Bruins: ‘Aantal burn-outs bij arts in opleiding is zorgbarend’

Een op de vijf artsen-in-opleiding kampt met burn-outklachten, zo bleek uit een recente enquête van De Jonge Specialist. ‘Deze resultaten zijn zorgelijk’, reageert minister Bruno Bruins. ‘Ik ga met de sector in gesprek over welke aanvullende stappen in ziekenhuizen gezet kunnen worden.’

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Bruno Bruins wist niets van bijeenkomsten over MC Groep.
Foto: VWS

De Jonge Specialist publiceerde medio september een onderzoek over de gezondheid- en arbeidsomstandigheden van jong medisch specialisten. Hieruit bleek dat het aantal artsen in opleiding met burn-outklachten de afgelopen drie jaar met ruim 4 procent is toegenomen. 18,8 procent van de respondenten heeft een verhoogde kans op een burn-out. Een derde van deze risicogroep scoort hoog op emotionele uitputting, 34 procent op depersonalisatie en 12 procent scoort laag op persoonlijke betrokkenheid. Uit de enquête die De Jonge Specialist in 2015 hield bleek nog dat 14,7 procent van de respondenten tot de risicogroep behoorde. Volgens de respondenten zijn de klachten toe te wijzen aan een te hoge werkdruk, te veel life events zoals het krijgen van kinderen, zwangerschap of verhuizing, een gebrek aan autonomie en persoonlijke eigenschappen zoals perfectionisme.

‘De problematiek verdient meer aandacht binnen ziekenhuizen’

Minister Bruno Bruins laat in een Kamerbrief weten de resultaten in het rapport van de Jonge Specialisten zorgelijk te vinden. ‘Ik deel de mening dat deze problematiek meer aandacht verdient binnen ziekenhuizen. Waar het gaat om arbeidsomstandigheden zorgt de overheid voor de wettelijke kaders. Deze worden gehandhaafd door de Inspectie SZW. Daarnaast maken sociale partners nadere afspraken in de cao’, aldus Bruins. ‘Het gesprek over werkdruk en hoe dit tegen te gaan en te voorkomen, moet echter vooral binnen organisaties plaats vinden. Alle ziekenhuizen hebben een ondernemingsraad om dit gesprek mogelijk te maken en stappen te zetten. Getuige de uitkomsten van dit onderzoek, is er nog ruimte voor verbetering. Ik ga met de sector in gesprek over welke aanvullende stappen in ziekenhuizen gezet kunnen worden.’ 

Volgens het rapport geeft 95 procent van de specialisten aan wel trots te zijn op het vak. ‘Dat moeten we koesteren. Het rapport geeft de indruk dat hard werken onder artsen in opleiding onderdeel is van de werkcultuur. Gemiddeld wordt er acht uur per week overgewerkt. 89 procent van de ondervraagden krijgt hiervoor geen compensatie. Het is niet erg om af en toe extra te moeten werken. Het is echter een probleem wanneer dit structureel is’, schrijft Bruins.

‘Ziekenhuizen hebben te weinig opgeleid’

De arbeidsmarktproblematiek vraagt meer aandacht voor zorgpersoneel. Waar het gaat om gespecialiseerd verpleegkundigen en medisch ondersteunend personeel, hebben ziekenhuizen de afgelopen jaren te weinig opgeleid, laat Bruins weten. ‘In 2017 begonnen bijna 2500 mensen aan een vervolgopleiding. Dit waren er duizend meer dan in het jaar ervoor, maar nog steeds duizend minder dan geraamd. Om deze reden hebben we met het Hoofdlijnenakkoord Medisch Specialistische Zorg 2019-2022 de aanvullende afspraak gemaakt om in 2021 op te leiden conform de ramingen van het Capaciteitsorgaan. Landelijk gezien zijn er geen tekorten aan medisch specialisten. Toch is het in specifieke regio’s moeilijk om bepaalde specialisten aan te trekken. Ik richt me op de vraag hoe we de medewerkers zo goed mogelijk kunnen inzetten. Daarnaast richt me ik me op het versterken van de mogelijkheden van taakherschikking’, aldus Bruins.

1 REACTIE

  1. Hebben de Zorgsector en de Minister niet ook zicht op de overal toenemende verminderde belastbaarheid van de laatste generaties op de arbeidsmarkt instromende jongelingen? Is het oplopen van depresssie, verwardheid, suicideneiging, autisme, maar ook in andere sectoren deze burnout bij jongeren niet van een veel algemener oorzakencomplex afhankelijk dan dat , in dit geval bij jonge artsen, de “werkomgeving”niet goed meer zou zijn georganiseerd. Bij Defensie is er ook enorme uitval bij de jongere gardes en kijk eens hoe de GGZ met de nu jongste jeugd tegen de grenzen oploopt. Zelfs in de sport gaat het niet zo goed met de jeugd. Bij de jonge artsen speelt nog een ander probleem: bij het veelal wegvallen van gedegen opleiding in de basisvakken ( Anatomie, fysiologie, biomechanica(!) en biochemie en de samenhang hiervan in de Gezondheidsleer komen ze in de Anglo-Amerikaanse , vooral industry driven en oplossingsgerichte en vooral rond statistiek gevulde Ziekteleer in de ziekenhuizen snel in de problemen.Regelgeving, niet te hanteren richtlijnen en registratiedwang doen de rest. Er is dus elders of eerder in de groeifase een groot preventiedeficit, waarbij de sterk achterlopende lichamelijke ontwikkeling ( houding, kracht, soepelheid, draagkracht etc.) tot veel gevolgen voor later functioneren leidt. Het is lastig voor jonge mensen oorzaken bij zichzelf of in de opvoeding op te gaan voeren ( of te accepteren). De sedentaire leefstijl en het snel oplopen van technologietoepassingen ( bv beeldschermen en digitalisatie) in het kinderleven hebben grote gevolgen voor de gezondheid. De NVK, AJN en de NOV hebben een door meerdere artsengroepen en ook Houding Netwerk Nederland opgestelde Factsheet en een Standpunt over deze leefstijl gepubliceerd op hun websites.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.