Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Terecht | Integriteit in overeenkomsten met gemeenten: de Bibob-clausule

Een gemeente beëindigde per direct de samenwerking met een zorginstelling na een Bibob‑onderzoek volgens de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. De zorginstelling vocht deze beslissing aan in een spoedprocedure. Zonder succes.
Pluisproducties
In de rubriek Terecht nemen verschillende advocaten juridische kwesties onder de loep

In de overeenkomst was bepaald dat de gemeente deze kon ontbinden als na een Bibob-onderzoek was vastgesteld dat sprake was van gevaar dat de zorginstelling bij de uitvoering strafbare feiten zou plegen. Dat is waar een dergelijk onderzoek zich ook op richt. Het Landelijk Bureau Bibob (LBB) bracht op verzoek van de gemeente advies uit en concludeerde dat sprake was van ‘een mindere mate van gevaar’. Eén van de drie broers, die via hun persoonlijke vennootschappen aandeelhouders en bestuurders van de zorginstelling waren, had volgens het Bibob-onderzoek recent een strafbaar feit gepleegd (Opiumwet).

Samenhang

De zorginstelling stond daarmee volgens het LBB in relatie, omdat de betreffende broer ruim € 350.000 had geleend aan de holdings van zijn broers. Het LBB zag samenhang tussen de strafbare feiten en de overeenkomst, omdat uitvoering van die overeenkomst dergelijke feiten kan faciliteren. Het advies was voor de gemeente reden de overeenkomst onmiddellijk te ontbinden.

De zorginstelling stelde het advies van het LBB ter discussie. De betreffende broer had afgezien van terugbetaling van het overgrote deel van de lening en de zorginstelling had de relatie met deze broer intussen beëindigd. Volgens de zorginstelling had de gemeente niet goed gemotiveerd dat het verbroken samenwerkingsverband (alsnog) een ernstig gevaar oplevert voor criminele facilitering.

Net als de rechtbank, gaat het hof daarin niet mee. Het hof concludeert dat de gemeente van het advies mocht uitgaan. Dat de banden met de broer waren verbroken was onvoldoende. Het ging immers om een familiaire relatie en het resterende leningsbedrag bleef in de zorginstelling, dan wel bij haar aandeelhouders. De zorginstelling had onvoldoende onderbouwd dat geen gevaar aanwezig was, ondanks dat de broer geen contact had met cliënten en niet meer bij de onderneming betrokken was.

Vertrouwensbasis

Het hof weegt mee dat het ging om kwetsbare en afhankelijke cliënten waarvan relatief makkelijk misbruik te maken valt en tegenover wie de gemeente een zorgplicht heeft. Minder verstrekkende maatregelen, zoals intensiever toezicht of een cliëntenstop, volstaan niet. Ook omdat daarvoor een voldoende vertrouwensbasis nodig is, en daaraan ontbrak het volgens het hof juist.

Onmiddellijke ontbinding van een overeenkomst is niet snel gerechtvaardigd. Een Bibob‑clausule blijkt evenwel geen formaliteit, maar een reëel beëindigingsmechanisme.

Door M.E.F. Bots en S.F. de Jong, KBS Advocaten N.V. 

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.