De Tweede Kamer heeft een belangrijke stap gezet voor de versnelde inzet van digitale en hybride zorgprocessen. De motie van Wendel (VVD) en Vervuurt (D66) vraagt de regering te onderzoeken hoe zorgaanbieders, zorgkantoren en zorgverzekeraars meer ruimte kunnen krijgen om te investeren in innovatieve hulpmiddelen. Daarnaast was er aandacht voor het landelijk opschalen van bewezen digitale zorgtoepassingen. De moties raken daarmee een relevante vraag: hoe zorgen we dat bewezen toepassingen niet in pilots blijven hangen, maar daadwerkelijk onderdeel worden van de dagelijkse zorgpraktijk?
Innovatie in de zorg komt door de huidige financieringsmodellen nog te vaak niet van de grond. De ingediende moties richtten zich onder meer op innovatie, het terugdringen van regeldruk en betere gegevensuitwisseling in de zorg. Binnen de digitale zorgagenda moeten we samen met veld- en systeempartijen in kaart brengen welke digitale zorgtoepassingen gereed zijn voor landelijke implementatie. En hoe de opschaling daarvan kan worden versneld.
Het wordt tijd om de waardebepaling van zorgtechnologie anders te organiseren. Hoe zorgen we ervoor dat bewezen zorgtechnologie daadwerkelijk onderdeel wordt van de dagelijkse zorg?
Nederland koploper
Nederland behoort internationaal tot de koplopers op het gebied van zorgtechnologie. Vanuit Vilans hebben wij de afgelopen jaren laten zien welke technologieën van meerwaarde zijn voor de langdurige zorg. Inmiddels is veel kennis beschikbaar over digitale toepassingen die hun meerwaarde in de praktijk laten zien. Zo laat ook de Kennisbank Digitale Zorg zien dat steeds meer digitale en hybride zorgprocessen professionals ondersteunen, mensen meer regie geven en kunnen bijdragen aan toegankelijke zorg. De uitdaging verschuift daarmee van experimenten naar implementeren en opschalen. Van leefpatroonmonitoring tot spraakgestuurd rapporteren, van sociale robotica tot planningssoftware met AI. Er zijn inmiddels honderden toepassingen beschikbaar.
Blijven hangen in pilotfase
Tegelijkertijd zien we dat veel innovaties na een succesvolle pilot nauwelijks verder komen. Niet omdat ze niet werken, maar omdat het helaas stokt bij het door laten rijden van het treintje van innovatie naar waardebepaling, bekostiging en uiteindelijk opschaling. De vraag is dan ook: welke bewezen digitale zorgtoepassingen zijn klaar voor landelijke implementatie en hoe kunnen we de opschaling versnellen?
Zorgaanbieders lopen vast op de manier waarop we innovatie organiseren. Kosten en baten vallen helaas niet altijd op dezelfde plek. De kosten zijn doorgaans direct zichtbaar, terwijl de maatschappelijke opbrengsten zich vaak pas later en bij andere partijen manifesteren. De bekostiging is ingericht op bestaande zorgprocessen, terwijl de inzet en meerwaarde van digitale en hybride zorg zich juist over tijd en over meerdere domeinen en organisaties uitstrekken.
Technologie heeft op zichzelf geen waarde.
Waarde ontstaat pas wanneer een digitale toepassing daadwerkelijk wordt gebruikt in de zorgpraktijk, goed wordt ingebed in het werkproces en aansluit bij wat cliënten en professionals nodig hebben. Dat vraagt om anders werken, scholing, implementatie, begeleiding, beheer, onderhoud, gegevensuitwisseling, blijven innoveren en ontwerpen, en iteratieve waardebepaling. Juist die onderdelen krijgen in de financiering vaak nog onvoldoende aandacht.
In mijn oratie van 21 mei aan de Technische Universiteit Eindhoven, Zorgtechnologie Waarderen, heb ik betoogd dat we zorgtechnologie breder moeten waarderen dan alleen vanuit kosten of technische prestaties. De waarde van technologie in de zorg gaat niet alleen over de vraag of het werkt, maar vooral voor wie, in welke context en onder welke voorwaarden het daadwerkelijk van waarde is. De relevante vraag is daarom niet alleen wat een technologie kost, maar welke waarde zij toevoegt voor cliënten, professionals, organisaties en de samenleving als geheel. Soms betekent dat meer eigen regie of minder administratieve belasting. Soms betere kwaliteit van zorg of bijvoorbeeld meer werkplezier. Vaak is het een combinatie van al deze effecten.
Dat vraagt ook om een andere manier van waarderen en financieren, waarin rekening wordt gehouden met maatschappelijke opbrengsten over domeinen heen. Waardebepaling moet waar mogelijk sneller en lichter worden ingericht. We financieren nog te vaak het oude en geven het nieuwe onvoldoende kans.
Door Henk Herman Nap, expert digitale zorg bij Vilans, hoogleraar TU/e


Laten we om te beginnen het perspectief van de patiënt/client centraal stellen (en niet dat van de zorgaanbieder): iedere innovatie die bijdraagt aan de kwaliteit van zorg en verbetering van efficiency (beter en goedkoper) kan uit het bestaande budget worden gefinancierd. Zodoende zullen ook de innovaties die het meest bijdragen aan kwaliteit en efficiency het meest worden toegepast, waardoor er een markt ontstaat voor deze beste innovaties. Pilotitis (en het teloorgaan van vele innovatieve start-ups) is het gevolg van sub-optimalisatie in zorgprocessen en vertraagt het ontstaan van een gezonde markt voor nieuwe zorgtechnolgieën. Zo’n markt kan natuurlijk niet beperkt blijven tot Nederland, dus een aanpak op Europees niveau is onontbeerlijk.
Inspirerend pleidooi om uit te gaan van anders waarderen en financieren van technologie in de zorg over de domeinen heen. Het vraagt ook om bestuurlijk lef en leiderschap om technologie gewoon toe te gaan passen op basis van goede resultaten elders of anders gezegd met trots overnemen van een ander. De zorg is te verander avers en blijft steken in not invented here en eerst geld dan pas actie. Die houding is niet imeer passend in hetgeen bestuurlijk is afgesproken in de akkoorden dus noblesse oblige , verbeter zorg en welzijn en begin bij je zelf!