In de overeenkomst was bepaald dat de gemeente deze kon ontbinden als na een Bibob-onderzoek was vastgesteld dat sprake was van gevaar dat de zorginstelling bij de uitvoering strafbare feiten zou plegen. Dat is waar een dergelijk onderzoek zich ook op richt. Het Landelijk Bureau Bibob (LBB) bracht op verzoek van de gemeente advies uit en concludeerde dat sprake was van ‘een mindere mate van gevaar’. Eén van de drie broers, die via hun persoonlijke vennootschappen aandeelhouders en bestuurders van de zorginstelling waren, had volgens het Bibob-onderzoek recent een strafbaar feit gepleegd (Opiumwet).
Samenhang
De zorginstelling stond daarmee volgens het LBB in relatie, omdat de betreffende broer ruim € 350.000 had geleend aan de holdings van zijn broers. Het LBB zag samenhang tussen de strafbare feiten en de overeenkomst, omdat uitvoering van die overeenkomst dergelijke feiten kan faciliteren. Het advies was voor de gemeente reden de overeenkomst onmiddellijk te ontbinden.
De zorginstelling stelde het advies van het LBB ter discussie. De betreffende broer had afgezien van terugbetaling van het overgrote deel van de lening en de zorginstelling had de relatie met deze broer intussen beëindigd. Volgens de zorginstelling had de gemeente niet goed gemotiveerd dat het verbroken samenwerkingsverband (alsnog) een ernstig gevaar oplevert voor criminele facilitering.
Net als de rechtbank, gaat het hof daarin niet mee. Het hof concludeert dat de gemeente van het advies mocht uitgaan. Dat de banden met de broer waren verbroken was onvoldoende. Het ging immers om een familiaire relatie en het resterende leningsbedrag bleef in de zorginstelling, dan wel bij haar aandeelhouders. De zorginstelling had onvoldoende onderbouwd dat geen gevaar aanwezig was, ondanks dat de broer geen contact had met cliënten en niet meer bij de onderneming betrokken was.
Vertrouwensbasis
Het hof weegt mee dat het ging om kwetsbare en afhankelijke cliënten waarvan relatief makkelijk misbruik te maken valt en tegenover wie de gemeente een zorgplicht heeft. Minder verstrekkende maatregelen, zoals intensiever toezicht of een cliëntenstop, volstaan niet. Ook omdat daarvoor een voldoende vertrouwensbasis nodig is, en daaraan ontbrak het volgens het hof juist.
Onmiddellijke ontbinding van een overeenkomst is niet snel gerechtvaardigd. Een Bibob‑clausule blijkt evenwel geen formaliteit, maar een reëel beëindigingsmechanisme.
Door M.E.F. Bots en S.F. de Jong, KBS Advocaten N.V.

