Overheid is cruciaal voor meer zelfredzaamheid

[Executive] Om ‘samenredzaamheid’ te bevorderen is het aan de overheid actief regels te versoepelen, de financiering te veranderen en verschillen te accepteren. Bestuurders in zorg en welzijn hebben de taak permanente aanpassing te organiseren.
Overheid is cruciaal voor meer zelfredzaamheid
Foto: ANP

Als de overheid wil dat burgers zelfredzamer worden, moet ze dat zelf stimuleren. Dat stelt de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling op basis van literatuuronderzoek en gesprekken met pionierende burgers en andere betrokkenen. De raad is een warm voorstander van ‘samenredzaamheid’. Hij meent dat ‘de samenleving in principe het beste zelf haar publieke voorzieningen kan organiseren, … omdat mensen daarmee kwaliteit, eigenaarschap en zingeving kunnen toevoegen’.

Maar er leven ook twijfels en zorgen bij gemeenten, maatschappelijke organisaties, professionals en zorgvragers. Dat daarvoor onvoldoende oog is, leidt tot vertraging, aldus de RMO. Om de verandering daadwerkelijk tot stand te brengen, is een strategie nodig. De overheid – rijk en gemeenten – heeft daarin een sleutelrol als financier, regelgever en uitvoerder.

Barrières slechten

Allereerst moet de gemeente erkennen dat maatschappelijke initiatieven kunnen verschillen in toegankelijkheid en kwaliteit, en niet proberen succesvoorbeelden te verspreiden. Wel kan ze bureaucratische barrières slechten. Veel burgerinitiatieven komen nu in problemen als ze een vergunning of locatie nodig hebben: dat vereist diploma’s of inschrijving op een aanbesteding.

Ook reguliere zorg- en welzijnsorganisaties behoeven meer ruimte om op individuele situaties in te spelen. De gemeente kan hun een maatschappelijk doel stellen – bijvoorbeeld minder eenzame ouderen – in plaats van de aanpak voor te schrijven. Daarbij past populatiebekostiging. Zorgaanbieders krijgen per inwoner een bedrag, ongeacht hoeveel zorg iemand gebruikt. Dit stimuleert preventie en doelmatig werken. Bewaking van het maatschappelijke doel en de tevredenheid van cliënten en verwijzers gaat daarbij onderbehandeling tegen. Die toetsing gebeurt niet op een centraal door de overheid bepaalde manier, maar in samenspraak met de gemeente en de doelgroep.

Ook de gemeente zelf moet als Wmo-uitvoerder de ondersteuning die ze toekent afstemmen op de situatie, en zo nodig beargumenteerd uitzonderingen maken op bestaande regels.

Leeromgevingen

Succesvolle verandering begint volgens de RMO met de erkenning dat samenredzaamheid niet van vandaag op morgen ontstaat, en dat het een kwestie is van trial and error. Bestuurders hebben een belangrijke rol in het stimuleren van vernieuwing. Zij moeten dekking geven aan professionals die dingen uitproberen, door klaar te staan voor overleg in onzekere situaties en door achter ze te staan als er iets misgaat. Zij kunnen ‘leeromgevingen creëren die mensen uitnodigen de vernieuwing aan den lijve te ondervinden’. Geleerde lessen mogen niet bij de pioniers blijven hangen. Verspreiding valt bijvoorbeeld te organiseren via feedbackloops, georganiseerde gesprekken tussen verschillende niveaus binnen de organisaties of daarbuiten.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.