan. Wachtlijsten zijn vaak niet gegroeid (door minder verwijzingen), soms zelfs weggewerkt (vooral als het om urgente oncologische operaties ging).

Bij het weer uitbreiden van de reguliere zorg – opstarten is echt een onjuiste term – wordt gebruikgemaakt van de urgentieclassificatie van FMS/ZIN/Nza. Dat wil zeggen dat de mensen die binnen twee weken gezien moesten worden, inmiddels gezien zijn.

Nadere omschrijving stuwmeer

Nu kunnen we de inhoud van het ‘stuwmeer’ nader omschrijven. Om te beginnen de mensen die zich niet gemeld hebben bij de huisarts, en die niet verwezen zijn. Tenzij zij een acute aandoening hadden. Verder de drie stopgezette bevolkingsonderzoeken, met een evidente vertraging in diagnostiek en effecten op de overleving tot gevolg. Vervolgens de door het ziekenhuis uitgestelde geplande polibezoeken (de urgente gingen wel door) alsmede de uitgestelde geplande operaties. De laatste waren niet urgent, maar worden het geleidelijk natuurlijk wel. Klachten nemen toe, de kans op complicaties waarschijnlijk ook.

Alles bij elkaar is er vooral sprake van uitgestelde vraag naar diagnostiek en behandeling. Een stuwmeer roept het beeld op van een algehele en zelfs blijvende stagnatie bij de ziekenhuizen. En dat beeld is voor een belangrijk deel onjuist. Er is wel sprake van een aanwijsbare zorgvertraging, in de hele keten, die nog lange tijd merkbaar zal zijn in wachttijden en/of alternatieve methoden van consult en behandeling.

Anderhalve meter

Overigens wordt bij het ‘stuwmeer’ ook alvast opgeteld de effecten van de beperkte ziekenhuiscapaciteit vanwege de anderhalvemeterrichtlijn op de poliklinieken. Deze vergt een aparte analyse. Mijn stelling is dat dit probleem wel eens kleiner zou kunnen zijn dan menigeen denkt. Wat ongenuanceerd: als wij in staat zouden zijn (geweest) om zonder wachttijden en volle wachtkamers te werken, dan zouden we weinig last gehad hebben van de anderhalve meter. Een polikliniek is een logistiek systeem en hoeft zich niet als een verblijfsruimte te gedragen. Natuurlijk is het logistiek een forse uitdaging, maar er is geen echte reden om de poliklinische capaciteit niet op normaal niveau te krijgen. En al helemaal wanneer we deze combineren met veel meer digitaal werken (met patiënten en met de huisarts), en het verminderen van niet noodzakelijk polibezoek.

In de kliniek, de ic en de OK’s hebben we van de anderhalve meter minder last, omdat we daar al werken met aangescherpte infectiepreventiemaatregelen (die ook voor influenza belangrijk zijn). De enige beperking van de capaciteit daar wordt veroorzaakt door de aanhoudende en straks misschien weer uitbreidende zorg voor coronapatiënten.

Nadelige effecten uitgestelde zorg

Heeft nu de uitgestelde zorg nadelige effecten voor patiënten? Voor een gedeelte daarvan geldt dat zeker, zowel in levensduur als in levenskwaliteit, en dat geldt onder andere voor de vertraagde oncologische en cardiologische diagnostiek en behandeling. Voor een aantal andere aandoeningen zal er zeker sprake zijn van verminderde levenskwaliteit en soms ook van levensduur (wanneer een te vermijden complicatie een fatale afloop kent bijvoorbeeld). Eigenlijk zien we een zorgvertraging met ongeveer drie tot vier maanden. Deze vertraging heeft effect op de levenskwaliteit en levensjaren van onze patiënten. Maar ik verwacht dat deze zullen lager zijn dan de pessimistische berekeningen van Gupta, juist omdat maatregelen met beleid zijn genomen, gebaseerd op de urgentie van alle patiënten.

Zorg snel weer oppakken

Hoe groot het effect van zorgvertraging ook mag zijn, we weten in ieder geval dat we het beperken door snel de draad weer op te pakken. Dat betekent slim doorstarten, digitalisering vasthouden, bevolkingsonderzoeken opstarten, de poliklinische logistiek snel verbeteren. En vooral: de ic-capaciteit uitbreiden en de supply chain aanpakken. De ziekenhuizen doen er alles aan om de zorg weer op het niveau te krijgen dat onze patiënten nodig hebben. Want een tweede ronde komend najaar/winter moeten we absoluut zien te vermijden. Geld zou daarin geen rol mogen spelen.

Rob Dillmann is bestuursvoorzitter van Isala.

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.