Jeugdregio’s stellen convenant woonplaatsbeginsel op

Niet de administratieve lasten, maar de continuïteit van zorg en betaling van aanbieders van jeugdzorg moeten voorgaan. Dat is wat de 42 jeugdregio’s (de J42) hebben afgesproken in een convenant dat geldig is tot het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet wordt herzien.
VerdelingGeld-AdobeStock-400.jpg
Foto: AdobeStock

De gemeenten in de jeugdzorgregio’s merken dat er zich in de praktijk regelmatig problemen voordoen bij de uitvoering van het woonplaatsbeginsel. Die bepaalt wie er verantwoordelijk is voor de financiering van de zorg van een jongere. Volgens de J42 doen er zich vooral problemen voor wanneer een gezin of een kind verhuist naar een andere gemeente, terwijl de hulpverlening al is gestart. Dan komt het voor dat de gemeente waarin het kind terecht komt de jeugdhulp niet wil betalen, omdat er bijvoorbeeld geen contract is met de aanbieder of omdat de gemeente een andere aanpak heeft. Volgens de J42 is dit een probleem, omdat de hulpverlening dan wordt stopgezet en de aanbieder lopende hulp soms niet krijgt vergoed. 

Gezaghebber bij woonplaatsbeginsel
Daarnaast is het in sommige gevallen onduidelijk welke ouder gezaghebbend is, merken de gemeenten in de praktijk. Wanneer ouders bijvoorbeeld zijn gescheiden, komt het voor dat ze het er niet over eens kunnen worden wie het gezag heeft over de kinderen. Maar ook gemeenten kunnen erover van mening verschillen. Dat leidt ertoe dat het zorgtraject van een kind tijdelijk wordt opgeschort of dat een aanbieder niet betaald krijgt voor de zorg die hij levert. De afspraken in het nieuwe convenant zorgen ervoor dat gemeenten, ook als er onduidelijkheid is over het gezag of als een kind is verhuisd, gezamenlijk regelen dat de zorg niet wordt onderbroken en dat zorgaanbieders betaald krijgen voor hun werk.

Financiële problemen door woonplaatsbeginsel
Eerder dit jaar trokken gemeenten al aan de bel vanwege regels rondom woonplaatsbeginsel met betrekking tot kinderen die voogdij krijgen of in een instelling moeten worden opgenomen. In sommige gemeenten bevinden zich relatief veel instellingen, waardoor zij veel zorg moeten financieren. Een aantal gemeenten raakte daardoor in 2016 financieel in de problemen, omdat zij het budget voor jeugdzorg door het woonplaatsbeginsel soms flink moesten overschrijden. Volgens de J42 zijn er daardoor nu gemeenten die twijfelen of ze wel een nieuwe jeugdhulpinstelling binnen hun grenzen willen vestigen. Bovendien zouden gemeenten die zelf geen zorg met verblijf aanbieden jongeren deze vorm van zorg sneller toewijzen, omdat een andere gemeente daardoor verantwoordelijk wordt voor de kosten. Op dit moment zijn vooral in het oosten van het land veel jeugdzorginstellingen. Hoewel het ministerie verwacht dat ook in het westen meer behandelplekken zullen ontstaan, lijkt dat tot nu toe nog niet te gebeuren. Daardoor lopen de wachttijden bij de instellingen die er zijn op.

Herziening woonplaatsbeginsel
Staatssecretaris Van Rijn liet in februari weten dat hij een aanpassing van het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet onderzoekt. Daarbij zouden de BRP-gegevens van een kind leidend worden in de financiering. Bij kinderen die zorg met verblijf krijgen wordt de gemeente waar het kind het laatst heeft gewoond leidend, in plaats van de gemeente waarin de zorginstelling zich bevindt. Daarnaast zou bij de herziening van het woonplaatsbeginsel ook worden bepaald dat het jeugdwetbudget objectief wordt verdeeld, in plaats van volgens het verdeelmodel dat nu wordt aangehouden. De wijzigingen moeten voor 1 januari 2019 worden doorgevoerd. De afspraken in het convenant moeten de tijd tot de herziening overbruggen.

Dossier geestelijke gezondheidszorg
Dossier met nieuws, opinie en achtergrond over de geestelijke gezondheidszorg (ggz). De artikelen gaan onder andere over de diverse zorgorganisaties, beddenreductie, e-health en de bekostiging. Lees meer.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.