Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

Ondernemerskansen met vervoer

In de overheveling van de extramurale AWBZ-begeleiding naar gemeenten liggen kansen voor zorgorganisaties. Kansen om vervoer en zorg beter op elkaar af te stemmen, cliënten beter te begeleiden, de concurrentiepositie te versterken en samen te werken met gemeenten.
Ondernemerskansen met vervoer

Vanaf 2014 valt het vervoer van en naar dagbestedingslocaties onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten. Deze kunnen er dan voor kiezen zorg in te kopen met vervoer, of zonder vervoer.
Als gemeenten zorg inkopen met vervoer, blijven de instellingen het vervoer naar de dagbesteding organiseren. Gemeenten zullen iets aan de kosten willen doen om de door het rijk reeds ingeboekte besparing te behalen. Voor instellingen betekent dit dat de kosten van vervoer flink aan belang winnen.
Kiezen gemeenten voor de tweede optie, dan ligt het voor de hand het AWBZ-vervoer samen te voegen met het Wmo-vervoer. Gemeenten voeren hun Wmo-vervoer vaak uit via een regiotaxisysteem, aangestuurd door provincie of (stads-)regio. Regiotaxi is echter niet bedoeld en ook minder geschikt voor het dagelijks vervoer van groepen personen met een beperking. Ook raken instellingen dan de directe aansturing kwijt op een onderdeel dat sterk van invloed is op het primaire zorgproces.

Nacalculatie vervalt

AWBZ-instellingen zijn primair gefocust op het leveren van goede zorg. Het is dan ook begrijpelijk dat veel zorginstellingen niet goed in beeld hebben hoeveel ritten hun cliënten per week maken, waarheen, volgens welke regeling en tegen welke kosten. Vaak gaart het om aanzienlijke vervoersstromen die desondanks geen prominente plek hebben op de begroting. In de financiering van de AWBZ zat dan ook geen sterke prikkel om kosteneffectief vervoer te organiseren.
AWBZ-cliënten ontvangen een vast bedrag per dag voor vervoer naar de dagbesteding. Meerkosten kunnen via nacalculatie voor 75 procent worden teruggevorderd bij het rijk. De nacalculatiemogelijkheid zal waarschijnlijk vervallen als gemeenten de kosten gaan vergoeden. Het ministerie van VWS heeft aangegeven dat de overheveling gepaard gaat met een ‘korting’ van 120 miljoen. Het is niet de bedoeling dat de gemeenten op dezelfde AWBZ-voet verder gaan. Gemeenten zullen het vervoer scherper moeten inkopen. En het vervoerzal vooral ook efficiënter moeten worden georganiseerd om aan de nieuwe eisen tegemoet te komen.

Effect op kwaliteit zorg

De uitvoering van vervoer van mensen met een beperking is gevoelig voor incidenten. Een goede kwaliteit is van groot belang, maar wordt niet altijd geboden.
Cliënten zijn het meest gebaat bij vastigheid en regelmaat; iedere dag hetzelfde voertuig en dezelfde chauffeur die zonder fratsen met dezelfde groep van A naar B rijdt. Ervaringen met regiotaxi leren dat deze dienstverlener daarin niet uitblinkt; wachttijden en omrijden vormen een flinke belasting voor de doelgroep.
Als zorgorganisatie zit je het liefst boven op het vervoer om te voorkomen dat cliënten én personeel te veel moeten wachten of dat een groep overstuur op bestemming aankomt. Ook na overheveling moet een instelling zorgen voor directe invloed op het vervoerproces en korte lijnen met de vervoerders.

Initiatief nemen

Op dit moment zijn nog veel gemeenten vooral bezig overzicht te krijgen van alle veranderingen die op hen afkomen. Het lijkt raadzaam dat zorgorganisaties zelf initiatief nemen om de dialoog met gemeenten over de toekomstige invulling van zorg, inclusief het vervoergedeelte, op te starten.
Als gemeenten in de toekomst de zorg inclusief vervoer inkopen, zullen zorgorganisaties hier een prijs voor moeten bepalen. De vervoerprijs kan zelfs een aspect worden waarmee een zorginstelling in de toekomst haar concurrentiepositie versterkt. Waarschijnlijk kan niet worden volstaan met het doorgeven van de huidige kosten.
Het kan zijn dat u nu mensen vanuit gemeente D, via gemeenten C en B naar dagbestedingslocatie A vervoert. Stel dat in de toekomst alleen gemeente D nog zorg mét vervoer afneemt. De rit van de personen uit gemeente D kan dan niet meer gecombineerd worden met die uit B en C waardoor de prijs toeneemt. Het is van belang nu inzicht te krijgen in de opbouw van de kostprijs van vervoer, om vanaf 2013 een enigszins reële prijs te kunnen aanbieden.

Actie

Om zich goed voor te bereiden op de komende ontwikkelingen kunnen zorgorganisaties drie dingen doen:

    1. Vervoer in beeld krijgen
    Het aantal ritten, de kenmerken en de kosten worden op een rijtje gezet. Bekeken wordt of alle mogelijke vergoedingen goed worden benut, of alle contracten helder en effectief zijn, welke knelpunten er zijn in de kwaliteit. De kosten per persoon per kilometer worden berekenend. Alle gegevens zijn vergelijkbaar gemaakt zodat een instelling kan sturen op locatie, groep of persoon.
    2. Vervoer onder controle krijgen
    Zorginstellingen die het vervoer goed hebben geregeld, hebben een bekwame vervoercoördinator en maken gebruik van praktische beheersoftware.
    3. Sturen op vervoer
    Een goede inkoopprocedure biedt ruimte voor verbeteringen en aanpassingen tijdens de looptijd van het contract. Intern is er vervoerbeleid ontwikkeld en er zijn heldere afspraken gemaakt met locaties en cliënten over de afwikkeling van het vervoer. Boeking en declaratie van ritten is geautomatiseerd. Op basis van analyse van vervoerstromen wordt continu gewerkt aan efficiencyverbetering.

Kosten besparen

De inkoop of aanbesteding van het vervoer is een belangrijk moment, maar zeker niet het enige moment om op kosten te besparen. Efficiënt organiseren, strak plannen en goed beheren van het vervoer kan altijd geld opleveren. Vaak komen uit een analyse onlogische vervoersstromen naar voren en kan de bezetting veel beter.

Bas Witte, adviseur doelgroepenvervoer en eigenaar van adviesbureau MOTION Mobiliteitsbeleid

Berber Bast

chef redactie Zorgvisie
Bekijk profiel

Gerelateerde tags

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden