‘De transitieopgave sluit soms moeilijk aan bij de realiteit’

Ze wilde na negen jaar in het ziekenhuis weer iets nieuws. Yvonne Wilders kende de care en ook Cordaan wel uit haar tijd als adviseur, maar toen was nog geen transitie van de Wlz doorgevoerd. 'Samen met woningcorporaties en gemeenten werken we naar het nieuwe ideaal van zo lang mogelijk thuis wonen toe'.
Yvonne Wilders.jpg

Vanwaar de overstap naar de care? ‘Ik vond het belangrijk om na bijna 9 jaar weer iets nieuws te leren en “als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg”. Ik had het ook in een heel ander soort ziekenhuis kunnen zoeken of zelfs buiten de zorg. Maar mijn nieuwe functie moest er wel een zijn waarin ik kan helpen een probleem op te lossen of de zaken verder te verbeteren in het maatschappelijke veld. Toen kwam een mooie vacature bij Cordaan, dan ga je praten en komt alles bij elkaar. Ik heb in mijn KPMG-tijd veel care-klanten gehad, dus ik wist wat ik kon verwachten.’

Uit uw tijd als vice-voorzitter van de NVZD kende u Eelco Damen al, die er voorzitter was. ‘Inderdaad, en daarnaast is ook hij destijds een van mijn klanten geweest. Ook veel andere collega’s had ik wel eens ontmoet.’

Cordaan bestrijkt het brede spectrum van de care. Wat wordt uw aandachtsgebied? ‘Ik heb de portefeuille van  de verstandelijk gehandicaptenzorg en de ggz.’

Hoe anders is het in de care? ‘Het grootste verschil is dat je in het ziekenhuis dichter bij de werkvloer zit. Je zit op de plek waar het allemaal gebeurt. Mensen lopen dus ook makkelijker even bij je binnen. Bij Cordaan met zijn vele locaties moet je voor contact met de werkvloer zelf iets ondernemen, je moet er tijd voor inruimen. Anders vliegen de weken voorbij in je bestuurskamer.
Een ander groot verschil is dat je niet te maken hebt met een medische staf. Dat maakt de discussies wat eenduidiger. In het ziekenhuisbestuur zijn er altijd twee partijen die elkaar moeten vinden. Hier zijn maar enkele medisch specialisten.
Nog een groot verschil is dat patiënten maar even in het ziekenhuis zijn terwijl veel cliënten van Cordaan hier levenslang cliënt zijn. De band met hen is dus heel anders.’

Geldt dat laatste niet vooral voor de medewerkers? ‘Bij het bestuur liggen daardoor de accenten ook anders. Er zijn meer inspraakmogelijkheden, medezeggenschapsraden op meerdere niveaus. Je hebt niet alleen contact met de centrale cliëntenraad, maar ook met bewonersraden van locaties en sectorraden voor de vgz en ggz.’

U heeft ervaring met financiën en ict, komt een van die diensten onder uw verantwoordelijkheid? ‘We gaan in december de verdeling van de ondersteunende diensten nog bespreken. Ik wacht dat rustig af, alle ondersteunende diensten vind ik leuk om te doen.’

Hoe zijn uw ervaringen tot nu toe? ‘Ik ga nu mijn zevende week in. Het is deels nog inwerken. Er zijn nog onderwerpen waar ik onvoldoende van weet. Soms bel ik mijn voorganger, ik krijg zelf ook nog vragen van het Spaarne Gasthuis. Je kent de historie niet en je moet je eigen historie nog maken. Maar niet bij elk onderwerp is de historie even belangrijk. Waar ik me senang bij voel, dat pak ik op.’

Welke grote uitdagingen ziet u? ‘De schaarste aan goede mensen, zeker nu de economie aantrekt. Je wilt het werk het liefst doen met je eigen mensen en zo min mogelijk uitzendkrachten. Dus hoe bind je je mensen aan de organisatie en hoe vind je nieuwe mensen?
Dan is er de transitie met de opgave zo veel mogelijk mensen zo lang mogelijk thuis te houden. Die opgave sluit soms moeilijk aan bij de realiteit, zeker hier in de stad met moeilijk begaanbare trappenhuizen, krappe behuizing op vier hoog enzovoorts. Samen met woningcorporaties en gemeenten werken we naar dat nieuwe ideaal toe.
En dan natuurlijk het geld. De vraag neemt toe én wordt complexer terwijl de kosten in bedwang moeten worden gehouden. Dus moet het anders, maar hoe? Er zit een grens aan de mate waarin je techniek in plaats van mensen kunt inzetten. En ook aan de inzet van mantelzorg. Buren willen best eens bijspringen maar niet structureel. Hoe groter iemands netwerk, hoe makkelijker het is. Maar ik las dat zo’n 25 procent van de tachtigplussers in Amsterdam helemaal geen netwerk heeft. Daar moet de overheid iets mee. Een hoogleraar heeft er al op gewezen dat je de vijftigers van nu moet leren hun netwerk te koesteren.
Gelukkig zijn er ook lichtpuntjes, prachtige initiatieven. Maar ik zie een grote uitdaging om op de langere termijn de vraag naar en beschikbaarheid van langdurige zorg in evenwicht te houden.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.