Aantal aios met burnoutklachten neemt toe

Het aantal artsen in opleiding dat kampt met burnoutklachten is de afgelopen drie jaar met ruim 4 procent toegenomen. Iets minder dan eenvijfde van de aios scoort hoog op klachten als emotionele uitputting en depersonalisatie. Dit blijkt uit een enquête die De Jonge Specialist onder leden heeft gehouden.

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Zwangerschap en burnout
Life events zoals zwangerschap en kinderen krijgen zijn gerelateerd aan burnoutklachten.

Uit de enquête naar de gezondheid en arbeids- en opleidingsomstandgheden van jonge medisch specialisten, blijkt dat 18,8 procent van de respondenten (9XX) een verhoogde kans heeft op een burnout omdat zij hoog scoren op de Utrechtse Burn Out Schaal (UBOS). Een derde van deze hoogrisicogroep scoort hoog op emotionele uitputting, 34 procent op depersonalisatie en 12 procent scoort laag op persoonlijke betrokkenheid. Uit de enquête die De Jonge Specialist in 2015 hield bleek nog dat 14,7 procent van de respondenten tot de risicogroep behoorde. Tien jaar eerder zat dat percentage op meer dan 20 procent. Volgens de respondenten zijn de klachten toe te wijzen aan een te hoge werkdruk, te veel life events zoals het krijgen van kinderen, zwangerschap of verhuizing, een gebrek aan autonomie en persoonlijke eigenschappen zoals perfectionisme.

Verkorting opleiding

In een bericht in NRC schrijft De Jonge Specialist de stijging van het percentage tussen 2015 en 2018 toe aan de verkorting van de opleiding tot medisch specialist. De Federatie Medisch Specialisten (FMS) heeft in 2014 afspraken gemaakt met het kabinet waarin staat dat in 2022 80 procent van de aios de vervolgopleiding gemiddeld zes maanden sneller doorloopt. Eerder wilde het kabinet dat de opleiding standaard 1 tot 2 jaar korter zou worden, maar de FMS heeft dit tegenvoorstel neergelegd waarbij wordt gekeken naar het individuele studietempo van aios.

Arbeidstijden overschreden

Ook stelt de beroepsvereniging van jonge specialisten dat de afspraken op het gebied van arbeidstijden die de afgelopen jaren zijn gemaakt, in de praktijk niet consequent worden uitgevoerd. Uit de enquête blijkt dat er gemiddeld acht uur per week wordt overgewerkt zonder dat daar compensatie in tijd of geld tegenover staat. Eén op de zeve ondervraagden zegt regelmatig pauze te kunnen nemen tijdens het werk. Verder kan 15 procent van de aios aan het einde van de werkdag direct naar huis. Na een aanwezigheidsdienst kan minder dan 10 procent direct huiswaarts. Uit de enquête blijkt ook dat wanneer jonge dokters langdurig afwezig zijn door bijvoorbeeld ziekte of zwangerschap, er in 70 procent van de gevallen geen vervanging wordt geregeld. Vicky Soomers, bestuurslid van De Jonge Specialist en internist in opleiding in het Radboudumc: ‘Dat vinden we echt zorgelijk. Op deze manier worden de andere dokters extra belast, waardoor de kans nog groter is dat ook zij gezondheidsklachten krijgen. Wij vinden dat de werkgevers hun verantwoordelijkheid moeten nemen, zodat dokters op een veilige en gezonde manier kunnen werken.’

Trots en bevlogen

Uit de enquête van De Jonge Specialist blijkt ook dat ruim 95 procent van de aios trots is op het vak. Ook zijn jonge specialisten zeer bevlogen, ze scoren gemiddeld 4.1 van maximaal 5 op de Utrechtse Bevlogenheidsschaal (UBES). Het gemiddelde in Nederland is een 3.7. Ruim 68 procent van de respondenten vindt zichzelf een bevlogen arts en 78 procent noemt zichzelf een compassievol arts.

Aanleiding voor de enquête was de toename van het aantal meldingen bij het AIOS Meldpunt. Een groot deel van deze meldingen heeft te maken met dienstbelasting, roosters en uitval van a(n)ios. 958 respondenten vulden de enquête afgelopen voorjaar in, het merendeel van hen was a(n)ios en werkzaam op alle verschillende afdelingen van zowel lokale als academische ziekenhuizen.

 

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.