De praktijk laat zien dat duurzaamheid loont. Duurzame initiatieven in de Engelse NHS, koploper op het gebied van verduurzaming, leverden tot miljoenen aan kostenbesparingen op. Ook in Nederland zien we positieve resultaten. Initiatieven zoals het optimaliseren van luchtbehandeling op de OK, het terugdringen van desfluraan en lachgas, en het vervangen van intraveneuze paracetamol door orale leverden niet alleen minder klimaatimpact maar ook duizenden euro’s aan besparingen per jaar op.
Kortom, duurzaamheidsmaatregelen kunnen financiële voordelen opleveren. Tegelijk dragen ze bij aan de toekomstbestendigheid van onze zorg en maatschappij: een stelsel dat efficiënter omgaat met energie en materialen is beter voorbereid op de uitdagingen van de komende decennia en draagt bij aan een leefbare wereld. Dat vraagt om herijking van hoe we meerwaarde definiëren, hoe we zorg contracteren en in hoe we de norm van ‘passend’ vormgeven.
Herdefiniëring meerwaarde
Duurzaamheidsinitiatieven stranden nu vaak op kortetermijndenken, en de klassieke definitie van meerwaarde is niet langer voldoende. Hier ligt een nadrukkelijke rol voor het Zorginstituut en voor Health Technology Assessment (HTA). Tot nu toe hanteerde het Zorginstituut vier criteria voor het basispakket: effectiviteit, kosteneffectiviteit, noodzakelijkheid en uitvoerbaarheid. Sinds mei 2025 loopt een driejarige proef waarin ook personeelsinzet en milieu-impact worden meegenomen.
Internationaal groeit dezelfde beweging. Steeds meer landen erkennen duurzaamheid als een legitieme dimensie van waarde binnen HTA-kaders. De NHS doet dit al sinds 2020 expliciet. De Nederlandse proefperiode biedt ons de methodiek om duurzaamheid expliciet te integreren in waarde. De versterkte rol van het Zorginstituut biedt een kans om duurzaamheid structureel te verbinden met pakketbeheer.
Zorgverzekeraars
Alleen richtlijnen aanpassen is niet voldoende. Zorgverzekeraars spelen een cruciale rol in het vertalen naar eisen voor de inkoop vóór en ván de zorg. Zij kunnen sturen op duurzame geneesmiddelen en leveranciers, zoals de NHS dat al doet. Nederlandse verzekeraars benoemen duurzaamheid steeds vaker, maar het is tijd voor concrete actie. In overleg met aanbieders moeten in contracten concrete afspraken worden gemaakt die verdergaan dan enkele ‘hoog over’ doelen, met ruimte voor maatwerk: versnellen waar het kan en ondersteunen waar het moet. Duurzaamheid dient hierbij geen los thema aan de zijlijn te zijn, maar een integraal onderdeel van passende zorg.
Normatieve keuzes
De transitie naar ecologisch duurzame, passende zorg vraagt richting en doorzettingsvermogen. Het coalitieakkoord stelt dat het nog steeds mogelijk is dat kinderen het beter gaan krijgen dan hun ouders. Als Nederland daadwerkelijk ruimte durft te maken voor iets “beters op langere termijn”, “in de wetenschap dat elke euro maar een keer kan worden uitgegeven, ten gunste van volgende generaties”, dan kan passende zorg niet los worden gezien van verduurzaming. We kunnen milieu-impact niet langer negeren, terwijl we wél zeggen te sturen op waarde, doelmatigheid en proportioneel gebruik van middelen.
Gelijk speelveld
Als passend de norm wordt, moet niet-duurzaam ook consequenties hebben. Dat vraagt om centrale kaders en heldere besluitvorming, waar nodig wet- en regelgeving. Niet om ruimte, energie en initiatief in de zorg te beperken, maar om een gelijk speelveld te creëren. Niet-duurzaam is niet-passend, en hier ligt voor de coalitie de kans om te sturen op waarde op lange termijn. De achtergrond van de nieuwe minister van VWS, Sophie Hermans, biedt daarbij een kansrijke verbinding: als voormalig klimaatminister weet zij dat duurzaamheid geen intentie is, maar een randvoorwaarde.
Door Frédérique Franken (promovendus), Maike Tietschert (assistent professor) en Frederick Thielen (assistent professor), Erasmus School of Health Policy & Management

