Zorgkantoren kunnen te weinig doen tegen fraude met pgb’s

Zorgkantoren hebben nauwelijks mogelijkheden om fraude met pgb's aan te pakken. Dit constateert de NZa in een onderzoek. De toezichthouder doet ook enkele aanbevelingen.

Frauderende zorgaanbieders zijn al langer een probleem, en volgens de NZa worden zorgkantoren onvoldoende ondersteund bij het vinden van een oplossing. Zo beschikken de zorgkantoren niet over de middelen om frauderende zorgaanbieders te verhinderen ergens anders opnieuw zorg aan te bieden. Ze kunnen cliënten alleen adviseren hun zorg bij een ander in te kopen. Ook kunnen zorgkantoren geen informatie bij zorgaanbieders opvragen. Dit omdat de zorgaanbieder verantwoording aflegt aan de budgethouder (de cliënt) en niet aan het zorgkantoor.

Kinderen onder de 18 jaar

De NZa vindt dat de drempels voor zorgaanbieders om zorg te mogen leveren hoger moeten zijn. Daarnaast moeten zorgaanbieders worden verplicht informatie te delen met zorgkantoren. Ook zou er een beter controlesysteem moeten komen om te voorkomen dat zorgaanbieders die wegens fraude, faillissement of een andere reden zijn gestopt, elders opnieuw beginnen.

Bovendien beschouwt de NZa het als onwenselijk dat kinderen onder de 18 jaar volgens de wet zelf budgethouder zijn van hun pgb, ook als hun ouders de zorg regelen. Dat betekent dat kinderen bij misbruik hun ouders aansprakelijk moeten stellen via de rechter. Daarom vindt de NZa dat mensen voor wie de zorg bedoeld is, niet langer automatisch budgethouder moeten zijn. Het ministerie van VWS onderkent het probleem en onderzoekt welke veranderingen mogelijk zijn.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.