Stalking blijkt geen uitzondering, maar een reëel en terugkerend risico voor de veiligheid van werknemers in de ggz. De uitkomsten van het recente GGeZtalkt-onderzoek naar stalking van ggz-professionals zijn confronterend.
Voor de FNV is het helder: werkgevers zijn verantwoordelijk voor de veiligheid van hun medewerkers en moeten die verantwoordelijkheid pakken. Wij zien dat zorgprofessionals soms in een lastige positie terechtkomen binnen de behandelrelatie. Hun zorgplicht richting een patiënt kan botsen met hun eigen veiligheid. Maar die spagaat is schijn. Geen enkele patiënt is ermee geholpen als strafbaar gedrag ‘normaal’ wordt en werkgevers zijn verplicht te zorgen voor een veilige werkplek. Het moet duidelijk worden dat stalking niet ‘bij het vak hoort’ en het mag nooit op de schouders van zorgverleners terechtkomen.
Versnipperde protocollen
In veel organisaties zijn protocollen en instrumenten om met stalking om te gaan. Deze zijn echter vaak versnipperd, inconsistent of nauwelijks zichtbaar. Daardoor ontstaan grote verschillen tussen instellingen. In de ene wordt snel en daadkrachtig gehandeld bij stalking, terwijl elders onduidelijkheid is over de juiste stappen. Soms worden medewerkers zelfs ontmoedigd het te melden of aangifte te doen. Deze willekeur ondermijnt het vertrouwen en zorgt dat professionals zich onnodig alleen gelaten voelen.
Daarom is cruciaal dat werkgevers hun verantwoordelijkheid serieus nemen: met duidelijke en toegankelijke protocollen, heldere escalatielijnen en één uitgangspunt: veiligheid voor zorgprofessionals altijd voorop. Alleen vanuit die basis kunnen zij hun werk goed uitvoeren.
Logische maatregel
Het beëindigen van een behandelrelatie wanneer een medewerker wordt gestalkt, moet geen uitzonderlijke stap zijn maar een logische maatregel. Een veilige werkplek is geen aardig gebaar van een werkgever maar diens wettelijke plicht. Die moet medewerkers actief ondersteunen bij aangifte doen. Stalking of belaging is strafbaar. Professionals verdienen het dat hun werkgever hen daarin beschermt en bijstaat.
Gelukkig hoeft de sector niet opnieuw te beginnen. Er bestaat al veel kennis, ervaring en ondersteunend materiaal. Organisaties moeten deze middelen beter benutten, zichtbaar maken en vertalen naar een eenduidige praktijk. Ook in samenwerking met bestaande structuren, zoals de contactlijnen binnen Veilige Publieke Taak en de netwerken van de Nederlandse ggz. Daar ligt nog veel ruimte voor verbetering.
Het goede nieuws is dat geen nieuwe investeringen nodig zijn maar wel een betere organisatie, afstemming en prioriteit. Let wel op: protocollen alleen zijn onvoldoende. Werkgevers moeten ook de bewustwording binnen teams vergroten.
Geef aandacht
Stalking begint vaak in een grijs gebied: aandacht die eerst onschuldig lijkt, wordt langzaam grensoverschrijdend. Door hier in teamoverleggen en opleidingsmomenten aandacht aan te geven, nemen medewerkers elkaar mee in het herkennen van vroege signalen en weten zij beter welke stappen ze kunnen zetten. Dat draagt bij aan een cultuur waarin professionals sneller aan de bel trekken en serieus worden genomen. Zo’n cultuur is essentieel voor een veilige werkomgeving.
Veilig werken is een recht, geen wens. Het hoort bij goed werkgeverschap, altijd en overal. Werkgevers dragen de verantwoordelijkheid om dat waar te maken.
Door Elise Merlijn, vakbondsbestuurder en onderhandelaar voor zorgmedewerkers bij de FNV


Heel goed dat er aandacht voor het rapport is. Het het is belangrijk om te benadrukken dat de 28% in het opiniestuk gebaseerd is op 1,239 ggz-professionals die ervoor hebben gekozen mee te doen aan het onderzoek waarvan 346 ervaringen hadden met stalking. We weten dus niet hoe hoog dat percentage is in de hele populatie van ggz-professionals.
Ik zou zeggen: Bespreek het eerst eens met de patiënt zelf. Samen met een collega. En probeer te begrijpen waarom deze patiënt dit gedrag vertoont. Misschien wil deze alleen maar dicht bij betreffende behandelaar zijn. Of is zelfs verliefd op deze. Anders gezegd: Onder wat door de buitenstaander ‘stalking’ wordt genoemd kan wel eens heel wat anders zitten. Probeer daar dus eerst achter te komen. En indien nodig in de behandeling mee te nemen. Maar maak wel duidelijk dat betreffend gedrag niet op prijs wordt gesteld. Als dat allemaal niet helpt denk dan allereerst eens aan overplaatsing naar een andere plaats c.q. kliniek. Maar hou de politie hier buiten. Die kan hier niets mee. Die mist de hiervoor benodigde expertise.
Hans van der Schaaf.