Marjanne Sint verheugt zich op voorzitterschap STZ

[Exclusief] Eind januari neemt Marjanne Sint na zeven jaar afscheid als bestuursvoorzitter van Isala. Daarna bouwt ze af, dat wil in haar geval zeggen dat ze op 1 april als voorzitter van de Stichting Topklinische Ziekenhuizen begint. Na een kleine adempauze, zij het dat ze op 7 februari al wel naar de STZ-vergadering gaat.
Marjanne Sint verheugt zich op voorzitterschap STZ

Waarom ben je nu gestopt?

‘Bij mijn aantreden had ik mij voorgenomen om Isala naar het nieuwe ziekenhuis te brengen. Dan is dit een tamelijk natuurlijk eindpunt, ook omdat ik dit jaar 65 word. De hele organisatie zit nu bij elkaar onder één dak, daarmee gaat er een nieuwe fase in. Rob Dillmann neemt het stokje over. Ik vond 20 januari een betere datum om afscheid te nemen omdat iedereen aan het eind van het jaar zo druk is. Wat er bij mijn afscheid gaat gebeuren, wordt goed geheim gehouden. Ik ben geen deel van die plannen: ha, ha, dat is heel moeilijk voor mij.’

Wat ga je doen?

‘Twee dagen per week ben ik voorzitter van de STZ. Daarnaast blijf ik lid van de RVZ en houd ik mijn commissariaten. Ik ben in gesprek voor twee nieuwe commissariaten, allebei in de gezondheidszorg. Meer kan ik daar nog niet over zeggen. Ook ben ik net in de raad van advies van het DICA aangetreden. Meteen in de rvt van een ander groot ziekenhuis gaan zitten, vond ik niet handig. Tegen sommige dingen heb ik nee gezegd, die lagen te ver weg van mijn belangstelling.’

Waarom?

‘Ik heb mijn hart verloren aan de gezondheidszorg. Daar wil ik actief in blijven, alleen niet meer in zo’n hectische baan als bestuurder. Ik verheug me erop om me meer met de inhoud bezig te gaan houden, tot nu toe was ik natuurlijk vooral met de bedrijfsvoering bezig.’

Waarom de STZ?

‘Ik kan daar heel veel doen op basis van inhoudelijke interesse. Omdat ik een andere positie heb. Het is de enige vereniging waarvan zowel medisch specialisten als bestuurders lid zijn. Bij vergaderingen zie je vaak van elk ziekenhuis een stafvoorzitter en een bestuurder. Vanaf 2015 doet de geïntegreerde bekostiging haar intrede in de ziekenhuizen. Een heel relevant vraagstuk, waaraan ik nu een bijdrage kan leveren zonder dat ik het zelf hoef op te lossen.’

Wat is jouw unieke bijdrage?

‘Er komen twee mooie dingen samen: onlangs is het RVZ-advies Governance in de zorg uitgebracht. Het pleidooi van de RVZ was: zoek naar die kwaliteitsindicatoren die draagvlak hebben bij medisch specialisten zelf. Hierbij is het ongelofelijk belangrijk dat de medische staf zich committeert aan de kwaliteitsindicatoren. Het is de dood in de pot als kwaliteit wordt beschouwd als iets wat je moet afvinken. Van dat advies was ik de trekker en het is natuurlijk geen toeval dat daarin mijn gedachten weerklinken. Ik breng daar mijn ervaring in mee. Dat landt dan weer in de Haagse arena.’

Zorgverzekeraars hebben nu allemaal hun eigen kwaliteitssystemen, wat vind je daarvan?

‘Als iedereen zijn eigen indicatoren hanteert, komen we niet verder. Het rijk heeft het kwaliteitsinstituut opgericht, laat dat zich dan ook bezig houden met het standaardiseren van kwaliteitsindicatoren die worden gedragen door het veld. We moeten uitkijken dat het geen kip-ei-discussie wordt. Alle partijen zullen met elkaar om tafel moeten. Uiteindelijk hebben we allemaal een gemeenschappelijk belang. Als zorgverzekeraars willen concurreren, zijn er genoeg andere factoren waarop dat kan.’

Er ontstaan steeds grotere, bestuurlijke eenheden in de zorg. Is dat een gunstige ontwikkeling?

‘Het is onvermijdelijk. Mensen die denken dat de toekomst is aan allemaal kleine ziekenhuisjes: dream on. Er zijn voordelen. Door schaalgrootte krijgen zorginstellingen voldoende adherentie om hun behandelingen kosteneffectief uit te voeren. Investeringen zullen steeds groter worden. Er is één ding heel duidelijk: wat in de Verenigde Staten state of the art is, komt hier ook.

Er is ook een nadeel: hoe groter de eenheid, hoe groter het risico dat je als bestuur “loszingt” van het primaire proces. Bestuurders moeten goed nadenken hoe ze dit ondervangen. Een bestuur moet zichzelf blijven voeden, de kanalen openhouden en voeling houden met het veld en de mensen op de werkvloer.’

Houd je nog wel vrije tijd over straks?

‘Een van de dingen die ik me heb voorgenomen, is meer tijd te maken voor mijn kinderen en kleinkinderen. En ik hoop meer tijd te kunnen besteden aan mijn hobby fotografie. Ik ben de huisfotograaf van de familie en ik maak foto’s tijdens reizen. Als ik straks meer tijd heb wil ik me graag richten op straatfotografie.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.