Bruins: ‘Behandeling patiënten weegt zwaarder dan transparantie medicijnprijs’

De prijsonderhandelingen tussen VWS en farmaceuten heeft in 2017 circa 130 miljoen euro bespaard. Toch blijft de prijsverhouding tussen de uitonderhandelde prijs en de kosten waarop een leverancier de medicijnprijs baseert, onduidelijk. Dat meldt minister Bruno Bruins in een brief aan de Tweede Kamer.

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Evean
Foto: VWS

Bruins meldt dat de uitgavenverlaging aan dure medicijnen gebaseerd is op het verschil tussen de uitonderhandelde prijs en de prijs die een leverancier zelf vraagt wanneer zij een aanvraag doet voor opname in het basispakket. In 2017 bedroeg dit verschil 130 miljoen euro.

Portemonnee trekken kent grens

‘Met de prijsonderhandelingen beoog ik belangrijke maar dure geneesmiddelen toegankelijk te maken voor patiënten’, schrijft Bruins. De minister verklaart dat hij daarbij zowel naar een betaalbaar prijsniveau streeft als een redelijke prijs die in verhouding staat tot de investerings-, ontwikkelings- en productiekosten van het medicijn.

Tijdens de onderhandelingen is het advies van het Zorginstituut over kosteneffectiviteit en de macro uitgaven leidend. Bruins meldt dat hij naar een kosteneffectieve prijs streeft. ‘Echter, een kosteneffectieve prijs staat mijns inziens niet bij voorbaat gelijk aan een redelijk aanvaardbare prijs.’ Toch kent het trekken van de portemonnee een grens. ‘Ik wil waardevolle innovatie belonen, en daarmee stimuleren, maar niet tegen elke prijs.’

Weinig transparantie farmaceuten

Bruins benadrukt het belang van transparantie van fabrikanten bij het onderbouwen van hun medicijnprijs. ‘Leveranciers zijn tot dusver echter nog niet of nauwelijks bereid gebleken om dit inzicht te verschaffen.’ Daarom kan er volgens de minister enkel geconcludeerd worden dat de prijs redelijk en aanvaardbaar is ten opzichte van de lijstprijs. ‘Ik kan niet met zekerheid zeggen hoe de uitonderhandelde prijs zich verhoudt tot de kosten waarop een leverancier de prijs van een middel baseert.’

Wat de uitonderhandelde besparing per medicijn is, zoals Orkambi, wil de minister niet bekendmaken. Hij schrijft dat de leveranciers vertrouwelijkheid als voorwaarde stellen bij het maken van financiële afspraken. Het wel openbaar maken van deze afspraken leidt volgens Bruins tot twee mogelijke situaties: ‘De hoofdprijs betalen voor het geneesmiddel of het geneesmiddel niet opnemen in het basispakket.’

Betaalbare toegang urgenter

Daarom voert Bruins de onderhandelingen met farmaceuten liever achter gesloten deuren. ‘Voor mij weegt het belang van betaalbare toegang voor patiënten, waarbij ik een vertrouwelijke prijs betaal die ervoor zorgt dat patiënten nu en in de toekomst kunnen worden behandeld met nieuwe, innovatieve geneesmiddelen, in dit geval zwaarder dan transparantie over de uiteindelijke prijs.’

Bruins geeft aan dat transparantie over de manier waarop geneesmiddelen tot stand komen, zowel een belangrijke als lastige kwestie blijft. ‘Ik vind deze transparantie heel belangrijk en vind dat de farmaceutische bedrijven ook aan zet zijn om hierin stappen te maken en hun maatschappelijke verantwoordelijkheid op dit vlak te nemen.’ Bruins schrijft de Kamer daarom dat hij met de betrokken partijen, zoals de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen, in gesprek is om tot een memorandum van overeenstemming te komen en de krachten bundelt met andere landen.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.