Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Opinie Wim van Harten | In onze zorg is een gewonnen levensjaar steeds minder waard

Rond 2000 begon de overheid nieuwe behandelingen te beoordelen op kosteneffectiviteit. In 2015 is dit officieel vastgelegd, om de zorgkosten te beheersen en besluiten beter uit te kunnen leggen. Wat mag een voor 'kwaliteit gecorrigeerd levensjaar' ons kosten?
Wim van Harten
Wim van Harten. Foto: Rijnstate

Al in 2006 is met de invoering van de Zorgverzekeringswet de grens van €80.000 voor curatieve en €20.000 voor preventieve interventies gekozen. Tien jaar later, in 2016, wordt ook met de ernst van de ziekte rekening gehouden. Die drempels worden steeds strikter gehanteerd. Daarnaast is er een grens vastgelegd voor het extra beslag op het landelijk budget van €10 miljoen, waarboven we weer extra kritisch naar de kosteneffectiviteit kijken. Ook die grens staat alweer bijna tien jaar vast, terwijl de inflatie bijna 30 procent was.

Kostenbeheersing

Daarbij valt het op dat dit vooral in de curatieve sectoren wordt toegepast. Precies waar Nederland internationaal gezien al goed scoort qua kostenbeheersing. Voor de care (verpleging en verzorging) geeft Nederland aanzienlijk meer uit dan vergelijkbare landen. Daarvoor wordt zo’n dergelijke bereking weinig gebruikt.

Verschillende politieke partijen mikken vooral op die cure-sector. Ze vragen het Zorginstituut nog kritischer naar nieuwe interventies te kijken. Kritisch zijn is prima, nieuwe zorgtechnologiezorg moet immers waarde toevoegen. Maar gezien de golf aan nieuwe behandelingen die op ons afkomt, en het feit dat er geen hek om Nederland staat, is het de grote vraag of dat realistisch is. Mensen zien het immers snel als in de landen om ons heen bepaalde innovaties wel of sneller toegelaten worden.

Halvering

Saillant is dat de grensbedragen sinds de vaststelling in 2006 (wat willen we voor een ‘naar kwaliteit gewogen’ levensjaar betalen?) nooit zijn aangepast. Inmiddels is de inflatie vanaf 2006 volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) cumulatief zo’n 45 procent. Dat zou betekenen dat een echt kwaliteit toevoegende behandeling boven de €115.000 mag uitkomen. De facto stevenen we juist richting halvering van het bedrag dat we bereid zijn om voor een kwalitatief levensjaar te betalen.

Stilzwijgend is er zowel qua inhoudelijke criteria als qua prijs een steeds hogere barrière voor toelating tot het zorgpakket ontstaan. Dat heeft gevolgen voor de aantrekkelijkheid van de Nederlandse markt en het beschikbaar komen van nieuwe medische technologie voor patiënten. Los van de vraag of het wel ‘passend’ is om elk jaar minder over te hebben voor een mensenleven, biedt een discussie over aanpassing echter ook kansen.

Verdubbelen

Beleidskeuzes zouden helemaal niet zo gek zijn. Bijvoorbeeld door die verhoging alleen toe te passen bij revolutionaire verbeteringen, gebieden waar een evidente behandel-lacune bestaat, zoals dementie. Of bij voldoende bewezen effectieve medicatie, waar de farmaceutische industrie volledig transparant is over alle onderliggende kosten. Of als we dan toch preventie willen stimuleren, waarom verdubbelen we dan de laagste grens van €20.000 niet?

Die kosten-effectiviteitsgrens is toe aan een update, en in andere landen gebeurt dat ook. Politiek ligt dit allemaal heel gevoelig, dus dit is bij uitstek een onderwerp voor een burgerberaad. Een ding is zeker en dat is eigenlijk onacceptabel: als we het laten zoals het nu gaat, is een naar kwaliteit gewogen levensjaar ons steeds minder waard.

Door prof Dr. Wim H van Harten, (em.) hoogleraar Universiteit Twente, onderzoeksgroepsleider Nederlands Kanker instituut, adviseur Health Innovation Fund, Innovation Fund Denmark

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.