Inspectie neemt zorgnetwerken onder de loep

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd wil het toezicht op zorgnetwerken rondom thuiswonende cliënten vorm geven. Voorlopig blijft het bij signaleren, agenderen en stimuleren. Wettelijk gezien mag de inspectie niet handhavend optreden bij een zorgnetwerk als geheel. En voorlopig wil de inspectie dat ook nog niet.

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Inspectie prestenteert visienota zorgnetwerken

Hoe de inspectie het toezicht in gaat richten, staat in de vandaag te publiceren IGJ Visienota Netwerkzorg. Gisteren heeft de inspectie de visienota besproken met branche- en beroepsorganisaties om draagvlak te creëren onder de zorgaanbieders. Korrie Louwes, hoofdinspecteur Maatschappelijke zorg: ‘De nota is heel positief ontvangen. Men vond het heel herkenbaar. Iedereen ziet het nut en de noodzaak in om extra te investeren in zorgnetwerken.’

Thuiszorg

In de komende twee jaar gaat de inspectie onderzoek doen naar persoonlijke netwerken rond cliënten. In 2018 richt dit onderzoek zich op zorgnetwerken rond drie cliëntgroepen: kwetsbare ouderen, ernstige zieke kinderen thuis en mensen met ernstige psychische aandoeningen. De inspectie heeft cliënten thuis opgezocht, vooral ook met het doel om de goede voorbeelden naar boven te halen. En die zijn er te over, zegt Louwes: ‘Ouderen zijn in het algemeen tevreden. Een verbeterpunt ligt in alles rondom naasten en mantelzorgers. De vraag stellen ‘Wat hebt u nodig?’, leidt vaak tot hele praktische oplossingen.’

Zorgaanbieders

Van zorgaanbieders wordt verwacht dat zij in het veranderend zorglandschap niet alleen oog hebben voor de kwaliteit van de eigen organisatie, maar ook voor de wijze waarop zij samenwerken met andere zorgaanbieders. Hierdoor worden de risico’s voor de kwaliteit en veiligheid van de zorg verkleind. De inspectie wil de samenwerking in deze zorgnetwerken stimuleren door op lokaal of regionaal niveau de hulpverleners bij elkaar te brengen en de bevindingen uit het inspectieonderzoek te bespreken. Het gaat dan om zorg- en hulpverleners die betrokken zijn in deze zorgnetwerken, de gemeente en de Wmo-toezichthouder. Goede samenwerking in persoonlijke zorgnetwerken vereist ook samenwerking op organisatieniveau door de betrokken zorgaanbieders. Daarom voert de inspectie ‘samenwerking in persoonlijke zorgnetwerken’ in als thema in de gesprekken met individuele zorgaanbieders.

IGJ

Aan draagvlak geen gebrek, maar de zorgaanbieders brachten ook randvoorwaarden naar voren tijdens de bijeenkomst over de visienota. Louwes: ‘Er kwam een vurig pleidooi om meer te investeren in ict-oplossingen. Daar moet snel iets gebeuren. En er moet dringend iets gebeuren op het vlak van financiering. Voor domeinoverstijgende zaken is snel een oplossing nodig. Dat stuk zit in geen enkele financiering.’ Louwes noemt als voorbeeld een gesprek door twee zorgaanbieders uit verschillende domeinen met een mantelzorger. ‘Het gebeurt niet automatisch omdat het nergens bij hoort. Maar dit is wel het type oplossing waar we naar zoeken.’

Zorgnetwerken

In haar normale toezicht op zorgaanbieders legt de inspectie meer accent op samenwerking in zorgnetwerken en op overdracht van zorg tussen zorgaanbieders. In eerste instantie zal de inspectie ‘meebewegen’ met de afspraken die de zorgaanbieders met elkaar maken om de samenwerking minder vrijblijvend te laten zijn. De komende jaren gebruikt de inspectie ook om uit te zoeken of er mogelijkheden zijn om te handhaven op een compleet netwerk. Louwes: ‘Dat is spannend, want: waarop handhaven wij? Van wie is het netwerk?’ Onlangs heeft de inspectie aan drie thuiszorgaanbieders tegelijk een aanwijzing opgelegd. ‘Buitengewoon effectief. De organisaties zijn heel snel begonnen afspraken te maken over een betere taakverdeling.’ Bij zorgnetwerken met veel meer aanbieders zal het lastiger zijn om aan te tonen dat een probleem daadwerkelijk wordt veroorzaakt door slechte samenwerking, vermoedt Louwes.

Federatie medisch specialisten

Huib Cense, vice-voorzitter Federatie Medisch Specialisten is blij met de komst van de visienota: ‘De inspectie laat hiermee zien dat ze goed weet wat er gaande is. Er vindt een kanteling plaats in de gezondheidszorg. Je zal zien dat in de toekomst de zorg niet alleen meer georganiseerd wordt in het ziekenhuis maar zo dicht mogelijk bij de patiënt wordt aangeboden. Het betekent dat de kennis van de specialist zowel fysiek als digitaal wordt ingezet in het persoonlijke zorgnetwerk van de patiënt.’

1 REACTIE

  1. Natuurlijk moeten professionals (zorg- en sociaal domein) meer afstemming met elkaar hebben. Dit kan alleen maar door met elkaar het gesprek aan te gaan. Wij voegen hier ook de burger zelf aan toe. Dit is immers de klant en hij/zij heeft een vraag.

    Ik ben van mening dat wanneer de dialoog tussen professional en burger meer structureel vormgegeven wordt, dit winst oplevert voor (1) de burger, (2) de professional en (3) de kosten.

    Graag verwijs ik jullie naar de website van EDU-line waar meer informatie te vinden is over onze aanpak partijen bij elkaar te brengen middels ‘Kenniswerkplaatsen’. (www.edu-line.nl)

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.