Als de ambities in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) en het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO) worden gerealiseerd, daalt het personeelstekort in de zorg met 90.000 medewerkers in 2035. Gebeurt dit niet, dan stijgt het tekort naar maar liefst 301.000 medewerkers, blijkt uit nieuwe berekeningen. Kabinetsbeleid zou dit zelfs verder kunnen vergroten.
Van de besparing zou 50.000 voor


Helder rapport, maar lijkt een cruciale dimensie te missen?
De berekening van 90.000 minder zorgmedewerkers is waardevol, maar richt zich op de arbeidsmarkt binnen de VVT-sector. Dat is nuttig, maar HLO en AZWA grijpen ketenbreed in. Denk aan de landelijke opnametoets en het streven naar “langer thuis”, wat grote gevolgen kan hebben voor de eerste lijn—met de huisarts en diens ondersteuners (POH-somatiek/ouderen) als regisseur volgens Visie Eerstelijnszorg 2030.
Dergelijke rapporten zijn alleen écht interessant om breed uit te meten als de integrale effecten worden meegenomen: verschuivingen naar wijkverpleging, huisartsenzorg en mantelzorg. Zonder die doorrekening blijft het een standalone analyse en lopen we het risico dat we een probleem oplossen in de VVT, terwijl elders nieuwe knelpunten ontstaan.
Er zijn nog twee belangrijke factoren die de oplopende zorgcrisis juist minder makkelijk in positieve zin laten bekijken.
Op de eerste plaats is er al decennia geen preventiekracht meer opgebouwd om de gevolgen van onze vooral sedentaire leefstijl te mitigeren. Het wegvallen van het onderwijs in de Gezondheidsleer ( Hygiëneleer, Voedingsleer, Opvoedkunde), bij ons door de Mammoetwet, heeft net als in de VS, waar ze deze Gezondheidsleer niet eens kenden, een grotere ziekteload bij ons gebracht, veel meer dan in Scandinavische , Baltische of Oost Europese landen als Polen, Oekraïne en Rusland met ieder hun eigen preservatie van preventiekracht. De enorme toename aan degeneratieve problemen, zeker van het houding- en bewegingsapparaat als artrose en rugklachten bij steeds jongere mensen, laat dat zien. Over de neurodegeneratieve aandoeningen kan hetzelfde gezegd worden: steeds meer en steeds jonger.
Op de tweede plaats is de inzetbaarheid van jongere en toekomstige generaties om bij te dragen in de Zorg, zorgwekkend laag. Het VerweyJomkerInstituut turfde in 2019 in een rapporatge over de jeugd 1,3 miljoen 0-25 jarigen met reeds een of meer chronische diagnosen. Maar duidelijker in zichtbare cijfers zijn de enorme moeite die Defensie heeft om echt geonde jeugdigen aan te trekken. 70% komt niet door de keuring en in de zware opleidingen haalt 60% het eind niet. Maar ook in de sport zien we almaar stijgende blessurekans en daardoor ook uitval voor zwaardere beroepen later. Maar ook de snel oplopende problemen met “bekkenbodemproblemen” bij jonge vrouwen, zeker de zwangeren, betekent minder inzetbaarheid in zorgberoepen. We hebben mogelijk de zorg doen ontploffen door geen brede steun voor het behoud van preventiekennis en -kracht in de politiek weten te behouden.
Pennywise in het Onderwijs is Poundfoolish in de Zorg gebleken.
Wantrouwen als motor van de oplopende tekorten in de zorg . We hebben ons in een neergaande spiraal gedraaid. Wantrouwen jegens behandelingen. Wantrouwen jegens behandelaars. Wantrouwen jegens declaraties. Wantrouwen jegens kwalificaties, registraties , hebben voor een stortvloed aan administratieve bewijslast gezorgd. Het ontnuchterende feit dat een zorgprofessional 34% van zijn tijd kwijt is!!! Om zijn omgeving er van te overtuigen dat zijn of haar bedoelingen zuiver zijn en dus kans maken op een honorering ( een ereschuld ) is even bizar als ongelofelijk. Wie is hier debet aan? Wie wil er tot 5 decimalen achter de komma weten of die schuld wel volgens zijn regels kan worden ingelost? In het beantwoorden van die vraag ligt de oplossing . En niet in cijfermatig onrust zaaien.
Goede inschatting van tekorten en inderdaad haalbaarheid niet ingeschat. In geen enkel model wordt echter rekening gehouden met de primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden in de ouderenzorg t.o.v. andere delen van de gezondheidszorg en sectoren zoals defensie, ICT, bouw etc.
Door deze magere concurrentiepositie op de arbeidsmarkt gaan de tekorten alleen verder oplopen en gaat de ouderenzorg richting een negatieve vicieuze cirkel op de arbeidsmarkt. Dit kan alleen opgelost worden door een herstructurering van de ouderenzorg, minder organisaties, en een betere positie op de arbeidsmarkt en bovenal regie op de werkvloer waar zorgverleners en bewoners elkaar ontmoeten. Indien dit niet veranderd betekent dit voor ziekenhuizen uiteindelijk een beperking in de uitstroom en daarmee een capaciteitsprobleem.