Onderzoekers: ‘Overschotten sociaal domein vragen om meer nuance’

Gemeenten hebben in 2015 geld overgehouden op het budget voor sociaal domein, maar het hoe en waarom ligt genuanceerder dan eerder werd gemeld. Dat schrijven onderzoekers van Cebeon en AEF in twee losstaande rapporten.
Fotolia-overschot400.jpg
Foto: Fotolia

In mei 2016 kwam uit een onderzoek van Binnenlands Bestuur en de NOS naar voren dat de meeste Nederlandse gemeenten in 2015 geld overhielden op het zorgbudget. In totaal bleef er volgens de twee partijen 310 miljoen euro over op de Wmo. Dat leidde tot veel verontwaardigde reacties, onder meer van de Patiëntenfederatie, FNV en ANBO. Het CBS berekende in oktober dat gemeenten 1,2 miljard overhielden op het budget voor zorg- en jeugdtaken, per saldo 800 miljoen euro. De VNG zei dat gemeenten terecht zuinig hebben begroot, omdat er lange tijd onduidelijkheid was over het budget en de aantallen cliënten. De vereniging van gemeenten liet weten dat het overgebleven geld gereserveerd werd voor zorguitgaven op een later moment.

Onderzoeken gedaan
Twee onderzoeken, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en VWS, bevestigen dat laatste beeld. Het eerste is van Cebeon, dat op verzoek van Binnenlandse Zaken onderzoek deed onder ruim 220 gemeenten. Hoewel die het beeld bevestigen dat er per saldo ongeveer 800 miljoen euro is overgebleven in het sociaal domein, klopt het volgens Cebeon niet dat dit geld enkel uit het budget van 2015 komt. ‘De achterblijvende realisaties houden verband met een ‘erfenis’ uit eerdere jaren (saldi op oude taken), scherpere inkoop en verantwoording van zorg en ondersteuning, en tijdelijke effecten van de transitie, schrijven de onderzoekers. Daarnaast mogen rekeningen over het sociaal domein nog tot drie jaar na dato worden ingediend en houden gemeenten daar rekening mee in het budget, schrijven de onderzoekers. ‘Het overgrote deel van de middelen blijft binnen het sociaal domein beschikbaar om toekomstige lastenstijgingen en budgetreducties te kunnen opvangen. Ook gebruiken gemeenten deze middelen om te investeren in de vernieuwing van het sociaal domein en is een deel bestemd voor de eindafrekening van nakomende facturen.’

Inkomsten sociaal domein verkeerd geïnterpreteerd
Ook de onderzoekers van AEF onderzochten de budgetoverschotten, zij deden dat voornamelijk op basis van de cijfers. Maar zij constateren dat de bedragen die eerder door onder meer het CBS werden genoemd voortkomen uit de onjuiste interpretatie van een vergelijking. ‘Belangrijkste reden hiervoor is dat de getallen die door het CBS als ‘inkomsten voor het sociaal domein’ geïnterpreteerd zijn, de gesuggereerde lading niet dekken. Het gaat niet om daadwerkelijke inkomsten, maar om bedragen die ontleend zijn aan de verdeelmodellen voor het sociaal domein in het gemeentefonds’, staat in het rapport te lezen. ‘Doordat voorafgaand aan 2015, met goede redenen, is gekozen om het onderhoud van de sociale clusters in de Algemene Uitkering uit te stellen, wijken de geraamde budgetten dusdanig af van de gemeentelijke realiteit dat het vergelijken ervan met uitgaven in het sociaal domein leidt tot een sterk vertekend beeld.   

Onzekerheid over sociaal domein
Daarnaast was 2015 voor veel gemeenten een onzeker jaar, stellen de onderzoekers van AEF. Ze hadden nieuwe verantwoordelijkheden en begrootten daardoor soms te hoog of te laag. Vooral op de Wmo hielden de gemeenten geld over, stellen de onderzoekers, terwijl er op participatie juist tekorten waren. Ook 2016 en 2017 vinden gemeenten nog onzeker, omdat niet alle knelpunten uit 2015 zijn opgelost. Daarom hebben ze volgens AEF het budget dat niet is uitgegeven, bewaard voor uitgaven in het sociaal in de komende jaren. ‘Gemeenten houden vooral specifieke reserves voor het sociaal domein aan in verband met onzekerheden en krimpende budgetten in verband met de macrokortingen de komende jaren.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.