Jeugdzorg met miljoenentekort is ‘mission impossible’

Gemeenten kunnen specialistische jeugdzorg niet meer aan en pleiten daarom voor meer budget bij het Rijk. Minister Hugo de Jonge erkent de knelpunten in de jeugdzorg bij sommige gemeenten. Hij geeft aan dat het Gemeentefonds een historisch forse toename gaat krijgen.
transformatie jeugdzorg
Foto: iStock

Gemeenten als Hengelo, Eindhoven en Leeuwarden luiden de noodklok. Zij ervaren een miljoenentekort voor de jeugdzorg en willen daarom dat huisartsen minder minderjarigen doorverwijzen naar specialistische zorg. Volgens de nieuwe coalitie in Leeuwarden pakt het decentralisatiebeleid van de jeugdzorg verkeerd uit. De gemeenten kloppen daarom bij het Rijk aan voor meer geld. ‘Wij horen van het Rijk: jullie moeten je budget maar beter verdelen. Maar de tekorten in het sociale domein zijn te groot’, vertelt de Hengelose wethouder Claudio Bruggink donderdag aan Trouw.

Minister De Jonge

De financieringsproblematiek van jeugdzorg in gemeenten ligt volgens De Jonge echter genuanceerder. Hij wees tijdens het debat over uitblijvende, passende jeugdhulp op 31 mei op de wet jeugdhulpplicht. ‘Daar staat niet tussen haakjes achter: behalve als je vindt dat je te weinig geld hebt’, aldus de minister. Toch ziet hij dat er gemeenten zijn waar het budgettair knelt. ‘Dat heeft natuurlijk te maken met de korting van de afgelopen jaren.’ Volgens de bewindsman is de bezuiniging van 450 miljoen een belangrijke oorzaak. Verder is het nieuwe verdeelmodel, waarbij sommige gemeenten te veel en anderen te weinig budget kregen door de budgetverschuiving, volgens de minister een reden voor tekorten. ‘En die combinatie, én pech hebben in het verdeelmodel én de korting, kan in sommige gemeenten stevig aankomen.’ Het ministerie meldt dat het objectieve verdeelmodel nu echter gecorrigeerd is en dat gemeenten die er de afgelopen jaren erg op achteruit zijn gegaan, zijn gecompenseerd.

Historische verhoging Gemeentefonds

Desalniettemin ziet de minister de financiële knelpunten in sommige gemeenten. Daarom wordt er vanuit het Interbestuurlijk programma een aparte voorziening van 200 miljoen euro ingericht. In het debat zoomde de VWS-bewindsman ook verder uit naar het bredere sociale domein. ‘Dan zie je dat gemeenten waarin een tekort op de jeugd wordt ervaren, er bijvoorbeeld ook een overschot op Wmo kan zijn.’ Belangrijker vindt De Jonge de ontwikkeling van het Gemeentefonds, waar dit voorjaar kabinetsafspraken over zijn gemaakt . Volgens de minister is dit de beste deal die gemeenten hebben kunnen sluiten, ‘want dat leidt tot enorme aanvullende inkomsten voor de komende jaren.’ De Jonge benoemde daarbij een algemeen brutobedrag van ongeveer 5 miljard euro (netto geschat op 2 miljard), verdeeld  over een aantal stappen. ‘De geschiedenis van het Gemeentefonds heeft nog nooit zo’n grote groei gekend als in deze kabinetsperiode.’ Hoe en aan welke domeinen de gemeenten deze middelen besteden, is aan henzelf.

De minister heeft met de medeoverheden de afspraak gemaakt dat het Rijk de gemeenten in staat stelt om hun werk te doen, maar dat er geen aparte regeling voor elk onderdeel wordt ontwikkeld. ‘Dat betekent dat je soms goed uitkomt en soms niet zo goed uitkomt.’ De Jonge verwacht dat gemeenten in de toekomst het ministerie zullen aanschrijven als zij op één onderdeel financieel niet uitkomen. ‘Maar ons antwoord op die brief zal toch altijd het bredere verhaal zijn: het de komende jaren sterk toegenomen Gemeentefonds.’ Daarnaast moet het transformatiefonds van 3 keer 36 miljoen het plan Zorg voor de Jeugd inhoudelijk door ontwikkelen aldus de minister.

Knelpunten jeugdzorg

De FNV meldde in maart dit jaar dat er een halt geroepen moet worden aan de knelpunten in de jeugdzorg. ‘Het is code fluoriserend rood’, aldus FNV-bestuurder Maaike van de Aar. De vakbond trok aan de bel wegens de toenemende werkdruk, de oplopende zorgvraag en het miljoenentekort. ‘Dit is een mission impossible. Er moet nú onmiddellijk worden ingegrepen’, benadrukte de FNV-bestuurder. Minister De Jonge  reageerde afgelopen dinsdag op de brandbrief en gaf aan de knelpunten serieus te nemen.

Leeftijdsgrens jeugdhulpplicht

Eerder deze week adviseerde de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving (RVS) om de grens voor de jeugdhulpplicht op korte termijn op te schroeven van 18 naar 21 jaar, met mogelijke uitloop naar 23 jaar. Zo verwacht de RVS minder uitgaven op het gebied van onderwijs, veiligheid en sociale zekerheid. Ook blijkt uit een CPB-rapport dat jongeren met een achtergrond in jeugdzorg een sterk verhoogde kans hebben om als jongvolwassene gebruik te maken van gemeentelijke voorzieningen, en dat hun voorzieningengebruik vaak langdurig is. Internationaal onderzoek toont aan dat jongeren met een achtergrond in jeugdzorg ook op de lange termijn een verhoogde kans hebben op onder andere werkloosheid. De potentiële baten van effectief beleid zijn daardoor hoog, aldus het CPB. De minister wil daarom samen met jongerenorganisaties, gemeenten en de sector de financiële consequenties van het RVS-advies goed laten uitzoeken.

1 REACTIE

  1. Het is ontstellend te moeten lezen dat gemeentes vinden dat er minder jongelui moet worden doorverwezen naar specialistische GGZ zorg. Dit is het OPZETTELIJK onthouden van een noodzakelijke behandeling van jongeren die deze hulp nodig hebben. Het is volstrekt in strijd met het kinderrechtenverdrag en de Nederlandse wetgeving. Dit wordt vaker gesignaleerd. Het wordt nu de hoogste tijd dat zorginspecties en openbaar ministerie een onderzoek instellen naar het wanbeleid van gemeenten en VWS.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.