Nieuwe technologieën leveren lang niet altijd de beoogde voordelen voor de zorgprofessionals op de werkvloer. Een terugkerend punt is dat ze vaak langs de praktijk heen worden ontwikkeld, zonder structurele betrokkenheid van zorgprofessionals. Dat beeld wordt bevestigd door onderzoeksdata. 59 procent van de zorgmedewerkers voelt zich niet of nauwelijks betrokken bij beslissingen over technologische innovaties. En 34 procent geeft aan dat deze beslissingen vooral van bovenaf worden genomen. Technologie en AI scoren bovendien het laagste van alle beleidsterreinen als het gaat om ervaren invloed door zorgprofessionals (9 procent) (Stichting IZZ, 2025).
Grote beloften, beperkt effect
In theorie kan technologie processen vereenvoudigen, administratieve lasten verminderen en de werkdruk op zorgprofessionals verlagen. Maar in de praktijk leidt het regelmatig tot het tegenovergestelde. Nieuwe systemen vragen tijd om te implementeren, omdat medewerkers ermee moeten leren werken, processen tijdelijk naast elkaar blijven bestaan en haperende techniek juist extra tijd kost. Hierdoor blijft de beloofde werkdrukverlaging uit, wat zorgt voor weerstand.
Aansluiting laat te wensen over
De oplossing ligt in een betere aansluiting op de werkprocessen en de behoeften van zorgprofessionals als uitgangspunt te nemen. Wanneer digitalisering niet aansluit op de dagelijkse praktijk, levert het weinig op en kost het extra tijd en energie. Wanneer innovaties worden ingezet als middel om werkdruk te verlagen en zorgprofessionals hier structureel bij betrokken worden, ontstaat er echt ruimte. Een voorbeeld dat in de praktijk goed werkt, is spraakgestuurd rapporteren in de thuiszorg. Doordat zorgprofessionals tussen twee cliënten rapportages direct kunnen inspreken in het elektronisch cliëntendossier, betekent dit daadwerkelijk tijdwinst voor de zorgprofessional. Dat zorgt voor draagvlak en betrokkenheid.
Zonder co-creatie geen innovatie
Als je werkdruk in de zorg wilt verlagen, kan je niet om de kennis en ervaring van zorgprofessionals heen. Alleen zij weten waar de knelpunten zitten en waar technologie daadwerkelijk kan helpen. Toch wordt die kennis nog onvoldoende benut. Zorgprofessionals willen graag, maar in de dagelijkse praktijk ontbreekt vaak de tijd om actief mee te denken. En als er gekozen moet worden tussen de zorg voor een patiënt of cliënt, of deelnemen aan een werkgroep digitalisering, gaat de zorg vanzelfsprekend voor.
Klein beginnen
Dat kan anders. Door zorgprofessionals niet los van hun werk te betrekken, maar ín hun werk. Niet alleen via extra werkgroepen of lange implementatietrajecten, maar door het werk van zorgprofessionals als uitgangspunt te nemen voor innovaties. En door technologie direct in de praktijk te testen, tijdens het werk zelf. Met korte pilots op de werkvloer en snelle feedbackloops die weinig extra tijd vragen. Door klein te beginnen en oplossingen stap voor stap aan te passen op basis van wat wel en niet werkt, voorkom je dat medewerkers later veel tijd kwijt zijn aan dubbele processen of aan systemen die onvoldoende aansluiten op het dagelijkse werk.
Daarnaast is een andere manier van samenwerken tussen zorgorganisaties, ontwikkelaars en zorgprofessionals nodig. Dat vraagt om een nieuwe aanpak: niet eerst uitgebreid ontwikkelen en daarna pas implementeren, maar vanaf het begin toetsen in de praktijk en bijsturen op basis van ervaringen van zorgprofessionals. Zo ontstaan innovaties die echt aansluiten, ondersteunen en werkdruk verlagen. Technologie leert zo hoe de zorg werkt en maakt waar wat het belooft.
Door Esther Heiwegen-Vlieger, onderzoeker Duurzame Inzetbaarheid in de Zorg Stichting IZZ

