De kosten in de wijkverpleging zijn in tien jaar tijd nauwelijks gestegen, ondanks de vergrijzing. Als andere sectoren dit voorbeeld volgen, kan dat 25 procent van de totale zorgkosten besparen, aldus Jos de Blok, directeur van marktleider Buurtzorg op Zorgvisie.
Financieel risico
Dat de kosten in de wijkverpleging vrijwel niet zijn gestegen, is volgens De Blok goed te verklaren. In 2015 ging de wijkverpleging van de AWBZ naar de zorgverzekeraars. Zij gingen financieel risico lopen en zijn sindsdien gaan sturen op kosten per cliënt in plaats van op kosten per uur en per product, zoals gebruikelijk was in de AWBZ.
De kostenontwikkeling staat in schril contrast met die van de Wlz-zorg aan huis. Dat is de wijkverpleging vanuit de Wlz waar de overheid verantwoordelijk is. De Blok: “Dat komt deels doordat de Wlz niet onder het financiële risico van zorgverzekeraars valt. Ze motiveren zorgaanbieders om dure patiënten naar de Wlz te brengen.”
Het aantal mensen dat zorg aan huis via de Wlz kreeg, steeg van 72.000 in 2015 naar 170.000 in 2023. Dit zijn mensen die een indicatie hebben voor opname in een verpleeghuis, maar die de zorg aan huis ontvangen is. Ze krijgen die zorg steeds vaker aan huis via een vpt (volledig pakket thuis), mpt (modulair pakket thuis) of een pgb (persoonsgebonden budget).
Met name op het vpt, waarvoor de zorgaanbieder 45.000 euro per jaar krijgt, zijn de marges fors. De uitgaven voor het vpt zijn gestegen van 231,7 miljoen (2015) naar 825 miljoen (2020) en verder naar 2,3 miljard euro in 2023. De Blok wijt de kostenstijging in de Wlz aan de ‘oude mechanismes van de AWBZ’. “De zorgkantoren sturen nog steeds op kosten per uur”, stelt De Blok. “Het uurtarief voor de wijkverpleging is gemiddeld 10 euro lager in de Wlz dan in de Zvw. Zorgaanbieders compenseren dat lage tarief door te snijden in de kosten. Ze zetten vooral lager geschoold personeel in. Door goedkope zorg te leveren, weten zorgaanbieders forse marges te behalen op het vpt.”
Overbodige banen
Ook in de ziekenhuiszorg, huisartsenzorg, ggz, jeugdzorg en huishoudelijke hulp ziet De Blok dezelfde mechanismes die leiden tot onnodig hoge kosten. De complexiteit van het bekostigingssysteem leidt in al die sectoren tot een kaste van managers en financiële mensen. Het is hun taak om inkomsten in het zorgstelsel te optimaliseren. “Het zijn overbodige banen die leiden tot onnodige kosten. Met een eenvoudige bekostiging en meer focus op uitkomsten kun je het aantal banen dat verdient ‘aan de zorg’ aanzienlijk laten dalen.”
Als Nederland erin zou slagen om voor al deze sectoren een eenvoudig systeem van bekostigen te maken, schat De Blok de kostenbesparing in op 25 procent. “Via de primaire zorgverlening kun je 10 tot 20 procent minder kosten maken. En via vereenvoudiging van de bekostiging en het schrappen van onnodige financieel-administratieve banen nog eens 5 tot 10 procent.”
Wat denkt u?

