Het is donderdagavond. De ambulancemedewerkers bellen: ze zijn er over tien minuten met een reanimatie. We zorgen dat het team klaarstaat en noteren welke ritmes al zijn gezien. Iedere seconde telt bij een circulatiestilstand; dat besef leeft bij iedereen van de ambulance en spoedeisende hulp.
Bij elke reanimatie die binnenkomt, wordt weer duidelijk hoe cruciaal een goed georganiseerde keten en zorgoverdracht zijn. Wat ontbreekt, is een landelijk reanimatieregister.
Pilot
In 2022 deden we in Zuid-Holland Zuid een pilot om te onderzoeken of een landelijk reanimatieregister haalbaar is. We koppelden gegevens van de Regionale Ambulancevoorziening, het oproepsysteem HartslagNu en het Albert Schweitzer Ziekenhuis.
Dat bleek technisch mogelijk, maar het vergde veel handwerk. Gegevens waren vaak onvolledig: basisritme onbekend, tijdstip van terugkomst van spontane circulatie niet geregistreerd en uitkomstdata slechts beschikbaar voor een deel van de patiënten. Toch toonde de pilot hoe krachtig zo’n register kan zijn. Alleen al door de beschikbare data te combineren, ontstond inzicht in het aantal schokbare ritmes en patiëntkenmerken die anders onzichtbaar zouden blijven. Een overzicht van onze bevindingen staat in de flowchart. De overleving was 49 procent, waarbij er geen verschil werd gezien tussen patiënten met of zonder cardiale voorgeschiedenis.
Flowdiagram reanimatiemeldingen naar voorgeschiedenis en type
Onbeantwoorde vragen
In Nederland treden jaarlijks circa 17.000 buiten-hospitale hartstilstanden op. Zonder landelijke registratie blijft onduidelijk waar en waarom de uitkomsten verschillen. Wat zijn de basisritmes? Hoe snel wordt de eerste schok toegediend? Wat doet de voorgeschiedenis van de patiënt op de overleving? Zonder eenduidige data blijven deze vragen grotendeels onbeantwoord. We kunnen de kwaliteit van reanimatiezorg slechts fragmentarisch volgen, terwijl juist gerichte data essentieel zijn voor toegespitste kwaliteitsverbetering en beleidsvorming.
De volgende stap
De pilot bewees: het kan. Maar een simpele technische koppeling is nog niet zo makkelijk. We zullen moeten toewerken naar landelijke standaardisatie van definities en uitkomstmaten en overgaan tot vergaande structurele samenwerking tussen ziekenhuizen en RAV’s, eventueel ondersteund door HartslagNu.
Dat vergt bestuurlijke regie, digitale interoperabiliteit en – niet onbelangrijk – politieke steun. Alleen dan kunnen we de data-infrastructuur realiseren die past bij het niveau van acute zorg dat we in Nederland nastreven.
Het is inmiddels 2025. De inzichten liggen klaar, maar het landelijk reanimatieregister is er nog niet. Iedere reanimatie die we nu op de SEH ontvangen, maar waar we geen lering uit kunnen trekken, is een gemiste kans om de volgende patiënt beter te behandelen. Laten we die kansen niet blijven missen.
Door Nynith de Graaf, huisarts in opleiding, Erasmus Medisch Centrum, Tom Kooy, kwartiermaker project Nederlands Reanimatie Register, Erick Oskam, SEH-arts, medisch manager RAV Zuid-Holland Zuid, afdeling spoedeisende hulp Albert Schweitzer Ziekenhuis en Suzanne Schol-Gelok, internist acute geneeskunde, vakgroepvoorzitter SEH, afdeling spoedeisende hulp, Albert Schweitzer Ziekenhuis


