Terugdringen gezondheidsverschillen vooral een taak voor eerstelijnszorg

Gezondheidsverschillen tussen verschillende bevolkingsgroepen, zoals laag- en hoogopgeleiden, zijn onacceptabel. De eerste lijn kan een belangrijke rol spelen om deze verschillen terug te dringen. Een persoonsgerichte integrale aanpak van zowel problemen als ziekten is daarbij cruciaal, stelt bijzonder hoogleraar Maria van den Muijsenbergh.

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
gezondheidsverschillen-achterstand-laagopgeleid

Hoe lager mensen op de maatschappelijke ladder staan, hoe hoger het risico op chronische ziekten en vroegtijdige sterfte. Laagopgeleide mensen gaan gemiddeld zeven jaar eerder dood en leven achttien jaar in een minder goede gezondheid dan hoger opgeleiden. Gezondheidsverschillen worden mede veroorzaakt door factoren als schulden, eenzaamheid en chronische stress. Juist de eerstelijnszorg kan een belangrijke bijdrage leveren om gezondheidsverschillen tussen diverse bevolkingsgroepen te helpen terugdringen. Dat stelt Maria van den Muijsenbergh in haar oratie bij aanvaarding van het hoogleraarschap Gezondheidsverschillen en persoonsgerichte integrale eerstelijnszorg.

Integrale aanpak

Een integrale aanpak die zowel aandacht aan persoonlijke als sociale omstandigheden besteedt – gecombineerd met goede en toegankelijke gezondheidszorg – blijkt effectief om gezondheidsachterstanden te verminderen, zegt Van den Muijsenbergh in haar oratie. Die integrale aanpak is overigens alleen succesvol als onderzoekers, zorgverleners en beleidsmakers samenwerken met de betrokken burgers, bijvoorbeeld via sleutelpersonen in de wijk of gemeenschap.

Huisarts, leer de weg kennen

Vooral de eerste lijn kan veel doen om gezondheidsachterstanden te verminderen bij mensen met een lagere SES, zegt de hoogleraar. Eerstelijns zorgverleners zien doorgaans al veel mensen uit de kwetsbare groepen en hebben aandacht voor de hele persoon, niet alleen voor de ziekte. Onder andere huisartsen doen er goed aan om daarbij meer aandacht te besteden aan samenwerking met andere organisaties in de wijk, zoals ggd en gemeente, vindt de hoogleraar. Door goede samenwerking komen mensen met bepaalde problemen namelijk sneller op het goede adres terecht. Het is dan ook belangrijk dat huisartsen de weg kennen naar schuldhulpverlening en naar sociale activiteiten in de wijk, aangezien factoren zoals (aanhoudende) schulden, eenzaamheid en chronische stress een aantoonbare negatieve wissel trekken op de gezondheid van mensen.

Communicatie afstemmen op opleidingsniveau

In haar oratie pleit Van den Muijsenbergh ook voor een betere communicatie door de zorgverleners met laagopgeleide mensen en laaggeletterden. Mensen hebben niet méér informatie nodig, stelt zij, maar juist informatie die beter op hen is afgestemd, inclusief behandelingsadviezen die goed op hun dagelijkse leven aansluiten.

Breed implementeren

Vanuit haar nieuwe leerstoel gaat Van den Muijsenbergh pilots in de wijk houden, waarbij gezondheidscentra steeds een ander aspect van persoonsgericht integraal werken uittesten. Hierbij wordt gekeken welke vormen van persoonsgerichte integrale zorg het beste werken en welke aantoonbare voordelen zij opleveren. Het doel is om de succesvolle pilots vervolgens breder te implementeren om gezondheidsverschillen steeds verder te kunnen terugdringen.

Lees het uitgebreide interview met Van den Muijsenbergh in het premiumartikel ‘Scharrelruimte geven vereist lef en vertrouwen van eerstelijns bestuurders’.

 

5 REACTIES

  1. Wat een rare kop boven dit artikel. Dat men iets kan of ergens een goede ingang heeft, wil nog niet zeggen dat men dan ook meteen een taak erbij heeft of moet krijgen. Verderop lees ik over oorzaken als stress, schulden, eenzaamheid. Dan denk ik: werkgevers, banken, verzekeraars, politiek hebben een taak. Maar met stelselwijzigingen als die van de Wmo zal ook capaciteit (budget, deskundigheid) moeten worden overgedragen. Samenwerking door huisartsen met andere organisaties gebeurt al volop, waar mogelijk. En communicatie met digibeten en laag-/andersgeletterden krijgt ook steeds meer aandacht. Als er nog tijd over is …

  2. Lees alle reacties
  3. Het is echt enorme onzit dat het terugdringen van gezondheidsverschillen vooral een taak van de eerstelijnszorg is. En dat de oplossing in het geven van informatie zit – wel afgestemd op het opleidingsniveau hoor – een een enorme onderschatting van dit diep en breed gewortelde maatschappelijke probleem. Een paar wortels graaf ik te verduidelijking even op. Wat te denken van de invloed van schulden. Wat is de rol van op kinderen gerichte marketing op het ontwikkelen van een voedselspatroon in balans. Hoe zit het met de kennis van de nederelandse dokter over voeding? Draagt de nederlandse wet- en regelgeving op het terrein van kinderopvang bij aan een jong gezin in balans? Hoe zit het met het verdwijnen van de middenbanen als gevolg van kunstmatige intelligentie en robotisering? Hoe zit het met het groen in uw wijk, het is nogal een uitdaging om in balans te komen als mens in een ontgroende omgeving. En zo kan ik nog wel even door gaan. Laten we het vraagstuk van de gezondheidsverschillen vooral niet eendimensionaal en gekaapt door nu dan de eerste lijn framen. Dat gaat hem niet worden. Een brede stimulerende aanpak van burgers, overheden, bedrijven, maatschappelijk instellingen (waaronder natuurlijk ook de eerste lijn) samen kan het verschil maken. In het programma Alles is Gezondheid wordt hier een impuls aan gegegeven. Ook bijvoorbeeld in de belende JOGG projecten. Een ander voorbeeld van een brede omgevingsgerichte aanpak is http://www.devitalerevolutie.nl

    Ronald de Meij
    Directeur Publieke Gezondheid Zeeland
    GGD Zeeland

  4. Ook wat mij betreft wordt de opdracht veel te snel en te veel bij de eerstelijns zorg gelegd. Vooral omdat, zoals mw. Van den Muijsenbergh zelf stelt, mensen niet méér informatie nodig hebben. Want iedereen die ervoor open staat weet toch dat slecht en veel eten en weinig bewegen slecht voor je gezondheid is? (En ik denk dat dat de hoofdmoot is, afgezien van roken en overmatig alcoholgebruik.) Dus ik mis het stuk eigen verantwoordelijkheid.

    Daar komt de vraag over de kosteneffectiviteit nog bij — wat kosten alle interventies die ze voorstelt, en wat leveren ze op? Je kunt wel heel makkelijk stellen dat gezondheidsverschillen niet meer mogen, maar de zorg in Nederland is al duur (al is ze ook zeer goed). Ik denk dat niemand zit te wachten op nog meer premiestijging, vooral omdat de financiële gevolgen van de vergrijzing grotendeels nog moeten komen.

    Ik stel een andere benadering voor: een korting op de zorgpremie(s) voor mensen met een goed voedings- en beweegpatroon. Dat zou af te lezen moeten zijn aan bepaalde biomarkers. Zie voor meer informatie https://gezondezorg.org/preventiebeleid.php#premiekorting.

  5. Er is niets tegen een integrale benadering van kwetsbare mensen in onze samenleving. Het is echter de vraag of de eerste lijn, die vaak nog georganiseerd is langs het medisch model, geschikt is om deze integrale aanpak te moeten coördineren. Sociaal-maatschappelijke verschillen lenen zich er niet voor om via (organisaties van) gezondheidszorg opgelost te worden.
    De huisarts kan in de spreekkamer wel als een soort antenne van problematiek fungeren, maar zal dan dit soort problematiek snel moeten kunnen verwijzen naar het juiste loket, waar dan ook adequaat ingespeeld wordt om tot een oplossing te komen. In de praktijk komt het nog te vaak voor dat burger en huisarts te lang moeten ‘leuren’ om geholpen te worden.
    Huybert van Eck,
    CarpeNexus

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.