Vervolgacties moeten zorgen voor verbetering casemanagement dementie

Uit onderzoek blijkt dat op het gebied van casemanagement dementie nog een hoop vooruitgang geboekt kan worden. Daarom zijn er onder meer door het ministerie van VWS een aantal vervolgacties opgesteld om de toegankelijkheid en kwaliteit van casemanagement dementie te verbeteren.

Minister Hugo de Jonge laat in een Kamerbrief weten dat goede kwaliteit van casemanagement dementie erg belangrijk is. ‘Om iemand met dementie zolang mogelijk thuis te laten wonen, is ondersteuning en begeleiding in de vorm van casemanagement een essentieel onderdeel van de zorg’, aldus De Jonge. ‘Het landelijk actieplan casemanagement heeft in 2016 en 2017 in kaart gebracht wat hiervoor nodig is – de vervolgaanpak moet ervoor zorgen dat er in de praktijk ook echt iets verandert. Om dit te bereiken moeten een aantal stappen worden doorlopen.’

Verbeterpunten

Voorheen kwam uit het onderzoeksrapportage ‘Een samenhangend beeld van dementie en dementiezorg’ onder meer naar voren dat er nog veel verbeterpunten te realiseren zijn op het gebied van casemanagement dementie. Zo is informatie over dementie en dementiezorg niet altijd vindbaar. De helft van de mantelzorgers geeft aan dat zij niet is gewezen op de mogelijkheid van casemanagement, terwijl er wel veel behoefte is naar iemand die de zorg coördineert en de mantelzorgers informeert. Tevens bestaan er in sommige regio’s wachtlijsten voor casemanagement. Volgens minister De Jonge moet dan ook het een en ander nog gebeuren. ‘Ik heb daarom samen met de voormalige actieplanpartijen besproken wat nodig is om de verandering ook echt voor de cliënt merkbaar te maken.’ In ‘Vervolgacties casemanagement‘ zijn doelen opgesteld die bereikt moeten worden om de toegankelijkheid en kwaliteit van casemanagement te verbeteren:

Doel 1. Iedere persoon die gediagnosticeerd wordt met dementie maakt (als dit passende zorg is) aanspraak op casemanagement
Zo wordt er onder meer in kaart gebracht of er nog regio’s zijn waar geen goed werkend dementienetwerk is. Indien nodig zal de regionale zorgverzekeraar hier actie op ondernemen.
Doel 2. Iedere persoon die gediagnosticeerd wordt met dementie (als dit nodig is) gewezen op casemanagement
Zo brengen partijen onder andere in kaart hoe het verwijzen naar en de aanmelding van casemanagement dementie verloopt en waar verbeterpunten zijn. De resultaten worden vervolgens in een landelijke workshop gepresenteerd.
Doel 3. De wachttijd voor casemanagement blijft binnen de treeknorm
Zo worden in regio’s met wachtlijsten verzekeraars en aanbieders aangesproken op het nakomen van de zorgplicht. Waar nodig wordt een individuele wachtlijstaanpak opgesteld.
Doel 4. Het geleverde casemanagement is van kwaliteit conform de (actuele) Zorgstandaard Dementie
Zo moeten onder meer implementatieadviseurs samenwerkende professionals gaan ondersteunen bij het oplossen van regionale vraagstukken.

De Jonge geeft aan de voortgang van deze acties ‘op de voet te blijven volgen’ en de partijen waar nodig bij uitvoering te ondersteunen. ‘Mensen met dementie hebben specifieke zorg- en ondersteuning nodig die aansluit bij hun persoonlijke situatie. Ik wil dat dit zoveel mogelijk wordt ingebed in het reguliere zorgaanbod’, aldus De Jonge.

Samenvatting

Een samenhangend beeld van dementie en dementiezorg

Uit de rapportage komt naar voren dat de mantelzorger van iemand met dementie over het algemeen de kwaliteit van de zorg – zowel thuis als in een verpleeghuis – als goed beoordeeld. Tevens heeft vrijwel iedere burger kennis van dementie en 61% van de algemene bevolking wil zelf een bijdrage leveren aan een dementievriendelijke samenleving.

Toch blijft er nog ruimte voor verbetering. Het aanbod aan zorg en ondersteuning sluit niet altijd aan bij de behoeften – zo hebben mantelzorgers meer behoefte aan informatie over dementie en over mogelijkheden voor zorg en ondersteuning. Mantelzorgers lijken onvoldoende bekend met bestaande mogelijkheden aan zorg en ondersteuning; zo worden zij lang niet altijd gewezen op hun recht op casemanagement. Daarnaast hebben mantelzorgers een grote behoefte aan dagopvang of andere dagbesteding voor hun naaste met dementie. De dagbesteding die momenteel wordt aangeboden lijkt niet altijd aan te sluiten op de interesses van mensen met dementie, waardoor ze er soms niet aan beginnen. Tevens duurt het vaak lang voordat bekend is hoe hoog de eigen bijdrage zal zijn.

Uit het rapport komt tevens naar voren dat dementie de ervaren identiteit en autonomie aanpast van diegene die eraan lijdt. Tevens heeft dementie tot gevolg dat iemands participatie in de maatschappij afneemt. Ook de maatschappelijke participatie van mantelzorgers vermindert, aangezien zij door hun zorgtaken minder tijd hebben voor sociale contacten en betaald werk. Desondanks beschouwen mantelzorgers het zorgen voor hun naaste in veel gevallen als iets positief.

Naar schatting zijn er momenteel in Nederland tussen de 254.000 en 270.000 mensen met dementie. Van hen is vijf tot tien procent jonger dan 65 jaar. Door de vergrijzing zal het aantal mensen met dementie tussen 2015 en 2040 mogelijk verdubbelen.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.