Cliëntondersteuning moet beter: overheid, zorgkantoor én beroepsgroep aan zet

Een op de drie cliëntondersteuners ervaart dat hun onafhankelijkheid onder druk staat. Ook vinden de cliëntondersteuners zelf dat de kwaliteit van hun werk omhoog moet. De landelijke en gemeentelijke overheid zijn daarbij aan zet, evenals de zorgkantoren en de beroepsgroep zelf.

Cliëntondersteuning
Foto: Highwaystarz / stock.adobe.com

Dat blijkt uit onderzoek van de Christelijke Hogeschool Ede, dat werd uitgevoerd in opdracht van de Beroepsvereniging van Cliëntondersteuners (BCMB). Het recht op onafhankelijke cliëntondersteuning is sinds 2015 wettelijk vastgelegd in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Wet langdurige zorg (Wlz).

Urgentie

Dat onafhankelijke en kwalitatief goede cliëntondersteuning in het complexe zorglandschap hard nodig is, onderschrijven alle partijen. Bestuurslid Jeroen Willemsen van de BCMC heeft het idee dat de urgentie van de problematiek bij de verantwoordelijke minister Hugo de Jonge voldoende leeft. Hij verwijst daarbij naar de brief die de minister eerder deze week naar de Tweede Kamer stuurde.

0
242

Wilt u onbeperkt toegang tot de Zorgvisie Rapporten?

De Zorgvisie rapporten zijn exclusief voor onze Zorgvisie Compleet abonnees. Wilt u ook alle rapporten kunnen lezen? Meld u aan voor een Zorgvisie Compleet abonnement.

Heeft u al een Zorgvisie Compleet abonnement? Log dan hier in

Rapport informatie

Rapport naam:
Hoe waarderen cliëntondersteuners de ruimte voor autonomie en kwaliteit?
Sector:
Ouderenzorg
Soort:
Onderzoek / Wetenschap
Afkomst:
Christelijke Hogeschool Ede
Auteur:
Wim Dekker & Jan-Carel Vierbergen
Aantal pagina’s:
38
Samenvatting:

Cliëntondersteuners helpen hun cliënt de weg te vinden in het zorglandschap en behartigen hun belangen. Sinds 2015 is de cliëntondersteuning wettelijk geregeld in Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) en de Wet Langdurige Zorg (Wlz). Nu beide wetten drie jaar functioneren, heeft de Christelijke Hogeschool Ede bij cliëntondersteuners onderzocht hoe zij hun werk ervaren. Kunnen ze hun werk onafhankelijk doen? En wat vinden ze van de kwaliteit die ze kunnen leveren?

Onafhankelijkheid

Een derde deel van de respondenten geeft  aan dat hun onafhankelijkheid en professionele autonomie onder druk staan. Dat geldt zowel voor cliëntondersteuners die werken voor cliënten in de Wlz als voor hun vakgenoten die werken voor cliënten in de Wmo. De cliëntondersteuners moeten opkomen voor de belangen van de cliënt en die komen lang niet altijd overeen met de belangen van de financiers: de rijksoverheid in het geval van de Wlz en de gemeente in het geval van de Wmo.

Positionering in het werkveld

Cliëntondersteuners die werken voor cliënten in de Wlz ervaren bovendien dat bevoegdheden en mandaten knellen. Voor de tweede groep, die van cliëntondersteuners in de Wmo, is hun positionering in het werkveld vaak de spelbreker voor onafhankelijkheid. De helft van de cliëntondersteuners in de Wmo zijn verbonden aan een wijkteam en 15% van de Wmo-cliëntondersteuners geeft zelf beschikkingen af voor de cliënten die ze ondersteunen.

Kwaliteit

Het onderzoek richtte zich op verschillende kwaliteitsaspecten: wachttijden, levensbreed kunnen werken, vindbaarheid, de rol van vrijwilligers, de hanteerbaarheid van de ‘knip’ tussen Wmo en Wlz en de tijd voor de cliënt. Over de hele linie geven de respondenten zorgwekkende signalen af, maar ook wat de ervaren kwaliteit betreft zijn er verschillen tussen de Wlz en de Wmo-cliëntondersteuners. Zo vormen lange wachttijden in de Wmo een groter probleem en vinden in de Wlz meer cliëntondersteuners dat ze onvoldoende levensbreed kunnen werken (33%).

Vindbaarheid

De vindbaarheid van de cliëntondersteuners is slecht. Dat geldt zowel voor de Wmo als voor de Wlz. Volgens de Wmo-cliëntondersteuners komt dat vooral door de gebrekkige informatievoorziening. Slechts 18% beoordeelt die als voldoende. Voor de Wlz geldt dat zorgaanbieders en zorgkantoren cliënten veel actiever door kunnen verwijzen. Volgens de onderzoekers zouden met name de zorgkantoren daarin meer kunnen.

Tijd voor de cliënt

De respondenten denken verschillend over de vraag of cliëntondersteuning ook door vrijwilligers gedaan kan worden. Ze vragen zich over het algemeen wel af hoe de professionaliteit overeind kan blijven bij inzet van vrijwilligers. De ‘knip’ tussen de Wlz en de Wmo is nadelig voor de cliënt, zo geven de cliëntondersteuners aan. Slecht 13% vindt dat het nu goed is geregeld. Over de tijd die de cliëntondersteuners per cliënt te besteden hebben zijn de respondenten tot slot opvallend positief: acht van de tien vindt dat er voldoende tijd is.

Over het onderzoek

De CHE voerde het onderzoek uit in opdracht van de Beroepsvereniging van Cliëntondersteuners (BCMB). Aan het onderzoek werkten 213 cliëntondersteuners mee. Het onderzoek bestond uit een vragenlijst van 39 merendeels gesloten vragen. Voor een verdiepingsslag is er daarnaast een focusgroep gehouden met vier cliëntondersteuners.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.