Wie zit er aan het stuur?
Waar voorheen vooral omgevingsdiensten toezicht hielden, nemen zorgverzekeraars nu nadrukkelijk het initiatief. Zorgaanbieders met meer dan 250 FTE moeten in 2028 aantoonbaar voldoen aan alle milieuwetgeving en in 2030 aan de doelen van de Green Deal Duurzame Zorg. De Milieuthermometer Zorg is daarbij het voorkeursinstrument: brons in 2028, zilver in 2030. Daarmee wordt vrijblijvend beleid ingeruild voor toetsbare prestaties. Vrijblijvend beleid maakt plaats voor toetsbare prestaties.
De bezemwagen versnelt… wat betekent dat voor het peloton, en wat moet je nú doen om koploper te worden óf te blijven.
Drie groepen in het veld
AAG kijkt bij veel care-organisaties mee en ziet grote verschillen in duurzaamheidsambities, -resultaten en -borging. Het zorglandschap laat zich goed vergelijken met een wielerwedstrijd (niet vanwege de verdovende middelen): koplopers, het peloton en organisaties die worden ingehaald door de bezemwagen.
De bezemwagen
De achterblijvers worden kleiner in aantal, maar zijn er nog altijd. Zij reageren vooral reactief op wettelijke verplichtingen en hebben beperkte of geen duurzaamheidsambities. Duurzaamheid is nauwelijks belegd en wordt vooral gezien als risicobeperking binnen vastgoed. Met de aangescherpte eisen vanuit zorgverzekeraars is er voor deze groep een forse opgave: duurzaamheid structureel verankeren in beleid en bedrijfsvoering. Zonder versnelling loopt deze groep risico dat zij in 2028 niet voldoet aan wetgeving én problemen krijgt in de contractering met zorgverzekeraars.
De koplopers
Deze organisaties hebben hun zaken goed op orde door de inzet van afgelopen jaren. Ze hebben duurzaamheid breed geborgd, vaak een duurzaamheidscoördinator of programmamanager, voldoen aan alle wetgeving en beschikken vaak al over Milieuthermometer-certificaten. Ze werken met een actuele CO₂-routekaart en pakken duurzaamheid integraal op, met korte lijnen naar bestuur en management. Voor hen is de stap naar zilver goed haalbaar; zij bepalen mede de standaard voor de rest van de sector.
Het peloton
De grootste groep bestaat uit organisaties die al stappen zetten, maar nog niet integraal genoeg. Soms is er een bronzen Milieuthermometer-certificaat, maar vaak ook niet. Ook het ondertekenen van de Green Deal onderscheidt het peloton niet van de kopgroep. Wat wél opvalt bij het peloton: duurzaamheid is veelal belegd bij Vastgoed en/of Facilitair, en minder bij bestuur of management. De basis – wetgeving, CO₂-routekaart, afvalscheiding en duurzaam inkopen – is meestal aanwezig, maar structurele borging ontbreekt. De duurzaamheidscoördinator heeft vaak een trekkende, maar beperkte rol; bij kleinere organisaties doet iemand dit ‘erbij’. Ambities worden niet altijd vertaald naar de werkvloer of er gebeurt veel zonder duidelijke structuur. Afzakken richting de bezemwagen ligt voor deze groep op de loer, zeker gezien de versnelling hiervan. De mate van borging en draagvlak in bestuur en management bepaalt of het peloton kan aanhaken bij de kopgroep.
Versnelling in zicht
Met het opnemen van duurzaamheidscertificering in het inkoopbeleid wordt tijdig handelen essentieel. Voor koplopers is de stap naar zilver een logisch vervolg. Voor het peloton en de organisaties bij de bezemwagen is structurele borging nu cruciaal. Het vraagt om duidelijke verantwoordelijkheden, tijd, mandaat en kennis om wetgeving én certificering op orde te krijgen. Start je nog van ver? Dan is dít het moment om aan te haken.
2028 is geen eindstreep, maar de finish van de eerste etappe.

