“Zorg- en welzijnsprofessionals willen best samenwerken. Maar zodra het ingewikkeld wordt, valt iedereen terug op zijn oude routines.”
Een van de deelnemers aan ons onderzoek verwoordde daarmee treffend wat wij zagen tijdens interviews met 21 zorg- en welzijnsprofessionals uit drie Nederlandse regio’s. Het onderzoek voerden wij uit als onderdeel van het Leer- en Verbeternetwerk Eerste Lijn (LeVEL), gefinancierd door ZonMw.
De professionals die wij spraken voelen allemaal de toenemende druk op de eerste lijn. De zorgvraag groeit, personeel is schaars en steeds meer inwoners hebben ondersteuning nodig die zowel zorg als welzijn raakt. Vrijwel niemand twijfelt eraan dat samenwerking noodzakelijk is. Toch blijkt de praktijk weerbarstig.
In de wijk lukt het vaak wel
Op lokaal niveau zien we juist veel voorbeelden van succesvolle samenwerking. Professionals kennen elkaar, weten elkaar snel te vinden en lossen problemen pragmatisch op. Vooral in kleinere gemeenten werken korte lijnen en informele netwerken goed.
De uitdagingen ontstaan vaak zodra samenwerking regionaal wordt georganiseerd, bijvoorbeeld binnen regionale eerstelijnssamenwerkingsverbanden. Dan komen verschillende belangen, bestuurslagen en financieringsstromen samen. Lokale initiatieven blijken lastig op te schalen. Tegelijkertijd landen regionale plannen niet altijd in de dagelijkse praktijk van de wijk.
Ook tussen zorg en het sociaal domein blijft een duidelijke kloof bestaan. Dat is opvallend, omdat veel hulpvragen van inwoners juist op dat snijvlak liggen. Professionals willen integraal werken, maar missen vaak vaste aanspreekpunten en duidelijke verwijsroutes.
Te afhankelijk van kartrekkers
Een van de meest opvallende uitkomsten van het onderzoek is dat succesvolle samenwerking vaak rust op een klein aantal bevlogen professionals. Zij trekken projecten, verbinden organisaties en houden netwerken draaiende.
Dat maakt samenwerking kwetsbaar. Wanneer een kartrekker vertrekt, verdwijnt regelmatig ook het initiatief.
Tijdelijke subsidies helpen om nieuwe projecten te starten, maar zorgen zelden voor een structurele samenwerking. Tegelijkertijd ervaren veel professionals dat het huidige bekostigingssysteem vooral individuele organisaties beloont. Terwijl de maatschappelijke opgave juist vraagt om gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Minder modellen, meer randvoorwaarden
In beleidsdiscussies gaat veel aandacht uit naar nieuwe structuren en organisatiemodellen. Ons onderzoek wijst in een andere richting. Goede samenwerking laat zich niet vangen in een blauwdruk. Zij ontstaat lokaal, stap voor stap, op basis van vertrouwen, duidelijke rollen en ruimte om elkaar te leren kennen.
Dat vraagt minder aandacht voor nieuwe overlegtafels en meer voor duurzame randvoorwaarden. Denk aan tijd, organisatiekracht, kennisdeling en passende financiering.
De eerste lijn heeft geen gebrek aan bereidheid om samen te werken. Het echte probleem is dat samenwerken vaak ingewikkelder is dan langs elkaar heen werken.
Door Rudi Steenbruggen, onderzoeker Radboudumc, IQ Health

