Kleine verzekeraar ontloopt prijsstijging bij ziekenhuisfusie

Kleine zorgverzekeraars slagen er beter in om na een ziekenhuisfusie de prijzen in de hand te houden dan de dominante zorgverzekeraars. De grote verzekeraar moet een prijsstijging van 11 procent toestaan bij heupoperaties, terwijl een kleine verzekeraar na de fusie juist minder betaalde. Anne-Fleur Roos doet in haar promotie-onderzoek aanbevelingen om het fusietoezicht te verbeteren.

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Fusie en samenwerking
Foto: Fotolia

‘De dominante zorgverzekeraar beschikt over voldoende marktmacht om prijsstijgingen van fuserende ziekenhuizen te controleren.’ Dat zeggen grote verzekeraars vaak tegen de toezichthouder bij fusies tussen ziekenhuizen. Maar in de praktijk blijkt die vlieger niet op te gaan. Een casestudie laat zien dat juist kleine verzekeraars er beter in slagen tegenwicht te bieden aan de marktmacht van gefuseerde ziekenhuizen. Dat is een van de verrassende bevindingen van het promotie-onderzoek door Anne-Fleur Roos. Zij onderzocht het toezicht op en het effect van ziekenhuisfusies.

Wederzijdse afhankelijkheid

Dat kleine verzekeraars de prijzen beter in de hand houden, kan volgens Roos een goede verklaring hebben. De grote verzekeraar en het grote fusieziekenhuis zijn wederzijds afhankelijk van elkaar. Ze hebben elkaar nodig en kunnen niet om elkaar heen, nu niet en in de toekomst ook niet. Dat weerhoudt de grote verzekeraar van een harde lijn in de onderhandelingen. Verzekeraars met een klein marktaandeel hebben daar minder last van. Zij kunnen de onderhandelingen dan ook harder ingaan. Waar de grote verzekeraar na een jaar gemiddeld 11 procent meer betaalt voor een heupbehandeling, hebben kleine verzekeraars geen last van prijsstijgingen. In sommige gevallen daalt de prijs juist.

Regionaal monopolist

Roos deed een diepte-onderzoek bij één fusieziekenhuis. Zij heeft ontdekt dat de oude locaties toch nog als zelfstandige entiteit aan de onderhandelingen met zorgverzekeraars meedoen. Dat leidt ertoe dat per locatie per zorgverzekeraar verschillende prijzen worden gehanteerd voor dezelfde behandeling. De intensiteit van de concurrentie verschilt ook per behandeling. ‘Het zijn vaak buurziekenhuizen die fuseren. Voor sommige behandelingen valt daardoor de enige concurrent weg en is het fusie-ziekenhuis dus regionaal monopolist.’

Beter toezicht op ziekenhuisfusies

Het toezicht op fusies moet volgens Roos beter. ‘Toezichthouders kijken nu naar de gemiddelde prijs van het fusieziekenhuis als geheel, maar dat zegt eigenlijk niet zo veel. Je moet bij fusies dieper kijken. Op locatieniveau moet je in kaart brengen voor welke behandelingen er wel of juist onvoldoende concurrentie overblijft. Om een beeld te krijgen van de concurrentiedruk in de markt wil je ook weten hoeveel zelfstandige behandelklinieken er zijn en met welke zorgverzekeraars ze onderhandelen. Het zou ook goed zijn om meer inzicht te krijgen in de wijze van onderhandelen en of er sprake is van een wederzijdse afhankelijkheidsrelatie.’

Geconcentreerde markt

De huidige markt voor ziekenhuizen is zeer geconcentreerd. Dat is te wijten aan diverse fusiegolven in de afgelopen veertig jaar, waarbij het fusietoezicht niet streng genoeg was. De toezichthouder Autoriteit Consument en Markt (ACM) – voorheen de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) – heeft vanaf 2004 alle fusies op één na groen licht gegeven. De eerste fusie die is verboden, was die van Albert Schweitzer en de Rivas Zorggroep in 2015. Verdere concentratie is wat Roos betreft ongewenst. En het toezicht op fusies mag strenger, vindt Roos. ‘Het huidige zorgstelsel is gebaseerd op concurrentie. Maar in de praktijk is de markt zo geconcentreerd dat je je kunt afvragen of de marktstructuur nog wel past bij een stelsel dat uitgaat van concurrentie. Om het systeem van gereguleerde concurrentie te laten werken, moeten er wel voldoende alternatieven in de markt blijven.’

Symposium over concurrentie en toezicht op ziekenhuisfusies

Donderdagochtend 14 juni organiseert Erasmus School of Health Policy & Management (voorheen instituut voor Beleid & Management in de Gezondheidszorg), voorafgaand aan de promotie van Anne-Fleur Roos, in Rotterdam een symposium over concurrentie en toezicht op ziekenhuisfusies. Keynote speaker is professor Martin Gaynor van de Carnegie Mellon University, een internationaal expert op het gebied van concurrentie in de gezondheidszorg. Gaynor zal onder meer ingaan op de gevolgen voor prijzen en kwaliteit. Ook zijn er bijdragen van Ron Kemp (ACM) en Misja Mikkers (NZa).

2 REACTIES

  1. Lees alle reacties
  2. Door de concentratie die de randstad wil, en uitvoert, wordt alle concurrentie om zeep geholpen. De gespecialiseerde klinieken staan allemaal in de randstad, met optimale zorg voor 40% van de bevolking. En de « rest » ?We houden buiten de randstad een paar poliklinieken over, die voor de acute zorg eigenlijk onvoldoende toegerust zullen zijn. Maar ach, hetbevolkingsaantal in die krimpgebieden daalt toch al. Nou dan gaat dat wat sneller. Who cares?

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.