Wmo 2015 breed gedragen, maar lastig in praktijk te brengen

De uitgangspunten van de Wmo 2015 worden door gemeenten breed gedragen, maar in de praktijk brengen blijkt nog lastig. Dat blijkt uit een SCP-rapport, dat vandaag is verschenen. De toegenomen samenwerking onder de Wmo 2015 loopt ook nog niet helemaal soepel tussen gemeenten en verzekeraars.
Wmo
Foto: Fotolia

De uitgangspunten van de Wmo 2015 worden door de uitvoerenden breed gedragen. ‘In de praktijk zijn beleidsmedewerkers, Wmo-consulenten en aanbieders echter nog vaak zoekende hoe zij deze punten kunnen uitwerken en worden enkele knelpunten ervaren’, aldus het rapport. Zo vindt men het begrip zelfredzaamheid moeilijk toepasbaar op bepaalde groepen, zoals mensen met dementie. Daarnaast is het niet altijd duidelijk waar inwoners en professionals terecht kunnen met een vraag.

Samenwerking

Het SCP concludeert dat de samenwerking tussen diverse partijen onder de Wmo 2015 een positieve impuls heeft gekregen. Zo waarderen zorgaanbieders regelmatig overleg met gemeenten en zoeken zij elkaar op in regionale samenwerkingsverbanden. Zo zijn gemeenten in 9 van de 10 gevallen bijvoorbeeld positief over de samenwerking met wijkverpleegkundigen. Maar er zijn ook belemmeringen. ‘De afstemming tussen gemeenten en zorgverzekeraars loopt vaak nog niet soepel’ Dit komt mede door lange toegangsroutes waarbij inwoners worden doorgestuurd en over het soms ontbreken van aanspreekpunten voor burgers in de buurt.

Vernieuwing Wmo

In 2015 waren gemeenten voornamelijk gefocust met het oppakken van hun nieuwe taken, de continuïteit van zorg en ondersteuning van inwoners. Sindsdien is langzamerhand meer ruimte gekomen voor vernieuwing in de toegang, het aanbod en de uitvoering. Zestig procent van de ondervraagde gemeenten geeft aan met de komst van de nieuwe wetgeving wijzigingen te hebben aangebracht in de toegang tot de Wmo. Bij de helft van de gemeenten blijkt dat er nog veranderingen in de planning staan. Zo wordt er meer maatwerk geleverd, aldus beleidsmedewerkers en professionals in het rapport.

Desalniettemin hebben deelnemende gemeenten en aanbieders aan het SCP-onderzoek het idee dat er tot nu toe weinig zorginhoudelijke veranderingen hebben plaatsgevonden. Dit komt mede door ‘invoeringsperikelen’ en administratieve druk. Doordat gemeenten vaak ‘kortlopende contracten’ met aanbieders afsluiten, is er voor hen weinig stimulans om te gaan investeren in zorginhoudelijke vernieuwing.

Beperkt zicht

Volgens het SCP lijken gemeenten hun opdracht op te pakken in de richting die in de Wmo 2015 is beschreven. Op de concrete resultaten van het ondersteunen en bevorderen van zelfredzaamheid en participatie hebben gemeenten en aanbieders echter vaak nog weinig zicht. Daarnaast zijn gemeenten regelmatig zoekende naar geschikte monitoring- en evaluatie-instrumenten.

Het zicht op de resultaten van de Wmo 2015 is nog redelijk beperkt. Het SCP heeft ruim honderd gesprekken gevoerd over de Wmo 2015 met betrokkenen in 6 gemeenten en daarnaast een landelijke enquête onder gemeenten gehouden. Dit rapport maakt onderdeel uit van de landelijke evaluatie van de Hervorming Langdurige Zorg (HLZ) die het SCP op verzoek van het ministerie van VWS uitvoert en waarvan het eindrapport deze zomer verschijnt.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.