Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

‘Praktische obstakels belemmeren inzet telemonitoring’

Telemonitoring heeft duidelijke voordelen. De implementatie in de praktijk verloopt moeizaam vanwege een aantal praktische obstakels, concludeert Josiane Boyne, onderzoeker aan het Maastricht UMC+. Ze promoveert op 13 december.
‘Praktische obstakels belemmeren inzet telemonitoring’

Telemonitoring, waarbij enerzijds educatie wordt aangeboden en anderzijds de lichaamsfuncties van een patiënt op afstand worden gecontroleerd door zorgverleners, blijkt voor mensen met chronisch hartfalen een aantal belangrijke voordelen op te leveren. De beter geïnformeerde patiënt kan zijn gezondheidstoestand zelf goed bewaken en dus invloed uitoefenen op het zorggebruik. Zo resulteert het gebruik van telemonitoring in meer ziektespecifieke kennis en zelfzorg, positieve effecten op angst en depressie en een lastenverlichting voor de hartfalenverpleegkundige.

Barrières

Een aantal barrières hindert echter de implementatie in de praktijk. Zo hebben sommige professionals te hoge verwachtingen van telemonitoring; zij houden bijvoorbeeld geen rekening met de praktijkervaring die eerst opgedaan moet worden met zo'n systeem. Ook speelt onbekendheid met telebegeleiding, bij patiënten en professionals, een belangrijke rol.

Implementatie

De positieve effecten die uit de studie naar voren komen, zoals meer kennis en zelfzorg, minder fysieke contacten met het ziekenhuis en reductie of gelijk blijven van angst of depressie, lijken de implementatie van telemonitoring bij hartfalenpatiënten te rechtvaardigen. Ook lijkt telemonitoring te leiden tot minder ziekenhuisopnamen, vooral bij mensen die korter dan achttien maanden hartfalen hebben; dat moet in een vervolgstudie worden bevestigd.

Kosteneffectiviteit

Tot slot stelt Boyne dat een eenduidige conclusie over de kosteneffectiviteit van telemonitoring nog niet te trekken is. De manier waarop de zorg voor hartfalenpatiënten momenteel in diverse ziekenhuizen geregeld is, lijkt daarbij een rol te spelen. Zo verschillen de kosten per ziekenhuis, mogelijk gebaseerd op het feit dat de hartfalenverpleegkundige in het ene ziekenhuis de zorg thuis levert, en in het andere op de polikliniek.

Onderzoek

Boyne onderzocht bij 382 patiënten met de gemiddelde leeftijd van 71,5 jaar of telemonitoring de kwaliteit van de zorg en patiëntgerelateerde zaken als kennis, zelfzorg en therapietrouw verbetert, in vergelijking met de gebruikelijke zorg bij patiënten met hartfalen. Bij deze aandoening is de pompfunctie van het hart verminderd, door verschillende oorzaken. Vaak betreft het oudere patiënten. Via telemonitoring kunnen eventuele complicaties vroegtijdig worden gesignaleerd zonder dat patiënten naar het ziekenhuis hoeven te komen. De onderzoeksgroep die met telemonitoring te maken kreeg, beantwoordde dagelijks een aantal vragen met betrekking tot hun aan hartfalen gerelateerde klachten en leefregels, variërend van gewicht tot eet- en beweegpatroon en emoties. Bij klachten werd telefonische feedback aan de patiënt gegeven en paste een gespecialiseerde hartfalenverpleegkundige zonodig de therapie aan. Bij onvoldoende kennis of therapietrouw werden patiënten geïnformeerd over het belang van naleving van de leefregels. Daarnaast was er tussen de diverse deelnemersgroepen variatie in het aantal controlebezoeken aan het ziekenhuis.

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden