De Jonge: ‘Dit is hét moment om een goede werkgever te zijn’

Zorgbestuurders in de ouderenzorg praatten dinsdagmiddag over alle mogelijke manieren om aan nieuw personeel te komen. Het enorme personeelstekort noopt tot creatieve oplossingen. Samenwerken is het nieuwe concurreren en bonussen zijn uit den boze.

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Minister Hugo de Jonge van VWS
Minister Hugo de Jonge: ‘Het kan niet zo zijn dat we op één plek te veel zorg leveren en dat op een andere plek mensen verstoken blijven van zorg.' Foto: VWS

Om het belang van de besloten bijeenkomst te onderstrepen was ook VWS-minister Hugo de Jonge uitgenodigd.

Goede wil

De ActiZ-leden hadden niet de bedoeling om de minister toezeggingen te ontlokken, zegt Jacqueline Joppe, vice-voorzitter van het bestuur van ActiZ. ‘Ik vind dat VWS al heel veel heeft gedaan en extra geld beschikbaar heeft gesteld.’ De 125 toegestroomde zorgbestuurders zaten er vooral om de minister hun betrokkenheid te tonen bij het arbeidsmarktvraagstuk. Het probleem in de hele zorg is zo nijpend dat ouderenzorginstellingen zelfs naar elkaar willen verwijzen of naar andere zorgsectoren als nieuwe medewerkers zich aanmelden. ‘Wij gaan samenwerken en niet meer concurreren. En we gaan al helemaal niet met bonussen werken. Daar hebben we vanmiddag commitment op gekregen van de zaal.’ Joppe is hartgrondig tegen bonussen, zegt ze: ‘Bonussen werken maar kortstondig. Ik geloof daar helemaal niet in. Je moet plezier hebben in je werk, trots zijn op je vak en je organisatie. Dat is veel effectiever dan een bonus.’

Personeelstekort

De vvt-sector kampt met een enorm tekort aan arbeidskrachten. Nu werken er 260.640 mensen in de patiëntgerelateerde functies in de vvt. Daar moeten 187.750 bijkomen in vier jaar. Om de groeiende zorgvraag te kunnen opvangen, zijn 99.450 nieuwe medewerkers nodig. Tegelijkertijd vindt er een uitstroom van de babyboom-generatie plaats uit de zorg, doordat deze medewerkers met pensioen gaan. Dat betekent een vervangingsvraag van 88.300 medewerkers. Op dit moment zijn er 65.200 mensen in opleiding voor een beroep in de zorg. Hoe groot het deel hiervan is dat voor de ouderenzorg kiest, is niet bekend. Blijft over: een gat van 122.550 mensen.

Ouderenzorg

De Jonge: ‘De opdracht is allemachtig groot. Iedereen heeft hier terecht buikpijn van, maar het blijkt dat er echt veel mogelijk is wanneer men bereid is op een creatieve manier aan de slag te gaan.’ In de komende vier jaar moeten er alleen al in de ouderenzorg bijna de helft van de hoeveelheid medewerkers bij om de vergrijzing van de samenleving en de ontgroening van de zorgmedewerkers te kunnen opvangen. Eenvoudige oplossingen zijn er niet, zegt De Jonge: ‘We hebben de luxe niet om te kunnen kiezen, we moeten inzetten op alle maatregelen die er mogelijk zijn.’

Zorgopleidingen

De Jonge: ‘Eerst zullen we moeten zorgen dat meer mensen kiezen voor een zorgopleiding. Dat lukt op het hbo en het mbo maar nog onvoldoende op het vmbo. Dat is zorgwekkend. Vervolgens zal het rendement omhoog moeten en zullen werkgevers afgestudeerden moeten behouden voor de zorg. Daar is echt nog veel ruimte voor verbetering.’ Ook veel mogelijkheden ziet De Jonge bij de groep zijinstromers en herintreders. De Jonge: ‘In iedere regio wordt een strategische personeelsplanning gemaakt: de vervangingsvraag is in beeld gebracht, evenals het opleidingspotentieel. Zo weet je hoeveel mensen je moet verleiden om als zijinstromer in de zorg te gaan werken.’

Goed werkgeverschap

Gemiddeld stromen er 80.000 medewerkers per jaar uit de zorg. Om die mensen vast te houden, loont het een goede werkgever te zijn. De Jonge: ‘Goed werkgeverschap maakt wel degelijk verschil.’ Joppe: ‘Er moet ruimte zijn voor ontwikkelen, voor passende contracten, voor switchen naar een andere cliëntengroep.’ Het is wennen voor organisaties en juist de bestuurders hebben nog heel wat werk te verrichten, zegt ze. ‘Dit is echt een bestuurlijke opdracht, niet slechts een klus voor hr-afdelingen. Je zult als bestuurder de organisatie in moeten, zendingswerk moeten verrichten. De werknemer met het ideale cv is inmiddels nauwelijks meer te vinden. Je zult als bestuurder je werknemers moeten vertellen dat zijinstromers nog niet direct de werkdruk kunnen verlichten maar op den duur wel.’

Anders gaan werken

De Jonge: ‘We moeten meer mensen beter opleiden en anders gaan werken. Het is de zorginstellingen vorig jaar gelukt om 37.000 mensen extra aan te nemen. Dat vind ik een prestatie van formaat. Het aantal opleidingsplekken en stageplekken is gestegen. Joppe: ‘Met alleen meer personeel gaan we het niet redden in de zorg. Het is en anders kijken, en zijinstromers, leerlingen, herregistratie van mensen die ooit een opleiding hebben gehad in de zorg. En we zullen de samenleving anders moeten inrichten. We zullen ook onze eigen netwerken in moeten zetten. Die twintigduizend nieuwe medewerkers gaan we niet in zijn geheel halen.’

Werken in de zorg

Dit najaar start de landelijke campagne ‘Werken in de zorg’. Dan moeten alle zorginstellingen gereed zijn om iedereen die in de zorg wil werken een warm welkom te heten. ‘Bij ons melden zich mensen tussen de twintig en de zestig. Die willen wij maatwerk kunnen bieden.’ In de nieuwe cao zijn afspraken gemaakt over oriëntatiebanen, met behoorlijk salaris, waarmee zijinstromers kunnen kijken of het werk in de zorg iets voor hen is. En als zich iemand meldt bij een verpleeghuis maar vervolgens liever in de gehandicaptenzorg of het ziekenhuis wil werken, helpt het verpleeghuis zo’n nieuwe medewerker gewoon verder. Joppe: ‘Dat gaan we dus echt doen.’

BSL organiseert op 18 december het congres Healthcare@work.

personeelstekorten zorg, arbeidsmarkt
Hugo de Jonge en Jacqueline Joppe

6 REACTIES

  1. Dat minister De Jonge de snaar over goed werkgeverschap bespeelt, vind ik wrang. Om vervolgens geen enkele opening voor de huidige problemen te geven anders dan volgens het politieke theorieboekje een aantal toekomstmodellen te schetsen. Zijn collega van de bouwsector kent hetzelfde probleem. Jarenlang vakmensen de branche uitjagen en dan nu de krokodillentranen? Meneer De Jonge gaat voorbij aan de problematiek die er vandaag ligt en die nú om actie vragen.

    Noem het beroepsdeformatie. Het probleem waar de sector voor wegkijkt is dat de overhead van de grote zorginstellingen consequent weg geboekt wordt als directe kosten en daarom niet inzichtelijk wordt. De discussie gaat feitelijk niet over bonussen maar over de overhead van grote kantoren, dure auto’s, marketingafdelingen plus honoreringen op en boven de Balkenende-norm. Onderin de bedrijfskolom is de koek dan al lang verdeeld en vooral op.

    Meneer de Jonge staat te ver van de werkvloer door zijn oor te luister te leggen bij grote zorgverzekeraars. Bijvoorbeeld op een besloten bijeenkomst voor 125 toegestroomde vorstelijk betaalde thuiszorgdirecteuren die al decennialang het probleem uit de hand liet lopen. Hoezo ‘besloten’? De Heren dicteren het plaatje in hun straatje. De realiteit? Een verpleegkundige 5 HBO verdient volgens CAO-schaal netto rond de €15,– per uur terwijl dat zorguur de maatschappij € 80,– kost. Dan zegt mijn boerenverstand dat de discussie over het gapende gat zou moeten gaan.

    Ik heb destijds Zuster in de Buurt opgezet. Uitgangspunt is bevlogenheid en passie die De Jonge slechts op afroep wenst te kennen. Het zijn de professionals die het stopwatchregime van de zorgbeslissers en werkgevers de keel uitkwam en die zelfstandig zijn geworden. Zij verlenen de menselijke zorg van de wijkzuster uit de jaren ’50-’60 toen het beroep nog een roeping was. Dat die ouderwetse verbondenheid in een modern jasje aanslaat blijkt eruit dat meer dan 1.000 zelfstandigen zich bij Zuster in de Buurt aansloten en onze normen en waarden onderschrijven.

    Zuster in de Buurt is ongewild een grote sponsor van de Zorg Nederland BV. Ze mogen om te beginnen niet de uurprijs declareren die de gecontracteerde zorg mag indienen. De declaratie die de cliënt voor niet-gecontracteerde zorg indient, wordt vervolgens voor maar 75% vergoed. De ZZP’er staat daarmee voor de keuze dat slechts 75% van haar werkzaamheden vergoed wordt. Tenzij de klant bereid is die 25% te betalen wat bijna nooit het geval is. Dus accepteert zij het voor dit bedrag zorg te verlenen.

    En MET PLEZIER volgens econoom Mathijs Bouman in Nieuwsuur van 21 augustus. Deze onafhankelijke expert geeft een haarscherpe analyse over de betrokkenheid van de ZZP’er in de zorg. Hij benoemt waarvoor mijn Zusters staan. Ik had het niet beter kunnen verwoorden. Hij maant zorgbeslissers niet langer traditioneel te denken. Je kunt de ZZP’er niet langer negeren. Dus ook meneer De Jonge niet die ze het liefst de branche uitstuurt wanneer ze niet in het gareel lopen. Laten we de luchtballon van de overhead bij megalomane zorginstellingen doorprikken en daar proactief als samenleving op reageren. Zoals de zorg in België het roer rigoureus omgooide en een complete marketing-laag met succes wegsneed.

    Wanneer geïnteresseerden out of the box willen kijken/denken, nodig ik ze uit. Ik geef opening van zaken met welke marges de organisatie Zuster in de Buurt werkt. Doeltreffende automatisering is het keyword. Wanneer we dat model op de Nederlandse zorg projecteren, kan die geldverslindende overhead vervolgens ten goede komen aan de sector om deze gezond en aantrekkelijk te maken. Te beginnen met een verbetering van de positie van de handjes aan het bed. O ja, vooral voor de cliënt want hij/zij is bij veel instellingen al lang uit beeld.

    Wie neemt mijn uitnodiging aan?
    Paul Hager – Bedenker van Zuster in de Buurt

  2. Lees alle reacties
  3. ‘Beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald’ zullen we maar zeggen. Het is goed dat de urgentie volledig bij de voortgang van het primaire zorgproces ligt; en dat duidelijk is dat er zonder medewerkers geen zorg verleend wordt. Alle overhead ten spijt. Het is / blijft een uitdaging om de klant en de medewerker als uitgangspunt te durven nemen in de visie en de bedrijfsvoering. De focus verandert dan mee. En daarmee als het goed is ook de aandacht voor methodiek en het vak / meerwaarde van de zorgmedewerker. Niet alleen ‘de handjes’ zijn nodig, maar zeker ook het bredere perspectief dat zij kunnen bieden ten opzichte van zorgafhankelijkheid; het feit of de burger desondanks, in de gelegenheid is zijn/haar leven bevredigend voort kan zetten, hetgeen per definitie een persoonlijke aangelegenheid is die om echte interactie vraagt. Wat mij betreft gaat het daar vooral om in de huidige tijd…

  4. De Jonge: ‘Goed werkgeverschap maakt wel degelijk verschil”
    Met deze stelling ben ik het volledig eens.
    Helaas geven de werkgevers in de zorg totaal geen blijk van goed werkgeverschap met het ingenomen standpunt ten aanzien van de voorgestelde overgangsregeling Wet Big2 waarin zij stellen dat de inservice opgeleide verpleegkundige zich niet moet kunnen registreren als regieverpleegkundige.
    Dit terwijl zij zelf samen met VWS verantwoordelijk waren voor het opleiden van de inservice verpleegkundigen, net als de hbo-v ; op het eerste deskundigheidsniveau (NRV beroepsprofiel 1988) en onder dezelfde EEG erkenning. Verpleegkundigen werden geworven met deze informatie en maakten een bewuste keuze voor een specialisatie voor één veld in plaats van de gelijkwaardig gewaardeerde hbo opleiding voor meerdere velden. Diverse centrale opleidingsscholen werden door de ziekenhuizen gesticht omdat er twijfels waren over de kwaliteit van het dagonderwijs.
    Nu ruim 45 jaar na het starten van de eerste hbo opleiding, lijken de werkgevers de geschiedenis te herschrijven en het niveau van de inservice opgeleide verpleegkundige bewust lager te waarderen onder andere omdat de positionering van de toekomstige regie (hbo) verpleegkundige prioriteit heeft.
    Van het standpunt in 2016: “Ziekenhuizen hebben meer behoefte aan hbo-verpleegkundigen. Op korte termijn gaan er veel (mbo) inservice opgeleide verpleegkundigen met pensioen. Ziekenhuizen geven aan dat de ervaring en het niveau van deze verpleegkundigen alleen vervangen kunnen worden door hbo-verpleegkundigen.” Sigra arbeidsmarkt onderzoek 2016, pag.11) Naar het huidige standpunt waarin zij het niveau van de inservice opgeleide verpleegkundige opeens lager inschatten dan het niveau van de hbo opgeleide verpleegkundige. Overigens was de inservice opleiding geen mbo- én geen hbo- maar een op zichzelf staande opleiding.
    Door de werkgevers wordt totaal voorbijgegaan aan de praktijk waarin alle verpleegkundigen hetzelfde werk onder dezelfde functiebeschrijving uitvoeren. Waarbij opgemerkt moet worden dat het de hbo verpleegkundigen in de afgelopen 45 jaar niet gelukt is om het verschil zichtbaar te maken op de werkvloer. In tegenstelling: juist opvallend veel Inservice opgeleide verpleegkundigen werken op gespecialiseerde afdelingen: daar waar de meest complexe en onvoorspelbare zorg wordt verleend en waar veelvuldig gefundeerd afgeweken moet worden van protocollen of protocollen ontbreken. Dat dit volledig overeenkomt met het profiel van de regieverpleegkundige lijkt voor de werkgevers geen enkele rol te spelen.
    Ik wil de werkgevers dan ook oproepen om écht goed werkgeverschap in de zorg te tonen en niet alleen de term te gebruiken. Niet alleen te investeren in nieuwe medewerkers en zij-instromers maar de huidige medewerkers de waardering te geven die zij verdienen.
    Goed werkgeverschap in de zorg is een goede overgangsregeling voor de Inservice opgeleide verpleegkundigen én de mbo- en inservice opgeleide verpleegkundigen met een specialistische vervolgopleiding. Alleen zo ontstaat een werkbare situatie en kan de kwaliteit van zorg gewaarborgd worden én blijven ervaren verpleegkundigen behouden voor de zorg!

  5. Dag Meneer Hager, ben erg benieuwd of u plat gebeld bent . U heeft een uitgesproken mening en kunt dit met feiten staven? Wanneer u een dossier aanhaalt dat maatschappelijk zó gevoelig ligt, kan ik me voorstellen dat bijvoorbeeld van de 125 zorgbobo’s er in ieder geval 10% u gebeld hebben voor een uitleg waarom ze zitten te slapen c.q. met de wolven meehuilen. Of dat ze er alleen voor de centen zitten en hun eigen ego. Of al die journalisten die zorg in hun portefeuille hebben en hun contacten meer plezieren willen dan journalistiek te bedrijven. Of de woordvoerders van de politieke partijen. Kijk eens, de VVD zal u niet bellen maar de SP… Laat het even weten door een reactie op dit podium te geven of al die functionarissen van de krokodillentranen ballen in hun broek hebben door de dialoog met u aan te gaan. Kortom, geef Hager gewoon het podium en beslis dan in plaats van hem dood te zwijgen.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.