Procesindicatoren slechte voorspeller uitkomst

Procesindicatoren beschrijven processen en, zoals de naam zegt, geen uitkomsten van zorg. Toch hangen processen vaak samen met uitkomsten. Daarom zouden procesindicatoren patiënten en zorginkopers kunnen dienen bij het selecteren van zorgaanbieders.

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Procesindicatoren slechte voorspeller uitkomst

Procesindicatoren hebben veel voordelen ten opzichte van uitkomstindicatoren. Vanuit een wetenschappelijk perspectief zijn procesindicatoren minder gevoelig voor verschillen tussen behandelpopulaties, voor non-response, en voor toeval. Daarnaast zijn procesindicatoren makkelijk te vertalen naar verbeteracties en veelal goedkoper om te meten.
Al deze voordelen maken dat zorgaanbieders vaak procesindicatoren vaak wel accepteren en uitkomstindicatoren meestal niet. Zorgaanbieders zijn geen onbelangrijke partij, want zij dragen de extra kosten van de dataverzameling. Het is dan ook geen verrassing dat het  overheidsprogramma Zichtbare Zorg vooral procesindicatoren heeft opgeleverd.

Tegengesteld beeld

Helaas toonde recent onderzoek van Emiel van Hamersveld en mijzelf aan dat procesindicatoren – in

6
212

Wilt u dit premium artikel verder lezen?

Sluit eenvoudig een proefmaand af en lees al onze premium artikelen.

Bent u al abonnee? Log dan in en lees verder.

6 REACTIES

  1. @ Diana Delnoij:
    Dat de performance-assessments, wat een door mij zelf geïntroduceerde term is maar waar wel alle aspecten van de kwaliteit van zorgaanbieders onder vallen, onderschreven dienen te worden door alle partijen, daar ben ik het helemaal mee eens. In ieder geval bij grote voorkeur onderschreven dienen te worden, door de verenigingen van patiënten en zorgaanbieders en door de zorgfinanciers (overheid en zorgverzekeraars).
    Maar bejegening door professionals, informatie/communicatie en eigen regie onder procesindicatoren scharen, en die als zodanig te willen meten, daar ben ik het niet mee eens. Die zouden geschaard moeten worden onder uitkomstindicatoren. Te meten met behulp van PROM’s die het belang dat de *individuele* patiënt eraan hecht incalculeren.
    Ik heb in veel praktijken gewerkt, met patiënten van allerlei soorten pluimages. Daarin heb ik meer dan voldoende patiënten meegemaakt die veel minder waarde hechten aan bijvoorbeeld beleefdheidsvormen dan aan (para)medische vakkundigheid. Noem het ‘Fingerspitzengefühl’, sociale intelligentie of maatwerk, maar daar moet om gaan. Ook in de omgang met patiënten.

  2. Lees alle reacties
  3. Deze uitkomst doet me denken aan het oude mopje van een ‘mensje’ dat een dubbeltje was verloren s’nachts:
    Wat ben je aan het doen vroeg een voorbijganger in het holst van de nacht toen hij een mensje onder een lantaarnpaal maar zag zoeken en zoeken…
    ‘Ik ben een dubbeltje verloren’, zei het mensje.
    Waar? vroeg de voorbijganger.
    ‘Dat weet ik niet’, zie het mensje.
    Waarom zoek je dan hier?
    Omdat ik hier licht heb en iets zie.

  4. Goed schrijven en goede reacties. Enkel nog een cliché toe te voegen. Het een (procesindicatoren) sluit het ander (willen sturen op uitkomsten) niet uit.
    Procesindicatoren veronderstellen vaak, of nemen aan dat de uitkomsten van de processen overeenkomen met zoals voorgeschreven qua inhoud en beoogde doelstelling.
    Handvat en inrichting vooraf noodzakelijk, ook dat hiervoor standaarden zijn. Naleving hiervan qua toetsing zou echter vooral op uitkomst moeten zijn. De mate waarin de klant/burger/verzekerde baat heeft gehad bij zorg en in hoeverre er professioneel en adequaat gehandeld is conform richtlijnen hiertoe.
    En daarbij wordt ook meegenomen hoe de continuïteit is van de uitkomsten (procesborging). Dat is inherent aan toetsing op uitkomsten.
    Check het nieuwe Improvement Model en indicatorenset op basis van uitkomsten (sinds 2013 geaccrediteerd schema op basis van productcertificering, uitrol in 2014).

  5. Dat is een van de redenen waarom een bijna unanieme Tweede Kamer eind 2011 de motie die vroeg om uitkomstfinanciering heeft aangenomen. Een andere belangrijke reden is evenwel dat – in tegenstelling tot wat dhr. Koolman schrijft – structuur- en procesgeroriënteerde (SEP) indicatoren juist veel bewerkelijker zijn om meten. Zie bijv. het blog van UMC Utrecht-voorzitter Jan Kimpen ‘Indicatoren: stop met onzin-uitvraag’ op http://bit.ly/1nDtGi4.
    En dus duurder, zeker in vergelijking met de Universele Ziektelastschaal (UZ-schaal) en dito Patiënttevredenheidsschaal (UPt-schaal). Waarbij de patiënttevredenheidsmeting volledig geautomatiseerd geschiedt [zie http://bit.ly/1bZ60wF (eigen site)]. Fluitje van een cent dus, gezien dat de UZ-schaal ook al heel weinig tijd vergt, en in beide schalen (toch) wordt gecorrigeerd voor case-mix/confounders.
    Dat gezegd hebbende, moet ik er wel bij vermelden dat er een aantal omstandigheden zijn waarbij ziektelastmeting (en soms zelfs ook patiënttevredenheidsmeting) niet gaat, niet nuttig of niet werkbaar is. Die omstandigheden staan beschreven op de pagina’s behorende bij de naar verwezen pagina.

  6. Helder. En nu?…Zet uitkomst centraal? Wil je in het proces sturen op kwaliteit dan zul je op zoek moeten naar de wel relevante meetpunten. De patiënt zelf is hierin natuurlijk een belangrijke “inputvariabele”. Professionals zijn, soms met een beetje hulp, vaak prima in staat om deze meetpunten te benoemen. Het zijn alleen niet altijd de indicatoren van Zichtbare Zorg, Verzekeraar of IGZ….. Goede proces (data) analyse kan hierin een handje helpen. Het beter betrekken en goed faciliteren van de verantwoordelijkheid van de medisch professional zou wat dat betreft best meer aandacht kunnen krijgen.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.