Maar sinds wanneer hoort geweld bij een beroep dat draait om zorg, compassie en toewijding?
Van frustratie tot fysiek geweld
Agressie in de zorg kent vele gezichten. Soms is het instrumenteel: doelgericht intimideren of dreigen om iets voor elkaar te krijgen. Soms is het frustratie-agressie: een uitbarsting van boosheid, verdriet of onmacht. En soms komt agressie voort uit een ziektebeeld, zoals bij psychoses, dementie of middelengebruik, waarbij communiceren nauwelijks mogelijk is.
Wie in een ziekenhuis of psychiatrische setting werkt, herkent al deze vormen. Het zijn geen uitzonderingen, maar terugkerende situaties. Zó vaak zelfs, dat het bijna normaal begint te voelen. Wanneer mijn kinderen thuis schouderophalend en lachend reageren op weer een verhaal over een bedreigende situatie, weet je dat er iets fundamenteel mis is: geweld is genormaliseerd.
De grens die steeds opschuift
In Nederland mag zorg niet worden geweigerd. Zelfs patiënten die een zogeheten ‘rode kaart’ krijgen – een tijdelijke ontzegging van opname – komen uiteindelijk toch weer binnen, desnoods via een ander ziekenhuis. De zorgplicht blijft.
Maar wat betekent dat voor de veiligheid van zorgmedewerkers? Waarom schuiven we het probleem door naar een collega-instelling, waar dezelfde ervaring zich waarschijnlijk herhaalt?
Nog zorgwekkender is dat er zelden aangifte wordt gedaan. Agressie wordt vaak verklaard vanuit het ziektebeeld van de patiënt. Psychose. Angststoornis. Dementie. En ja, ziekte kan gedrag beïnvloeden. Maar is dat voldoende reden om geweld niet te benoemen en niet te melden?
Zorgmedewerkers hebben begrip. Ze zien de wanhoop van familieleden, herkennen de onmacht, voelen medelijden. En dus schuiven ze grenzen op. Schelden wordt ’emotie’. Gooien met spullen wordt ‘frustratie’. Een duw wordt ’angst’.
Maar agressie blijft agressie.
Het probleem van onderrapportage
In theorie zouden we alles moeten melden. In de praktijk zouden we dan bijna permanent bij de meldbalie staan. De drempel is hoog: aangifte doen kost tijd, energie en levert administratieve rompslomp op. Bovendien leeft de angst dat het patiënten of familie voor vergelding komt en het ‘toch niets oplevert’.
Ik realiseer me nu dat ik in al die jaren nooit aangifte heb gedaan, terwijl ik herhaaldelijk met geweld te maken had. En dat geldt voor veel meer zorgverleners. Dat is dus geen individueel falen maar een systeemprobleem. Als zelfs de politie (vermoedelijk) niet zit te wachten op deze meldingen, wat zegt dat dan over hoe serieus we dit nemen?
Een maatschappelijk probleem
Als we accepteren dat geweld ’erbij hoort’, jagen we bevlogen professionals de zorgsector uit. En dat terwijl de zorg al kampt met personeelstekorten en toenemende druk.
Bezuinigingen maken dit alleen maar erger. Wat nodig is, is het tegenovergestelde: investeren in veiligheid, ondersteuning en duidelijke grenzen. Ga aan tafel met zorgmedewerkers. Vraag wat zij nodig hebben om hun werk veilig en menswaardig te kunnen doen. Zorg dat meldingen laagdrempelig zijn en dat aangifte doen niet voelt als een extra belasting, maar als een vanzelfsprekende stap.
Tijd voor een duidelijke norm
De zorg draait om menselijkheid, wat niet betekent dat zorgverleners alles maar moeten incasseren. Begrip voor ziekte mag nooit een vrijbrief zijn voor geweld. Agressie hoort niet bij de zorg. Punt.
Zolang we blijven verzachten en normaliseren, verandert er niets. Pas wanneer we als samenleving ondubbelzinnig uitspreken dat geweld – in welke vorm dan ook – tegen zorgmedewerkers onacceptabel is kunnen we de zorg veilig en toekomstbestendig houden.
Want wie zorgt er anders straks voor ons?
Door Margret Kortooms-Visser, specialistisch verpleegkundige, algemeen ziekenhuis en zzp’er in terminale thuiszorg
Agressie viert hoogtij in ziekenhuizen, maar bijna niemand doet aangifte


Doe mij even een email adres. Dan stuur ik wat toe. Hans van der Schaaf.
spitihans@gmail.com