Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties5

Opinie | Toekomstbestendige hervorming vraagt om een Staatscommissie Volksgezondheid met doorzettingsmacht

Wouter Bos en Joep de Groot riepen 10 december jl. in Zorgvisie op om het zorgstelsel te vereenvoudigen door de Wlz op te heffen en te verdelen over zorgverzekeraars en gemeenten. Er werd ook gepleit voor het vormen van een tegenmacht tegen commerciële partijen in de ouderenzorg. Waar zij de oplossing kennelijk zoeken binnen de context van het huidige stelsel (optimalisatie) pleiten wij voor een fundamentele hervorming van zorg en welzijn in Nederland (transformatie).
Nuthawut/Stock.adobe.com

Gezondheid en welzijn moeten een nationale prioriteit worden, naast defensie en economie, omdat dit niet alleen gezondheidswinst oplevert, maar ook kan bijdragen aan beheersbare zorgkosten en economische groei.

Met grote zorgakkoorden en majeure investeringen zoals het IZA, ASWA en HLO zijn stappen in de goede richting gezet om het bestaande zorgaanbod te optimaliseren. Maar een échte toekomstbestendige hervorming, laat staan een transformatie, blijft uit. Daarom is het verstandig en noodzakelijk om hiervoor een Staatscommissie in te stellen, zoals de in oktober 2024 ingediende en met brede steun aangenomen motie van het CDA.

Die commissie zou met voorstellen moeten komen hoe een toekomstbestendige en weerbare (vitale) samenleving eruitziet en welke rol zorg- en welzijn daarin spelen. Dat zou echter geen Staatscommissie gezondheidszorg conform de motie, maar een Staatscommissie Volksgezondheid moeten worden. Let wel, niet een commissie die weer een rapport gaat schrijven maar een commissie met een mandaat om oplossingen die er al zijn ruimte te bieden voor opschaling.

Staatscommissie Volksgezondheid nieuwe stijl

Een staatscommissie bestaat meestal uit deskundigen, wetenschappers, (oud-)politici en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties. Om impact te maken waar burgers écht iets van merken zou de samenstelling van de Staatscommissie breder moeten zijn.  Ook het bedrijfsleven en natuurlijk het burgerbelang moeten goed vertegenwoordigd zijn.  Naast adviseren zou de focus van de Staatscommissie vooral moeten liggen op het wegnemen van systeembelemmeringen die sociale innovatie en maatschappelijk ondernemerschap in de weg staan. Dat vraagt:

  • Langetermijnvisie: Volksgezondheid vraagt om beleid dat decennia vooruitkijkt. Een commissie kan onafhankelijk van politieke belangen scenario’s ontwikkelen en aanbevelingen doen die niet bij de eerste kabinetswisseling verdwijnen.
  • Integrale aanpak: Gezondheid en de uitdagingen van een ouder wordende samenleving raakt aan onderwijs, werk, milieu, voeding en sociale ongelijkheid. Een staatscommissie volksgezondheid kan deze domeinen verbinden en een breed gedragen strategie formuleren. Een integrale aanpak op het thema gezondheid vereist niet alleen betrokkenheid van meerdere ministeries en de wetenschap. Ook het innovatievermogen van ondernemend Nederland en burgers zijn keihard nodig om te komen tot blijvende transformatie en draagvlak voor de uitdagende beslissingen waar we voor staan.
  • Financiële houdbaarheid: De zorguitgaven stijgen al jaren sneller dan het BBP. Dat trekt een enorme wissel op het huishoudboekje van de staat, werkgevers en ook op het besteedbaar inkomen van burgers. Dat kan niet zo doorgaan omdat het ten koste gaat van andere domeinen die ook belangrijk zijn zoals veiligheid, onderwijs en andere sectoren. Vasthouden aan het bestaande zorg- en welzijnsstelsel staat ook innovatie in de weg. Een staatscommissie met brede publiek/private vertegenwoordiging kan aanbevelingen doen over welke collectieve uitgaven de meeste gezondheidswinst opleveren en bijdragen aan kwaliteit van leven voor de samenleving als geheel.
  • Sturing op Brede welvaart: Zorg- en welzijn worden veelal gezien als collectieve kostenpost op de Nederlandse begroting. Als zodanig vormt het een blok aan het been van productiviteitsgroei die juist nodig is om onze welvaart op langere termijn op pijl te houden. We verwijzen in dit verband naar het rapport Wennink dat onlangs is aangeboden aan het kabinet. Essentieel is dat de commissie in haar werk kennis heeft en oog houdt op een goede balans tussen aandacht voor het Bruto Binnenlands Geluk als wel het Bruto Binnenlands Product. Te vaak wordt slechts één aspect hiervan bekeken terwijl voor een gezonde ouder wordende samenleving er naar een goede balans gezocht moet worden.
  • Vertrouwen en draagvlak: Onafhankelijke en gezaghebbende experts kunnen het publieke debat depolitiseren en zorgen voor transparantie. Dat versterkt het vertrouwen van burgers, professionals en andere stakeholders (publiek en privaat) in de koers die wordt uitgezet. Het publieke debat wordt nu veelal langs politiek ideologische lijnen op systeemniveau gevoerd (bv. ben je voor- of tegen marktwerking? ) Echter, als we naar oplossingen kijken die zich aandienen in de praktijk en regio’s is er vaak breed maatschappelijk draagvlak.
  • Doorzettingsmacht: De Staatscommissie zou de bevoegdheid en middelen moeten hebben om met bindende voorstellen te komen die systeembelemmeringen wegnemen en indien noodzakelijk voor te leggen voor wettelijke besluitvorming.

Een oproep tot actie

Nederland heeft eerder staatscommissies ingesteld om fundamentele vraagstukken te adresseren. Van kiesstelsel tot euthanasie. Volksgezondheid en de implicaties van onze ouder wordende samenleving verdient dezelfde status. Het gaat immers om belangrijke kernwaarden van onze samenleving: gezondheid en kwaliteit van leven van alle burgers jong en oud, solidariteit (terugdringen van de zorgkloof tussen rijk en arm) en gezondheid als essentiële factor om bij te dragen aan een toekomstbestendige economie.

Conny Helderoud-minister VWS
Philip IdenburgManaging Partner van BeBright
Michel van SchaikDirecteur Gezondheidszorg Rabobank

5 REACTIES

  1. In elk geval niet weer bedrijfsleventoppers uit de hoge hoed halen om overheidsbeleid om te vormen tot bedrijfsleventoepassingen die (soms) gedijen in een bedrijfslevenomgeving. Alleen al de term B.V. Nederland getuigt van volledig onbegrip en miskenning van het verschil tussen het democratisch gefundeerde besturen van een land en het hiërarchisch leiden van een onderneming.
    De situatie in de VS lijkt mij toch duidelijk genoeg aan te tonen welke ellende voortvloeit uit het ‘systeem Trump’ waarin een land wordt beschouwd als een vastgoedproject.
    In Nederland herinner ik mij nog het rapport van Peter Bakker, de toenmalige bovenbaas van de verzelfstandigde Postorganisatie, over geneesmiddelendistributie. Dat kon allemaal veel efficiënter en dus goedkoper als het bedrijfsmodel van zijn organisatie zou worden toegepast. Inderdaad dat kan met het huidige model van Post NL pakjesdistributie voor ogen. Alleen heb je het dan wel over appels met peren vergelijken. Altijd weer blijkt de anamnese onvoldoende te zijn gedaan als basis voor het voorschrift. Hopelijk nu niet weer voor de zoveelste keer.

  2. Lees alle reacties
  3. Een goed doordacht plan van Conny Helder, Philip Idenburg en Michel van Schaik.

    Het lijkt dan tevens belangrijk als zo’n commissie er dan komt, dat er voor wordt gezorgd dat er voldoende kennis van en draagkracht voor het hele zorglandschap (0e, 1e en 2e lijn, binnen en buitenom de Zvw om) is in zo’n commissie.

    Dat kan als er ook succesvol ondernemende zorgprofessionals uit alle geledingen van de zorg worden ingezet, met overzicht m.b.t. kosten en baten voor zorg én samenleving. Ervaren zorgprofessionals die zelf jarenlang in de zorg i.p.v. aan de zorg werken of hebben gewerkt. Zodat in de commissie kennis is van wat er daadwerkelijk op de werkvloer speelt en wat voor impact bepaalde maatregelen hebben op zorgmedewerkers, patiënten en maatschappij. Betrokken deelname in zo’n commissie dus van ervaren zorgprofessionals/zorgondernemers welke de zorg zelf een werkzaam leven lang intrinsiek, vanuit een echt zorgverlenershart, begrijpen/kennen.

    In zo’n commissie zou het dan verder kunnen gaan over kosten en baten van zorg moeten gaan, want naast kosten zijn er vaak (in vele opzichten) grotere baten voor de maatschappij.

    Ook goed om te bedenken dat de zorguitgaven binnen de Zvw minder hard zijn gegroeid dan het BBP de laatste 10 jaar (gecorrigeerd voor inflatie). Maar dat de WLZ zorgt voor een forse groei van extra kosten, dus dat daar extra aandacht naar uit mag gaan in het kader van oplossingen.

  4. Terechte opmerkingen. Ik wil er nog 1 punt aan toevoegen. Het zijn 20 partijen, waarvan 16 branche-organisaties die in AZWA dit punt van een staatscommissie onderschrijven (pg.114 in AZWA). Het staat dus op de bestuurlijke agenda van de Rijksoverheid. Naast politieke steun via een Motie Krul. Hoe het verder gaat, weet ik ook niet, maar als mandaat en doorzettingsmacht niet vooraf zijn geregeld, heeft het weinig zin. Om deze reden snap ik de stilte nu bij de 20 partijen ook niet goed.

  5. Het pleidooi voor een Staatscommissie Volksgezondheid met doorzettingsmacht (31 dec.) is een rake diagnose. Maar het voorgestelde medicijn mist zijn werking in de huidige politieke realiteit.

    Déjà-vu: Het idee komt rechtstreeks uit de CDA-verkiezingsprogramma’s en een motie uit 2024. Toch is deze ambitie verdampt in het voorlopige regeerakkoord met D66, dat blijkbaar kiest voor ‘aanharken’ in plaats van hervormen.
    Hoe geloofwaardig is een oproep voor transformatie als de ondertekenaars het zelf niet voor elkaar kregen?

    Papieren tijger: Zonder een rotsvast politiek mandaat om het stelsel fundamenteel te wijzigen, wordt ‘doorzettingsmacht’ een complete illusie. Welk kabinet dat de marktlogica niet wil doorbreken, geeft een commissie het recht dat wél te doen?

    Depolitisering is uitstel: De keuze voor meer of minder marktwerking is een politieke keuze. Het outsourcen naar een commissie kan een excuus worden om verantwoordelijkheid uit de weg te gaan en moeilijke besluiten verder uit te stellen.

    Conclusie: een uitstekende analyse, maar een kansloos voorstel zolang de politieke wil voor echte verandering ontbreekt. De eerste vraag is niet hoe de commissie eruit moet zien, maar of er een Kamermeerderheid is die haar conclusies durft uit te voeren.

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.