Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Terecht: Inzagerecht medisch dossier

Judith Wintgens-van Luijn
Rankie ten Hoopen
Rankie ten Hoopen is advocaat bij de teams Zorg en Privacy van Boels Zanders Advocaten in Maastricht. Daarnaast is zij docent Gezondheidsrecht aan de Universiteit Maastricht.
Hulpverleners zijn verplicht een patiëntendossier bij te houden voor de kwaliteit en de continuïteit van de zorgverlening. Het dossier is daarnaast van belang als een hulpverlener zich moet verantwoorden, bijvoorbeeld als een patiënt een medische fout vermoedt. Het dossier is dan behalve voor de patiënt zelf, via zijn recht op inzage/afschrift, ook voor de hulpverlener relevant voor zijn verweer. Dit dossier moet dan wel juist én compleet zijn.
Illustratie TeRecht ZVM07
Illustratie: Pluisproducties

In een recent vonnis van de rechtbank Noord-Nederland (ECLI:NL:RBNNE:2025:3761) oordeelde de rechter, onder verwijzing naar de dossierplicht uit hoofde van artikel 7:454 BW, dat de aard van de gegevens bepalend is voor de vraag of deze onderdeel vormen van het patiëntendossier. In het bijzonder is daarbij maatgevend of de gegevens een goede hulpverlening dienen.

Het ziekenhuis stelde in dit geval dat interne communicatie geen onderdeel uitmaakt van het dossier. De rechter verwierp dit standpunt. Volgens de rechter kunnen alle door hulpverleners gehanteerde vormen van registratie van patiëntgegevens onderdeel van het dossier uitmaken. Daarbij is niet bepalend op welke wijze de gegevens zijn opgeslagen en of dit in één of verschillende systemen is gebeurd. De gegevens behoren tot het dossier als ze de hulpverlening aan de patiënt ten goede komen. Daarbij hoeven gegevens niet meerdere malen te worden opgeslagen in het dossier.

Het uitgangspunt zoals gehanteerd door de rechter kan in de praktijk problemen geven. Elektronische patiëntendossiers (epd’s) zijn immers bedoeld om alle voor de hulpverlening relevante patiënt-/cliëntinformatie op één plaats bij elkaar te brengen. Indien interne communicatie via andere systemen, dus buiten het epd om, tevens relevante gegevens zou bevatten voor de hulpverlening aan de patiënt, dan zou dit betekenen dat hulpverleners deze interne communicatie steeds zouden moeten (kunnen) filteren op relevantie. Dit lijkt ons onwerkbaar en onwenselijk.
In rechtspraak betreffende privacybescherming (artikel 35 Wpg; thans artikel 15 AVG) is bovendien eerder overwogen dat het inzagerecht zich niet uitstrekt tot interne notities die de persoonlijke gedachten van medewerkers van de verwerkingsverantwoordelijke bevatten en die uitsluitend bedoeld zijn voor intern overleg en beraad (onder andere  ECLI:NL:GHAMS:2012:BV2565; zie ook ECLI:NL: PHR:2018:45). Deze laatste benadering sluit ons inziens beter aan bij de medische wereld, wat uiteraard niet wegneemt dat alle voor de hulpverlening relevante informatie steeds in het epd dient te zijn opgenomen en dat daarop dient te worden toegezien. We wijzen in dat kader volledigheidshalve ook op de uitspraak van het Europese Hof van Justitie uit 2023 (ECLI:EU:C:2023:811).

Door: Rankie ten Hoopen en Judith Wintgens-van Luijn, advocaten Boels Zanders

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.