Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Opinie | Inzet zzp’ers in de zorg – Uitstel is geen strategie, doorzetten wel

In het tweeminutendebat over zzp’ers van 18 december 2025 zei de staatssecretaris dat hij “eerlijk wil staan voor wat er wel en niet mogelijk is”. Dat klinkt bestuurlijk netjes. Maar het legt ook bloot wat dit dossier al jaren kenmerkt: we schuiven, verzachten en uitstellen — en noemen dat vervolgens balans.
Vera Bergkamp (Foto Zorgbalans) en Marja Sleeuwenhoek (Foto: ViVa! Zorggroep)

De staatssecretaris kwam de Kamer tegemoet met twee concrete toezeggingen voor 2026. Ten eerste: in 2026 geen verzuimboetes door de Belastingdienst. Ten tweede: bij controles in beginsel eerst een bedrijfsbezoek, pas daarna eventueel een boekenonderzoek.

Daarbij werd expliciet meegewogen dat het kabinet wil staan voor ondernemers en opdrachtgevers die het afgelopen jaar aantoonbaar stappen hebben gezet, en voor sectoren die zelf initiatieven hebben genomen — met voorbeelden als onderwijs en kinderopvang.

Dat is precies het punt waar wij het mee eens zijn. En tegelijk het punt waar de politieke besluitvorming nu dreigt te ontsporen.

Verlenging is een slecht signaal

Wat de staatssecretaris óók zei: verlenging is een slecht signaal. Over de motie om de zachte landing te verlengen tot ten minste 31 maart 2026 was de staatssecretaris helder: “een verdere verlenging is een slecht signaal richting partijen die zich aan wet- en regelgeving houden. Het risico is dat de noodzakelijke beweging stagneert en dat oneerlijke concurrentie blijft bestaan”. Ook werd benoemd dat het opleggen van boetes over een ‘gebroken jaar’ uitvoeringstechnisch lastig is.

Toch werd de motie aangenomen. Onze vraag: wie beloont de politiek eigenlijk?

Zzp-verslaving

In sectoren als de verpleging, verzorging en thuiszorg (VVT) is de afgelopen jaren — vaak met pijn, personeelstekorten en financiële druk — geprobeerd af te kicken van een zzp-verslaving. Roosters zijn aangepast, contractmixen herzien en beleid op inhuur aangescherpt. Niet omdat dat aantrekkelijk was, maar omdat het nodig was voor kwaliteit, continuïteit en rechtmatigheid.

Als vervolgens uitstel en verzachting opnieuw de norm worden, ontstaat een pervers signaal: wie zich aanpast, betaalt de rekening; wie afwacht, krijgt opnieuw respijt.

Ja, de staatssecretaris benadrukt het belang van een eerlijk speelveld. Maar precies dát speelveld staat onder druk, zodra weer een uitzonderingsperiode wordt gecreëerd — hoe tijdelijk ook bedoeld.

Wiebelig beleid

Geen boetes is niet ‘geen gevolgen’. Ook zonder verzuimboetes blijft het handhavingsregime rond schijnzelfstandigheid van kracht, zij het risicogericht toegepast. Correcties, naheffingen en terugbetalingen blijven mogelijk, met alle onzekerheid en juridische gevolgen van dien.

Minder bestraffend in vorm, dus — maar niet vrijblijvend in de kern. De onzekerheid wordt dus alleen maar groter.

Doorzetten

Doorzetten is niet alleen een opdracht aan de overheid, maar ook aan organisaties zelf. De verlenging van een zachte landing mag geen excuus zijn om pas op de plaats te maken. Wie nu afwacht, vergroot straks de pijn — financieel, juridisch en organisatorisch.

Organisaties die het afgelopen jaar zijn begonnen met afbouwen, weten dat dit traject tijd kost. Contracten, roosters en inzetbaarheid veranderen niet van de ene op de andere dag. Juist daarom is het verstandig om nu door te zetten, zolang er nog ruimte is om bij te sturen zonder directe sancties.

We praten iedere dag met zzp’ers om in loondienst te komen, de gevolgen van de Wet DBA zouden hierbij helpend moeten zijn, dat lukt zo een stuk minder of in ieder geval wederom vertraagd.

‘Probleemgevallen’

In het debat werd benadrukt dat ‘risicogericht’ wordt gehandhaafd, langs de lijnen van Belastingdienst en Arbeidsinspectie, en dat bij signalen van misstanden wordt ingezoomd op specifieke situaties of sectoren.

Dat is begrijpelijk. Maar het begrip ‘probleemsectoren’ is rekbaar en daarmee politiek stuurbaar. Vandaag ligt de aandacht hier, morgen daar — afhankelijk van druk, beeldvorming en prioriteiten. Voor organisaties die hun beleid al hebben aangepast, is dat opnieuw een bron van onzekerheid.

Het meest onbevredigende aan deze koers is dat alles ‘tijdelijk’ heet, terwijl niemand kan garanderen wat er na maart 2026 politiek gebeurt. Die onzekerheid is funest: voor opdrachtgevers, voor échte zelfstandigen, sectoren en organisaties die al moeilijke keuzes hebben gemaakt.

Verantwoordelijkheid nemen

Hier ligt daarom ook een duidelijke verantwoordelijkheid bij organisaties zelf. Doorzetten betekent: blijven investeren in echte dienstverbanden waar het werk structureel is, zzp-inzet beperken tot tijdelijke en/of niet-planbare en/of specialistische situaties, en helder zijn richting professionals over wat wel en niet kan. Dat is nuchtere risicobeheersing en maatschappelijk ondernemerschap.

Marja Sleeuwenhoek, voorzitter raad van bestuur ViVa! Zorggroep en Vera Bergkamp, voorzitter raad van bestuur Zorgbalans

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.