In een recent vonnis van de rechtbank Noord-Nederland (ECLI:NL:RBNNE:2025:3761) oordeelde de rechter, onder verwijzing naar de dossierplicht uit hoofde van artikel 7:454 BW, dat de aard van de gegevens bepalend is voor de vraag of deze onderdeel vormen van het patiëntendossier. In het bijzonder is daarbij maatgevend of de gegevens een goede hulpverlening dienen.
Het ziekenhuis stelde in dit geval dat interne communicatie geen onderdeel uitmaakt van het dossier. De rechter verwierp dit standpunt. Volgens de rechter kunnen alle door hulpverleners gehanteerde vormen van registratie van patiëntgegevens onderdeel van het dossier uitmaken. Daarbij is niet bepalend op welke wijze de gegevens zijn opgeslagen en of dit in één of verschillende systemen is gebeurd. De gegevens behoren tot het dossier als ze de hulpverlening aan de patiënt ten goede komen. Daarbij hoeven gegevens niet meerdere malen te worden opgeslagen in het dossier.
Het uitgangspunt zoals gehanteerd door de rechter kan in de praktijk problemen geven. Elektronische patiëntendossiers (epd’s) zijn immers bedoeld om alle voor de hulpverlening relevante patiënt-/cliëntinformatie op één plaats bij elkaar te brengen. Indien interne communicatie via andere systemen, dus buiten het epd om, tevens relevante gegevens zou bevatten voor de hulpverlening aan de patiënt, dan zou dit betekenen dat hulpverleners deze interne communicatie steeds zouden moeten (kunnen) filteren op relevantie. Dit lijkt ons onwerkbaar en onwenselijk.
In rechtspraak betreffende privacybescherming (artikel 35 Wpg; thans artikel 15 AVG) is bovendien eerder overwogen dat het inzagerecht zich niet uitstrekt tot interne notities die de persoonlijke gedachten van medewerkers van de verwerkingsverantwoordelijke bevatten en die uitsluitend bedoeld zijn voor intern overleg en beraad (onder andere ECLI:NL:GHAMS:2012:BV2565; zie ook ECLI:NL: PHR:2018:45). Deze laatste benadering sluit ons inziens beter aan bij de medische wereld, wat uiteraard niet wegneemt dat alle voor de hulpverlening relevante informatie steeds in het epd dient te zijn opgenomen en dat daarop dient te worden toegezien. We wijzen in dat kader volledigheidshalve ook op de uitspraak van het Europese Hof van Justitie uit 2023 (ECLI:EU:C:2023:811).
Door: Rankie ten Hoopen en Judith Wintgens-van Luijn, advocaten Boels Zanders

