Geloofwaardigheid van de aanpak wachttijden ggz staat op het spel’

De ggz functioneert op essentiële punten nog steeds niet naar behoren. Daaronder lijdt een aanzienlijke groep cliënten en naastbetrokkenen. Dat stelt patiëntenkoepel MIND, naar aanleiding van het debat dat donderdagmiddag in de Tweede Kamer wordt gehouden over de stand van zaken in de ggz.

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Ggz Emergis slaat alarm

In een brief naar de Tweede Kamer geeft MIND Landelijk Platform Psychische Aandoening voorbeelden die de ernst van de problemen in de ggz illustreren.

Aanpak de wachttijden

Sinds medio 2017 liggen er afspraken met de sector om de wachttijden in de ggz terug te dringen. ‘De cijfers laten echter nog steeds geen verbetering zien, zo’n anderhalf jaar na de eerste afspraken nemen de wachttijden zelfs nog toe. MIND vindt dit echt onacceptabel’, aldus directeur Marjan ter Avest. ‘De geloofwaardigheid van de aanpak wachttijden staat op het spel’. Ter Avest meldt dat er in verschillende regio’s nog te weinig initiatieven worden genomen om de wachttijden terug te dringen. Tevens komen taskforces wachttijden niet of slechts zeer moeizaam tot stand, omdat lokale of regionale organisaties geen medewerking verlenen. ‘Wil de aanpak van de wachttijden geloofwaardig blijven, dan zullen de komende maanden concrete resultaten geboekt moeten worden’. Zo zou er volgens de patiëntenkoepel onder andere meer expertise en betere hulp aan het begin van het traject moeten komen, zodat cliënten snel weten waar zij aan toe zijn en op het goede spoor worden gezet. Tevens moet er tijdig bijgecontracteerd worden door zorgverzekeraars, waar wachttijden ontstaan als gevolg van budgetplafonds. ‘Het is de primaire opdracht van zorgverzekeraars om aan hun zorgplicht te voldoen. Het is daarom onacceptabel als zij aanbieders dwingen om nee te verkopen aan mensen die wachten op een behandeling. MIND roept de Staatssecretaris en de landelijke partners in de vervolgaanpak wachttijden dan ook op om de druk op de ketel te houden. Zorgaanbieders mogen zich niet langer onttrekken aan regionale samenwerking en zorgverzekeraars mogen zich niet langer onttrekken aan hun zorgplicht.’

Mensen met een complexe zorgvraag

Tevens blijkt dat juist mensen met een complexe, zware zorgvraag in de ggz het slechtst geholpen worden. ‘Het is uitzonderlijk en veelzeggend dat het SCP, de Nationale Ombudsman en de Algemene Rekenkamer op basis van eigen rapporten hierover een gezamenlijke noodkreet hebben laten horen’, aldus Ter Avest. ‘Bij MIND melden zich dan ook regelmatig cliënten met een complexe zorgvraag die ten einde raad zijn. Goede hulp voor mensen met een complexe zorgvraag moet binnen het ggz-beleid daarom meer prioriteit krijgen.’ Volgens de koepel moeten mensen met complexe ggz-problematiek meer gebruik kunnen maken van onafhankelijke cliëntondersteuning en casemanagement. ‘Tot nu toe komt de ggz-doelgroep nauwelijks terug in het programma cliëntondersteuning van minister De Jonge’. Tevens moet er volgens MIND een sluitende casusaanpak in elke regio komen, om te voorkomen dat mensen nog langer tussen wal en schip vallen. ‘Regionale partijen moeten gezamenlijk afspraken maken over samenwerking en regie bij complexe casuïstiek. Als een cliënt toch dreigt vast te lopen in het systeem, moet er een doorzettingsmacht zijn die een oplossing forceert in het belang van de cliënt’, meldt de directeur.

Dwang en drang

Daarnaast laten de cijfers van de IGJ zien dat er een toename is van het aantal meldingen over de aanvang dwangbehandeling en middelen of maatregelen. Zo waren er in 2016 11.270 unieke meldingen en in 2018 12.370 unieke meldingen. Deze stijging zie je ook terug als je kijkt naar de meldingen van separatie. Hier kamen in 2016 650 meldingen over binnen bij de Inspectie en in 2017 730 meldingen. ‘MIND maakt zich grote zorgen over deze stijging. Gedegen onderzoek doen naar de stijging en gericht tegenmaatregelen nemen is nu niet mogelijk omdat de aanlevering van de Argus data stil is komen te liggen. Volgens Staatssecretaris Blokhuis biedt de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, die in 2020 van kracht wordt, grondslag voor het publiceren van de gegevens. Ook lijkt volgens de Staatssecretaris de voorgenomen wijziging van de Gezondheidswet juridisch de aangewezen weg om de openbaarmaking te regelen. Deze wet biedt namelijk op de mogelijkheid om op grote schaal gegevens openbaar te maken, maar er zou wel een algemene maatregel van bestuur voor moeten worden geregeld’, aldus Ter Avest.

Transparantie over dwang

Gezien de stijging vindt MIND dat er voor de korte termijn meer transparantie over dwang moet komen. ‘Het leek erop dat Stichting HIC over 2017 onderzoek kon doen naar de mate en aard van dwang per instelling. Nu blijkt dat er toch veel weerstand bij aanbieders is om hierin te participeren. Wij hebben geen begrip voor de aanbieders die hierin nog steeds geen beweging maken, omdat er sinds 2012 geen goed onderzoek is gedaan. Gezien het feit dat VWS ook SUPRANET GGZ subsidieert waarin aanbieders gegevens aanleveren rondom suïcide en dit wordt geanalyseerd, zou het ook mogelijk moeten zijn dit op een zelfde manier te organiseren voor gegevens en analyses rondom dwang. Bovendien laat de stijging van cijfers rondom dwang zien dat er meer urgentie nodig is om dit probleem aan te pakken.’

1 REACTIE

  1. ik word telkens doorverwezen en daardoor sta ik al drie jaar in de wacht. Ik heb geen kracht meer om geduld op te brengen. Het lijkt alsof het GGZ systeem eigenlijk gewoon failliet is. Door al dat wachten loop ik serieuze schade op en de moed zakt me in de schoenen. Ik had al lang vooruitgang kunnen boeken als er meteen behandeling was opgestart. Voor mij functioneert dit systeem niet meer en ik zie niet dat dit gaat veranderen.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.