Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

Verpleeghuisartsen willen geld voor reanimatieregels

Er moet een nieuwe richtlijn komen waarin staat dat verpleeghuis- en Verzorgingshuisbewoners in een individueel gesprek moeten aangeven of ze wel of niet gereanimeerd willen worden. Dat zei staatssecretaris Jet Bussemaker van Volksgezondheid op 1 oktober in de Tweede Kamer. De verpleeghuisartsen willen eerst geld zien.

Bussemaker wil een eind maken aan het nee-tenzijbeleid. Zij vindt dat men een cliënt bij twijfel altijd moet reanimeren. Nu is het nog gebruik in verpleeghuizen om niet te reanimeren, tenzij de patiënt heeft aangegeven dat wel te willen. Ook sommige verzorgingshuizen
werken volgens deze richtlijn. Daarover ontstond politieke opschudding toen het St. Pieters en Bloklands Gasthuis in Amersfoort vorige maand uitgebreid in het nieuws kwam.

Ophef onterecht

Wineke Weeder, bestuurder van de Beroepsvereniging van verpleeghuisartsen en sociaal geriaters (NVVA) vindt dat het aan de medische beroepsgroepen is om beleid rond het medisch professionele handelen vast te stellen en niet aan de politiek. Weeder:
“Als wij geld krijgen om de richtlijn te herzien, zullen wij dat doen.” Over een bedrag laat Weeder zich niet uit. Zij is van mening dat er onevenredig veel ophef is geweest in de pers en de politiek. “Wij vinden eigenlijk dat het niet zoveel uitmaakt of je een nee-tenzij of ja-mits beleid hebt. De beslissing wordt altijd genomen op het individuele niveau, in een gesprek tussen arts en cliënt”. Binnen een bepaalde tijd na binnenkomst van een nieuwe bewoner, moet diens wens over reanimatie zijn vastgelegd. Of dat nu binnen zes of vier weken is, daar wil de NVVA op dit moment geen uitspraak over doen.

Nieuw

Nieuw is dat de herziene richtlijn niet alleen gaat gelden voor kwetsbare ouderen in verpleeghuizen maar ook voor bewoners van verzorgingshuizen en mensen met een AWBZ-indicatie voor het volledig pakket thuis, Het is dus logisch dat verpleeghuisartsen en huisartsen als betrokken behandelaars samen de nieuwe richtlijn opstellen. Voor het uitvoeren van de richtlijn zijn ook de zorgorganisaties en de verpleging en verzorging belangrijk. Ook zij zullen betrokken worden.

Meningsverschillen

Voor herziening van de richtlijn is geld nodig. Daarvan stelt de NVVA eerst nieuw literatuuronderzoek in. Vervolgens worden de resultaten met deskundigen besproken en op basis daarvan zullen verpleeghuisartsen en huisartsen met elkaar de nieuwe richtlijn vaststellen. Hoe lang dat duurt, kan Weeder niet precies zeggen, maar: “daar kan zomaar een jaar overheen gaan”. Weeder geeft aan dat de deskundigen het onderling ook niet altijd eens zijn. Zo heeft de Nederlandse Hartstichting vermoedelijk een andere mening dan de NVVA.
Weeder geeft aan het patiëntenperspectief ook heel belangrijk te vinden bij zo’n gevoelig onderwerp als reanimatie. Daarom zal tegelijk met de nieuwe richtlijn een publieksfolder uitkomen. (Zorgvisie-Carina van Aartsen)

Links

Beroepsvereniging van verpleeghuisartsen en sociaal geriaters (NVVA)

Lees ook:

IGZ uit kritiek op reanimatiebeleid

Administrator

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden