Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Het ecd als meerwaarde voor de kwaliteit van methodisch werken

Tijdens de audits die Frans Hoogland en Rob Uijterwaal doen in de langdurige zorg, constateren zij vaak dat aan de normen rond methodisch werken niet wordt voldaan. Ook de IGJ constateert dat in tal van haar rapportages. Kennelijk gaat er iets structureel mis, schrijven de adviseurs van De Impuls voor de Zorg.
Prisma-app

Methodisch werken is in alle zorgopleidingen een onderdeel en veel organisaties geven aanvullende trainingen. Iedere zorgmedewerker zou dus voldoende deskundig moeten zijn om methodisch te kunnen werken.

Maar ligt het ook echt aan de deskundigheid van de medewerker? Soms wel, soms niet. We zien vooral een dieper liggende oorzaak. Namelijk dat de inrichting van de elektronische dossiers het werken volgens de richtlijnen* niet faciliteert. Dit terwijl het ecd van onmisbare waarde voor het methodisch werken zou moeten zijn.

Organisatorisch kader

Frans Hoogland

Het gaat feitelijk over de vraag hoe de zorgaanbieder zijn primaire proces, zijn kern-bedrijfsproces heeft georganiseerd. Binnen ons bureau noemen we dit ‘de Gouden Standaard’. Deze beschrijft het methodisch handelen, gericht op het realiseren van de normen en visie uit het kwaliteitskader.

De Gouden Standaard is geordend naar de fasen van het methodisch proces. Per processtap staat beschreven waar dit (in het ecd) wordt vastgelegd en welke richtlijnen/procedures of werkinstructies daarbij gelden. De betreffende norm uit het IGJ toetsingskader omschrijft: de zorgverleners werken methodisch. Zij leggen dit hele proces inzichtelijk vast in het cliëntdossier.

De praktijk

Rob Uijterwaal

Het is zeker nog niet gangbaar in Nederland om de wensen en behoeften enerzijds en de mogelijkheden en beperkingen anderzijds in kaart te brengen. Nieuwe bewoners worden op de dag van opname, na kennismaking en inventarisatie in de dagelijkse werkstroom ingepast.

Een voorbeeld uit de rapportage ter verduidelijking: ‘Meneer De Boer wordt na het ontbijt steeds onrustig. Vanochtend wilde hij per se naar buiten. Hij werd kwaad en gaf mij een duw.’
Wat als er wel een goede anamnese was geweest? Dan was bekend dat de heer De Boer sinds zijn pensionering na zijn ontbijt een rondje liep met zijn hond.

Wij constateren dat het methodisch handelen in de langdurige zorg onvoldoende plaatsvindt. We zien dat medewerkers het bijhouden van dossiers als een administratieve last ervaren. Zij werken liefst vanuit looplijstjes, zelfgemaakte dagschema’s etc. Rapporteren is voor hen vooral een verantwoording van wat men die dag heeft gedaan.

Het ontbreekt in de praktijk aan:

  • een inventarisatie, ordening en multidisciplinaire analyse van wensen en behoeften, mogelijkheden en beperkingen;
  • volgens de (PES) geformuleerde zorgproblemen; PES staat voor Problem, Etiologie, Signs/Symptons
  • heldere doelen waarmee zichtbaar is wat wordt nagestreefd;
  • multidisciplinaire interventies om de doelen te bereiken;
  • rapportage-afspraken over het bewaken van voortgang en sturen op afwijkingen.

Waar gaat het methodisch proces in het ecd de mist in?

Fase 1: Verzamelen van gegevens

De basis is het verzamelen en ordenen/classificeren van gegevens: de levensgeschiedenis; een medische anamnese, verpleegkundige gegevensverzameling; het relatienetwerk; etc. Hiermee komen de mogelijkheden en beperkingen van de bewoner in beeld. Daarnaast worden ook de wensen en behoeften geïnventariseerd. Dat omdat de verzamelde en geordende gegevens worden afgezet tegen de wensen, behoeften van de bewoner.

In de praktijk zien we de verzamelde gegevens op allerlei formulieren terug. Zo zien we regelmatig  een levensgeschiedenis beschreven maar geen koppeling met het zorgplan. Ook ontbreekt het aan een geordende inventarisatie van wensen, behoeften, gewoontes en eigenaardigheden. Risico’s worden wel geïnventariseerd, maar vaak wordt niet benoemd waaróm iets een risico is.

Fase 2: Opstellen van zorg- en ondersteuningsplan en vaststellen van problemen door verpleegkundig redeneren

Er moet een zorg- of ondersteuningsplan samengesteld worden dat past bij de wensen, de behoeften, de mogelijkheden en de beperkingen van die specifieke bewoner. Dit door de gegevens uit fase 1 te analyseren en daarmee een passend zorg- of ondersteuningsplan op te stellen. Daarbij zijn de eigen regie en het ondersteunen van de  behoeften en wensen van de cliënt of bewoner het uitganspunt. De competentie die hiervoor nodig is staat bekend als het verpleegkundig redeneren.

De wensen en behoeften worden geformuleerd zonder vormeisen. Dat zijn zaken die de medewerkers ‘gewoon’ moeten weten. Problemen en risico’s worden geformuleerd conform de PES-formulering. Deze is van doorslaggevend belang voor de kwaliteit van de volgende fasen van het methodisch en multidisciplinair werken.

Een voorbeeld: mevrouw B. is incontinent van urine omdat ze te laat voelt dat ze moet plassen. Ze loopt gehaast naar het toilet maar halverwege is haar kleding al nat.

Fase 3: Formuleren van doelen

Vanuit fase 2 wordt een voor de bewoner haalbaar doel beschreven. Een smart doelstelling kan een voorwaarde bevatten.

Een voorbeeld: mw. B. bereikt tijdig het toilet wanneer zij voelt dat ze moet plassen. Haar kleding blijft droog.

Fase 4: Formuleren van de acties

Vanuit de doelstelling wordt multidisciplinair nagegaan welke acties nodig zijn. Deze acties zijn concreet beschreven en daar wordt de naam van de discipline aan verbonden.

Voorbeeld: mevrouw wordt ieder uur door de zorgmedewerker herinnerd aan het toiletbezoek.

Fase 5: Rapporteren

In veel organisaties worden alleen bijzonderheden gerapporteerd. Wij adviseren tenminste éénmaal per week als norm. Deze norm behoort nog niet tot de eerder genoemde richtlijn.

Hoe ondersteunt het ecd wél het methodisch werken?

In de langdurige zorg is persoonsgerichte werken het uitgangspunt. Voldoen aan de wensen en behoeften van de individuele bewoner, deze ondersteunen het leven te leiden zoals hij of zij dat wil en rekening houden met diens mogelijkheden en beperkingen.

Het volstaat dan niet dat iedere betrokkene individueel zijn best doet en op zijn of haar eigen manier en vanuit eigen inzicht de zorg verleent. Het vraagt van zorgprofessionals en behandelaren dat zij op een professionele (en dus methodische) manier de ondersteuning, begeleiding, zorg en behandeling organiseren (zie ook de eerder genoemde Gouden Standaard).

Dit primaire proces van multidisciplinair zorg- en behandeling moet worden ondersteunend én gestuurd door het ecd zodat informatie en afspraken inzichtelijk en overdraagbaar zijn. Als het primaire proces en de vastlegging daarvan in het ecd goed op elkaar aansluiten en alle betrokkenen doen wat is afgesproken, is een belangrijke voorwaarde voor persoonsgerichte zorg vervuld.

Door: Frans Hoogland, senior adviseur en auditor bij De Impuls voor de Zorg in Zeist, en Rob Uijterwaal, senior adviseur en interimmanager bij De Impuls voor de Zorg in Zeist.

*Deze zijn vastgelegd in de ‘Richtlijn verpleegkundige en verzorgende verslaglegging’ (V&VN, 2011). Daarnaast staan er o.a. richtlijnen voor het zorgleefplan (VV) en het ondersteuningsplan (VG) in de respectievelijke kwaliteitskaders.

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.