Dat de ouderenzorg op een kantelpunt staat, snapt elke bestuurder. Waar geld en betaalde arbeid in toenemende mate schaars worden, verwachten we heil van technologie en doen we een beroep op ‘het netwerk’. We maken de vlucht naar voren door de focus te verleggen van ‘zorgen voor’ naar ‘leven zoals u dat wilt’.
Maar wat betekent ‘zo lang mogelijk thuis’ als het netwerk ontbreekt? En hoezo ‘samen dragen’ als er niemand is om te dragen?
Je bent op jezelf aangewezen, je krachten nemen af en het stervensproces kondigt zich aan. De thuiszorg komt ook in die laatste dagen bij je langs voor de noodzakelijke medische handelingen. Maar je zou willen dat er een naaste is die bij je waakt, ook het contact met de kleiner wordende wereld om je heen steeds moeizamer verloopt. Een kamer in een hospice zou een optie zijn, maar dat aanbod is beperkt. Je huisarts of de wijkverpleegkundige zou zo’n plek voor je moeten regelen, want zelf kun je dat niet meer. Is een (dure) ziekenhuisopname dan je enige alternatief?
Menselijke nabijheid
Wij zijn de laatsten om te pleiten voor het medicaliseren van het stervensproces. Pijnbestrijding kan het levenseinde draaglijker maken, maar net zo belangrijk is wat ons betreft menselijke nabijheid. Als het maar even kan door de inzet van familieleden en vrienden die jou die laatste meters willen vergezellen. Maar als die er nu niet meer zijn?
In de regelgeving rond extramurale zorg is nadrukkelijk bepaald dat noodzakelijke medische en verpleegkundige handelingen ook in de laatste fase van het leven worden bekostigd. Maar niet als er aan het bed van de stervende burger gewaakt wordt. Als het sociale netwerk die rol op zich neemt, is er geen behoefte aan een vorm van financiering van deze inspanningen. Dat is ook wat normaal zou moeten zijn, maar dat is het door het menselijk tekort en het gebrek aan sociale maakbaarheid niet altijd.
Wij pleiten daarom voor ‘regelruimte’ voor huisartsen, wijkverpleegkundigen en andere bij het stervensproces betrokken eerstelijns behandelaren om in bijzondere omstandigheden in de thuissituatie ook een bekostigde waakfunctie voor die laatste paar dagen te kunnen indiceren. Dat draagt bij aan menswaardig sterven en beperkt nodeloze ziekenhuisopnames en een vermijdbaar beslag op hospices. Regeltechnisch past zo’n faciliteit naadloos in de beweging naar één leveringsvorm voor zorg zonder verblijf die in 2028 gerealiseerd zou moeten zijn. Flexibel op- en afschalen van professionele zorg, aanvullend op wat het netwerk zelf kan regelen, is daarbij immers het uitgangspunt.
Bespreekbaarheid
Ten slotte: het zou bij de aanvang van elke langdurige zorgrelatie – en zeker als helder is dat die zich waarschijnlijk tot het levenseinde zal uitstrekken – een goed gebruik moeten zijn om ook over de stervensfase te spreken. Is dat sociale vangnet er? Hoe ga je het onderhouden en zo nodig aanvullen? Weet familie welke rol hen wordt toegedicht? Natuurlijk zullen er altijd mensen zijn die hun verantwoordelijkheid ten opzichte van hun stervende naaste wel kunnen, maar niet willen dragen. Maar is dat een reden om medeburgers in de laatste fase van hun leven in de steek te laten?
Door Chantal Beks, bestuursvoorzitter van Careyn, zorgaanbieder in de ouderenzorg in Utrecht en Zuidholland en Gerard Gerding, voorzitter van de Centrale Cliëntenraad van Careyn

