Drie ziekenhuizen zijn opvallend duur

Drie ziekenhuizen met veel marktmacht hanteren prijzen die 10 procent hoger liggen dan te verwachten is op basis van een wetenschappelijk model. Dat zijn de eerste resultaten van een onderzoek van Misja Mikkers, hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg en directeur strategie van de NZa.

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Foto: David Orcea/Adobestock

Ruim vijftien jaar al werkt Misja Mikkers, bijzonder hoogleraar organisatie en financiering van de zorgsector, aan een model om marktmacht en prijsstijgingen van ziekenhuizen te voorspellen en te verklaren. Het onderzoek is in de afrondende fase en wordt nog aan een wetenschappelijk tijdschrift aangeboden. De eerste bevindingen heeft hij gedeeld met wetenschappers op een congres over ziekenhuisfusies en marktmacht, op 14 juni bij de Erasmus School of Health Policy & Management. Het onderzoek is uitgevoerd met co-auteurs die allemaal bij de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) werken: Caroline Berden, Ramsis Croes, Ron Kemp, Rob van der Noll, Victoria Shestalova en Jan Svitak. Mikkers is zelf naast hoogleraar ook directeur strategie bij de NZa.

Verklaring marktmacht en prijsstijgingen

Mikkers gebruikt in zijn onderzoek gegevens uit 2013 van 81 ziekenhuizen. Een samengestelde prijsindex wordt verklaard aan de hand van verschillende marktmacht-indicatoren en -variabelen die volgens Mikkers complexiteit moeten vatten. ‘De variabelen voor complexiteit hebben we met behulp van machine learning gekozen, de zogeheten “dubbele lasso procedure van Belloni”. In dit onderzoek hebben we gekeken welke van de marktmacht-indicatoren belangrijk zijn in het verklaren van onze afhankelijke variabele. Met andere woorden: welke methode werkt het best? Het model verklaart bijna 90 procent van de variatie in de samengestelde prijsindex.’

Drie ziekenhuizen duurder dan verwacht

Mikkers laat een plaatje zien met op de x-as de marktmacht en op de y-as de zogeheten ‘mark-up’. De mark-up laat zien hoeveel de waargenomen prijs uitstijgt boven een door het model voorspelde prijs wanneer marktmacht geen rol speelt. Drie ziekenhuizen in het kwadrant rechtsboven springen eruit. Zij behoren tot het kwart ziekenhuizen met de meeste marktmacht. Zij hanteren prijzen die meer dan 10 procent boven de voorspelde prijs liggen op basis van het ‘model-Mikkers’. ‘Dit verschil tussen de voorspelde prijs en de samengestelde prijsindex is deels onverklaard, en is deels te verklaren door hun marktmacht volgens ons model.’ Mikkers weet niet om welke ziekenhuizen het gaat. ‘Dat is voor het wetenschappelijk onderzoek niet nodig.’

Misbruik marktmacht?

Zijn de bevindingen een sterkte aanwijzing voor misbruik van marktmacht? Dat is volgens Mikkers prematuur, want daar richt het onderzoek zich niet op. Of er echt sprake is van misbruik van marktmacht, zal nader onderzoek moeten uitwijzen. De NZa kan zulk onderzoek initiëren op grond van ‘aanmerkelijke marktmacht’. Daarover beslist binnen de NZa de afdeling toezicht en handhaving, maar die is nog niet op de hoogte omdat het onderzoek nog niet helemaal is afgerond. De bevoegdheid om op grond van aanmerkelijke marktmacht op te treden, gaat met de beoogde wetswijziging van de Wmg overigens naar de ACM.

Geen meerwaarde ziekenhuisfusies

Eerder op het symposium heeft fusie-expert Martin Gaynor een somber beeld geschetst van de steeds verdergaande concentratie van marktmacht in Amerika. Falende markten, gedomineerd door hele grote fusieziekenhuizen, leiden soms tot prijsstijgingen van 10 tot 60 procent. De verhoging van de prijzen vormen de belangrijkste motor voor de stijging van de zorguitgaven in Amerika. Dat fusies in Nederland niet leiden tot betere zorg of meer efficiency, concludeerde de ACM eerder dit jaar. Ron Kemps van de ACM gaf donderdag 14 juni een toelichting op dit onderzoek. Anne-Fleur Roos concludeerde in haar onderzoek dat kleine zorgverzekeraars er beter in slagen om na een ziekenhuisfusie de prijzen in de hand te houden dan de dominante zorgverzekeraars. De grote verzekeraar moet een prijsstijging van 11 procent toestaan bij heupoperaties, terwijl een kleine verzekeraar na de fusie juist minder betaalde. De toezichthouders ACM en NZa hebben eerder al laten weten fusies strenger te beoordelen.

2 REACTIES

  1. Wat heel lastig mee te nemen is in dit soort onderzoeken is de invloed van juiste tijdig en vooral volledige registratie van de ziekenhuizen. Er zijn ziekenhuizen die minder registreren dan ze doen. Meestal ligt dit aan de aloude cultuur waarin zaken gedaan worden zoals jaren (soms decennia) geleden. Zij moeten wel duurder worden per geregistreerd product om rond te kunnen komen. Ik ben benieuwd hoe de onderzoekers hier mee om gaan.
    Ook zijn er ziekenhuizen die juist de registratie en ook aanbodsturing van zorg iets te veel geoptimaliseerd hebben. Tijdelijk voordeel, want hun prijzen zullen omlaag moeten om niet jaren achtereen te veel financieel resultaat te hebben.

  2. Lees alle reacties
  3. Ik plaats toch wel enige kanttekeningen bij dit onderzoek. Het onderzoek is gebaseerd op cijfers uit het jaar 2013. We weten natuurlijk dat we sinds 2012 te maken hebben met de DOT-systematiek en dat er sinds 2013 behoorlijk veel beweging is geweest in de gehanteerde prijsstellingen. In 2012 werden door de zorgverzekeraars zogenaamde sluittarieven gehanteerd, een soort van vertrekpunt voor verdere verfijning van het te hanteren prijsbeleid. Een proces dat jaren heeft geduurd en nog steeds niet volledig is uitgekristaliseerd.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.