Zorgverzekeraars gebruiken indicatoren kwaliteit niet bij zorginkoop

Zorgverzekeraars gebruiken de kwaliteitsindicatoren die zij samen met patiënten en zorgaanbieders hebben ontwikkeld nauwelijks bij de zorginkoop. Ook voor het nieuwe kwaliteitskader voor spoedeisende zorg zien ze weinig mogelijkheden. Dat staat in het NZa-rapport Contractering gepast gebruik.
Kwaliteit_Fotolia_11651335_450.jpg
Foto: Fotolia

Zorgverzekeraars ontwikkelen met zorgaanbieders en patiënten indicatoren om vast te stellen wat goede zorg is. Een aantal sets kwaliteitsindicatoren is al beschikbaar voor de zorginkoop, zoals bij aandoeningen voor rughernia, obesitas, heupoperaties, knieoperaties, borstkanker, darmkanker, longkanker, slokdarmkanker, melanoom, ovariumkanker, aorto aneurysma, hoofdslagaderchirurgie  CVA en Parkinson. Het Zorginstituut Nederland gaat ervan uit dat zorgverzekeraars de kwaliteit van zorg van deze aandoeningen uitsluitend beoordelen aan de hand van deze indicatorensets.

Uitkomstindicatoren ontbreken nog
Zorgverzekeraars gebruiken de indicatoren echter niet bij de zorginkoop, zo blijkt uit het onderzoek Contractering gepast gebruik van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Ze doen dat niet, omdat de indicatoren onvoldoende zeggen over de uitkomsten van zorg. De samen ontwikkelde kwaliteitsindicatoren gaan vooral over processen en structuren. De toepassing van uitkomsten van cliëntervaringen, voor zover die al bestaan, lijkt nog in de kinderschoenen te staan. De verzekeraars geven aan wel gebruik te maken van de zorginhoudelijke indicatoren die de beroepsgroepen van medisch specialisten zelf ontwikkelen. Wel zijn enkele verzekeraars met enkele ziekenhuizen bezig met value based healthcare, waarbij de meerwaarde van zorg voor patiënten en het reduceren van kosten centraal staat. Verder leggen verzekeraars zich toe op praktijkvariatie, waarbij ze hun eigen spiegelinformatie gebruiken in de zorginkoop. De NZa adviseert om meer uitkomstenindicatoren te ontwikkelen. Tegelijkertijd wijst de NZa er ook op dat de samen ontwikkelde kwaliteitsindicatoren wel degelijk gebruikt kunnen worden voor het gesprek over kwaliteit.

Concentratie seh
Voor de spoedeisende hulp ontwikkelt het ZiNL momenteel een nieuwe kwaliteitsstandaard. Ooko de Federatie werkt aan een eigen kwaliteitskader voor seh’s. Zorgverzekeraars geven aan dat deze standaarden niet snel in hun inkoopbeleid gaan toepassen. Een van de verzekeraars bekijkt zelf per ziekenhuis wat hij reëel vindt: wel of geen spoedzorg en voor welke disciplines. Een ander vindt dat de indicatoren onvoldoende rekening houden met de overige ziekenhuisorganisatie, die mede van de seh afhankelijk is. Een derde verzekeraar denkt de standaarden pas bij de zorginkoop 2019 te kunnen toepassen, als alle data beschikbaar zijn. Drie zorgverzekeraars verwachten niet dat de uitkomsten van de kwaliteitsstandaarden de organisatie van de seh baanbrekend zullen veranderen. De voornaamste reden hiervoor is dat deze kwaliteitsstandaarden nog sterk gebonden zijn aan de bestaande infrastructuur en minimumnormen betreffen.

Regierol verzekeraars
Vrijwel alle zorgverzekeraars vinden wel ‘een heroriëntatie op de huidige organisatie van de seh noodzakelijk’. Zij zien mogelijkheden voor de gecombineerde inzet van ambulances, huisartsenpost (hap), thuiszorg, en/of telezorg. Volgens de verzekeraars ligt een concentratie van de gespecialiseerde seh voor de hand. Ze vinden dat de beroepsgroepen dit zelf goed kunnen regelen. Onlangs stelde de NZa juist vast dat verzekeraars hierbij een regierol hebben en dat ze die niet afdoende invullen als zorgaanbieders er onderling niet uitkomen.

Kwaliteitsnormen
Om kwaliteit te garanderen stellen wetenschappelijke verenigingen kwaliteitsnormen op. Ziekenhuizen proberen hier zo goed mogelijk aan te voldoen, terwijl verzekeraars over hun schouders meekijken. >> Bekijk het dossier

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.