De Jonge wil meer crisisteams voor betere complexe zorg

Meer maatwerkplekken in de Wlz en niet twee, maar tien tot vijftien crisis-en ondersteuningsteams (C.O.T.’s), moeten de zorg voor mensen met een beperking en een complexe zorgvraag verbeteren. Dat schrijft minister Hugo de Jonge in de kamerbrief ‘Complexe zorg Volwaardig Leven’.

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Hugo de Jonge, minister van VWS.
Minister Hugo de Jonge van VWS heeft steun van de coalitiepartijen voor zijn plannen voor de financiering van de langdurige zorg. Foto: Martijn Beekman/VWS.

Met het programma Volwaardig Leven probeert het ministerie van VWS de zorg voor mensen met een beperking en een zeer complexe zorgvraag te verbeteren. Deze groep loopt vaak vast in het systeem, kan geen goede plek vinden en moet vaak verhuizen van zorglocatie. Dat is zorgwekkend, want deze instabiliteit zorgt vaak voor een verslechtering van de situatie. Maatregelen zijn daarom hard nodig, zo bleek ook uit de voortgangsrapportage van het programma Volwaardig Leven van 30 september 2019.

Meer crisis-en ondersteuningsteams

Eind 2020 zal het aantal crisis-en ondersteuningsteams (C.O.T.’s) zijn uitgebreid van twee naar tien tot vijftien teams. Waar C.O.T.’s momenteel alleen in de regio’s Utrecht/’t Gooi en Kennemerland-Waterland/Zaanstreek opereren, zullen deze vanaf het tweede helft van het jaar in alle regio’s actief zijn. Dat schrijft De Jonge in de Kamerbrief. Sinds de start van de huidige twee teams in 2018 zijn er 59 crisismeldingen binnengekomen, waarbij de C.O.T.’s in 33 gevallen een crisisopname hebben kunnen voorkomen, zo laat een evaluatie van ZN zien. Deze positieve ervaringen vormden de basis van de opzet van de komende teams.

Uitbreiding takenpakket crisisregisseur

In ieder team zal tenminste één ggz-aanbieder en één VG-aanbieder zitting nemen. Op deze manier kan kennis en expertise uit beide sectoren worden gebundeld, benadrukt de minister. Tevens zal het takenpakket van de bestaande crisisregisseurs in de VG worden uitgebreid. Deze crisisregisseur heeft de onafhankelijke rol van poortwachter voor de (VG-)crisiszorg en doet de triage bij een crisismelding. Voordat een crisismelding kan worden gedaan bij de crisisregisseur, moet een zorginstelling al een aantal stappen hebben doorlopen. Als dat het geval is, beoordeelt de crisisregisseur vervolgens of een directe crisisopname nodig is, of dat het C.O.T. ingeschakeld wordt.

Om de C.O.T.’s te bekostigen heeft de NZa een beleidsregel met prestaties en tarieven vastgesteld. Hiermee kan per 1 januari 2020 de inzet per uur per lid van het team gedeclareerd worden, en is het C.O.T. dus onderdeel van het inkoopproces van de zorgkantoren geworden, licht De Jonge toe.

Benodigd aantal maatwerkplekken

De crisis-en ondersteuningsteams hebben als doel om zoveel mogelijk mensen met een complexe zorgvraag te helpen op de plek waar ze nu zitten. In sommige situaties is dat echter niet mogelijk. Daarom zullen er in 2020 meer maatwerkplekken in de Wlz gerealiseerd worden, belooft De Jonge in de brief.

In de afgelopen jaren is het programma Volwaardig Leven uitgegaan van een behoefte aan honderd maatwerkplekken voor mensen met een zeer complexe zorgvraag. In een inventarisatie van ZN naar de vraag naar Wlz-maatwerkplekken in alle regio’s van het land komen echter 250 cliënten in beeld voor de vraag naar de honderd plekken. Voor veertig van hen is het duidelijk dat er een passende maatwerkplek moet komen. Voor veertig andere cliënten wordt momenteel onderzoek gedaan. De Jonge verwacht echter dat voor een deel van hen ook maatwerkplekken nodig zullen zijn, en zijn schatting is dat het benodigde aantal maatwerkplekken uiteindelijk tussen de vijftig en tachtig zal liggen.

Mogelijkheden reguliere zorg

De tweede groep cliënten, bestaande uit 150 à 200 mensen, heeft een zorgvraag die niet complex genoeg is voor een maatwerkplek. De reguliere zorg zou voor hen wel geschikt zijn, alleen krijgen zij die nu niet. Deze cliënten verblijven bijvoorbeeld in een instelling waar geen één op één begeleiding beschikbaar is, terwijl zij daar wel behoefte aan hebben. Ook voor deze groep gaan de zorgkantoren aan de slag, schrijft de minister. In ‘regionale taskforces’ zullen zij met GHZ en ggz-aanbieders verder onderzoeken wat het precieze vraag- en aanbod is, en samen met de cliënt(vertegenwoordiger) alsnog een passende plek organiseren.

Beoordeling plannen van aanpak

Inmiddels hebben 46 zorgaanbieders en initiatieven vanuit verschillende zorgaanbieders zich bij de zorgkantoren gemeld voor het realiseren van een of meer maatwerkplekken. In januari en februari 2020 worden de plannen van aanpak inhoudelijk beoordeeld door zorgkantoren, waarbij zij rekening houden met het aantal cliënten dat per regio een plek nodig heeft en waar een plek voor die specifieke cliënten aan dient te voldoen. Na 1 maart 2020 maken zorgkantoren bekend welke aanbieders welke plekken zullen realiseren. Minister De Jonge belooft voor de zomer van 2020 met een update van de voortgang te komen.

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.