Zelfregie voor zieke medewerker

Medewerkers die reïntegreren, hoeven niet te starten met administratieve klussen. Zij mogen een cliënt kiezen met wie ze samen de zorg vormgeven. Dat is de insteek van een experiment van GGZ inGeest: zelfregie voor medewerker én cliënt. Een ambulant verpleegkundige en de interimmanager vertellen over deze herstelgerichte zorg.

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Re-integratie zieke medewerkers
Foto: Gustavofrazao/Stock.adobe.com
Carla Coenders, interim-manager bij GGZ inGeest

De interimmanager vertelt: Een zeer hoog ziekteverzuim bij de FACT-teams was het eerste dat mij opviel toen ik begon bij GGZ inGeest. Daarom ben ik gestart met gesprekken over de oorzaken hiervan met de zieke en gezonde werknemers. Werkdruk en ontevredenheid over de wijze waarop ze al hollend werkten zonder het gevoel te hebben het echte contact voldoende uit te kunnen bouwen, maakte hen ziek. Al dan niet in combinatie met persoonlijke omstandigheden. De zieke medewerkers waren nog steeds gemotiveerd voor de zorg en wilden hun vak geen vaarwel zeggen.

Herstelgerichte zorg

Re-integratie van zorgmedewerkers start meestal met eenvoudige administratieve taken. Een van de mensen zei me dat ze daartegen op zag: ze is niet in de wieg gelegd voor administratie. Nadat ik inspirerend verhaal hoorde over een herstelgerichte werkwijze ontstond de gedachte om de medewerkers anders te laten re-integreren, namelijk juist wel via de zorg.

Kies zelf een cliënt

De opdracht aan de langdurig zieken werd: Kies voor je re-integratie een cliënt met wie je wilt starten met en door zorg te leveren in plaats van over en voor. Jij geeft aan wanneer en welke patiënt je erbij kunt hebben. Je rapporteert de effecten op jou en de cliënt van deze wijze van zorgverlening in het team en samen ontwikkelen jullie het zorgverleningsproces. Het team kreeg de opdracht om goed te luisteren en geen druk uit te oefenen op de terugkerende werknemer.

Zelfregie voor medewerker en cliënt

Onder druk nemen medewerkers in de zorg gemakkelijk de verantwoordelijkheid voor de gezondheid van cliënten over. Dat  kunnen ze uiteraard niet waarmaken, waardoor ze ziek worden. Ze zijn verantwoordelijk voor de zorg, niet voor de gezondheid. Door als hulpverlener deze verantwoordelijkheid over te nemen, ontneem je onbedoeld de cliënt de zelfregie. Door alles met en door de cliënt te doen, heeft deze zicht op zijn eigen proces en ontlast je de medewerker. De medewerker krijgt zelfregie, de medewerker geeft de cliënt de zelfregie.

Betere zorg en beter balans

Als meer zorg verleend wordt met en door in plaats van over en voor de cliënt, heeft dat drie belangrijke voordelen. 1. De cliënt krijgt meer zicht op zijn ziekte en zijn ziekteproces. 2. De zorgverlener heeft na het cliëntcontact minder tijd nodig om zaken af te ronden. 3. Er is meer contacttijd met de cliënt. Kortom: Betere zorg en een betere balans tussen cliëntentijd en administratietijd.

Geen cliëntcontacten

Alette Beusink, ambulant verpleegkundige bij GGZ inGeest

De medewerker aan het woord. Nadat ik langdurig was uitgevallen, startte ik met re-integreren in mijn huidige werk als ambulant psychiatrisch verpleegkundige in een FACT-team. De bedoeling was dat ik zou beginnen met administratief werk: dus geen cliëntcontacten. Echter, ik kreeg de vraag voorgelegd of ik het zag zitten om weer met cliëntenzorg te beginnen, maar dan op een totaal andere manier. Ondanks dat ik nog niet aan cliëntenzorg moest denken, triggerde iets mij, en de week erop bespraken we het idee verder.

Aandeel cliënt

De insteek was dat ik, in plaats van de zorg voor de cliënt te doen, dit met de cliënt zou doen. Dus niet na afloop van een gesprek voor de cliënt een e-mail sturen om nog even iets te regelen, maar dit tijdens het gesprek met de cliënt doen. Rapportage net zo: niet na afloop een verslag door mij alleen, maar samen een verslag maken waarbij het aandeel van de cliënt net zo essentieel is. En dus ook: niet overleggen als de cliënt er niet bij is, iets waar wij als hulpverleners toch een handje van hebben en wat (helaas) al vroeg in onze loopbaan een gewoonte wordt.
Ik besloot in te stemmen met dit voorstel. Ik koos ervoor om te beginnen met een cliënt die ik voorheen al in mijn caseload had, en dus al kende.

Behandeling samen vormgeven

Aan het begin van ons gesprek besprak ik met hem het idee om zijn behandeling voortaan samen vorm te geven. Als voorbeeld noemde ik dat hij bijvoorbeeld kan aangeven om het gesprek buiten te laten plaatsvinden tijdens een wandeling, als hij dit prettiger vindt. Hij keek mij hierop bedenkelijk aan; vroeg ik dit nu om hem te testen? Hij was namelijk net met de psycholoog in gesprek geweest over het wel of niet doen van een autismeonderzoek. Zei ik dit nu om te kijken hoe hij reageerde, zodat ik samen met de psycholoog kon bespreken of het wel in het plaatje van autisme paste?
Gelukkig heb ik gelijk deze aanname kunnen weerleggen. Toch schrok ik er wel van. Want is dit wat de hulpverlening vaak doet en hoe de gemiddelde cliënt ons ziet? En is dit niet juist wat we willen veranderen, ten gunste van zowel de cliënt als onszelf? Gelukkig begreep hij het  en konden we erom lachen.

Een gelijkwaardig gesprek

In het verdere gesprek bespraken we wat hij wil in de behandeling: niks moet, het mag, hij heeft de regie. Hierop reageerde hij opgelucht: “Ik moet al zoveel, fijn dat ik nu even niks hoef”. Hierop volgde een open, gelijkwaardig gesprek waarin hij aangaf wat hij wilde bespreken. En zo ook de volgende afspraken. Een positief gevolg: miste hij voorheen nog wel eens een afspraak, nu komt hij iedere afspraak trouw en durft hij meer open te vertellen.

Samen het verslag schrijven

Gaandeweg volgden ook andere cliënten. Een van hen vertelde me deze werkwijze besproken te hebben met medecliënten in een psycho-educatiegroep. Hij had daar verteld dat hij altijd samen met mij zijn verslag schreef, en daardoor precies wist wat er in zijn dossier kwam te staan. Hij hoefde zich niet meer af te vragen wat zijn hulpverleners allemaal over hem opschreven. Zijn medecliënten hadden enthousiast gereageerd; zij zouden dat ook wel met hun hulpverlener willen doen.

Hulpverleners denken voor de cliënten

Deze woorden openden mijn ogen. Want dit is wat wij als hulpverleners vaak doen: wij denken voor de cliënten, schrijven over de cliënt, bedenken voor hem wat hij wellicht voelt, ervaart, wel of niet zou willen. Waarom moeten wij dit bedenken? Waarom kunnen we dit niet samen overdenken, bespreken, besluiten?
Het zit in ons. Wij zijn hulpverlener geworden omdat we willen helpen. Misschien willen we dit iets te graag? Waar ligt de grens tussen hulpverlenen en overnemen? Nemen we misschien al te veel over, terwijl dit nog helemaal niet nodig is?

Door deze houding belasten we onszelf onnodig. We nemen zaken op ons die niet bij ons horen. Met alle gevolgen van dien, helemaal als de caseloads groeien en de hulpvragen toenemen.

Meer rust in het hoofd

Ikzelf werk nu met meer rust. Is de cliënt weer naar huis, of ik weer naar kantoor, dan ‘mag’ ik niks meer. En doe ik dit wel, dan is dit altijd in overleg met de cliënt en met diens toestemming. Met als gevolg meer rust in mijn hoofd, meer ruimte in mijn agenda, meer duidelijkheid, vertrouwen en het gevoel van gelijkwaardigheid bij de cliënt. Met weer positieve gevolgen voor de behandelrelatie, en uiteindelijk hierdoor ook de behandeldoelen. Want is het echte contact van mens tot mens, niet hetgeen waar iedereen van groeit?

Door: Alette Beusink, ambulant verpleegkundige, en Carla Coenders, interim-manager en psycholoog.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.