‘Huisartsen zitten in een wurggreep’

[Weekoverzicht] Interview Hans Nobel, secretaris Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen. VPHuisartsen heeft onlangs een rechtszaak aangespannen tegen de NZa over de contractering van huisartsenzorg.
'Huisartsen zitten in een wurggreep'

Waar gaat die rechtszaak over? ‘Wij hebben een kort geding aangespannen vanwege urgente vragen over de zorgcontractering. Als je voldoet aan de registratie-eisen heb je recht op inschrijftarieven, consulten en visites. Daar is geen contract voor nodig. Steeds meer vormen van zorg, bijvoorbeeld terminale zorg, ketenzorg en de POH ggz, mogen huisartsen alleen declareren als ze een contract hebben met een zorgverzekeraar. Het gevolg kan zijn dat een huisarts meer naar het ziekenhuis zal doorverwijzen omdat hij zelf niet meer voor bepaalde verrichtingen wordt betaald. Dat is heel ondoelmatig.’

Wat gaat er mis?

‘Huisartsen voelen zich geschoffeerd, zijn monddood gemaakt. Degenen die het contact onderhouden bij de zorgverzekeraar, de zorginkopers, hebben te weinig verstand van huisartsenzorg. Logisch, want huisartsen hebben niet voor niets jarenlang gestudeerd. Dan laat je als zorgverzekeraar toch niet iemand met een hbo toerisme de zorginkoop regelen? Hoe haal je het in je hoofd? De contracten zelf zijn dictaten: over niets wordt onderhandeld. Wij noemen dat TROG-contracten: ‘Tekenen rechts onder graag’. Uiteindelijk hebben de meeste huisartsen de contracten toch ondertekend, met grote tegenzin. Wij zitten echt in een wurggreep.’

Hoe ligt het juridisch?

‘Zonder contract mogen huisartsen veel zorg niet declareren en zorgverzekeraars mogen die zorg niet uitbetalen. Bovendien zouden de regels van de NZa in tegenspraak zijn met Europese wetgeving. De rechter heeft de zaak nu aangehouden tot september. Hij vindt de zaak te principieel om er nu al in zijn eentje een uitspraak over te doen, maar begrijpt ook dat het niet te lang kan duren. Door de behandeling van de bodemprocedure in september te laten beginnen, kan begin december een uitspraak over het geheel worden gedaan.’

VPHuisartsen heeft de Landelijke Huisartsen Vereniging opgeroepen te stoppen met zijn politieke dubbelrol. Wat bedoelt de VPH daar precies mee?

‘Het vorige LHV-bestuur heeft voor Sinterklaas gespeeld en van alles aangeboden en toegezegd aan de minister. Een realistische businesscase en garanties over de randvoorwaarden ontbraken. Huisartsen kunnen dat nu niet allemaal waarmaken. Wij hebben de LHV opgeroepen om te stoppen met het voeren van overleg zoals bij zo’n hoofdlijnenakkoord. Als het de LHV verboden is om namens huisartsen te onderhandelen, dat zegt althans de ACM, doe daar dan ook niet aan mee. Zolang de wet niet is aangepast, moeten huisartsen niet mee onderhandelen.’

Waarom willen huisartsen onder de werkingssfeer van de Mededingingswet vandaan?

‘Volgens de wet zijn huisartsen elkaars concurrenten, maar dat is apekool. Er zijn zoveel momenten in de patiëntenzorg waarin je als collega’s op elkaar moet kunnen terugvallen. Het is onzinnig om daar concurrentie in te gaan voeren. Zeker als het gevolg is dat je niet meer met elkaar mag overleggen over de randvoorwaarden . Sommige huisartsen zijn zo bang om te overleggen dat ze niet naar gezamenlijke bijeenkomsten durven te gaan. Dat is de sfeer die is gecreëerd door de het onzalige werk van de NZa en ACM. Deze hoge machten zouden eens moeten begrijpen wat ze daarmee kapot maken.’

Wat is het alternatief?

‘Begin nu eens uit te gaan van vertrouwen. Geef het veld de ruimte. Wij hebben voorgesteld een Raad Eerstelijnszorg in te stellen met vertegenwoordigers van zorgverzekeraars, patiëntenverenigingen, zorgaanbieders en overheid. Die raad stelt vast welke zorg is gewenst en welke zorg we kunnen betalen. Op die manier hoeven we niet steeds opnieuw de jaarlijkse contracteringscarrousel te laten draaien.’

Daar hebben we Zorginstituut Nederland nu toch voor?

‘Zorginstituut Nederland is niet de instantie die het zou moeten doen, want ZIN is een overheidsorgaan. Als het een onafhankelijk orgaan zou zijn, wat zich niet laat gebruiken door de politiek, dan viel daar iets voor te zeggen. De minister laat ZIN bepalen wat kwaliteit van zorg is. Een open discussie over kwaliteit gaat echter het best tussen zorgverleners onderling, of tussen zorgverlener en patiënt. Het vervelende is dat de meeste politieke partijen nog steeds voorstander zijn van de marktwerking. We zitten voorlopig dus nog niet in de winning mood.’

In totaal zijn er 11.000 huisartsen, waarvan 7900 praktijkhouders. De VPH heeft 800 leden, zo’n tien procent van de praktijkhouders. De overige huisartsen zijn waarnemer of in dienst van een huisarts.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.