
Hoewel deze metingen vaak gebaseerd zijn op een beperkt aantal parameters, heerst het idee dat cijfers houvast en objectiviteit bieden. Meten is weten, zo luidt het adagium. Hierin schuilt een risico. Wanneer beleid en verantwoording te sterk sturen en steunen op cijfers, worden ze een doel op zich en verliezen ze hun oorspronkelijke: het ondersteunen van leren en verbeteren.
Sociale uitdaging
De afgelopen anderhalf jaar deden we etnografisch onderzoek in een regionaal operateursnetwerk van oncologische urologen dat samenwerkt in de prostaatkankerzorg. We zagen hoe urologen in dit netwerk zicht proberen te krijgen op de kwaliteit van hun operaties door uitkomstdata te analyseren met als doel die kwaliteit via opeenvolgende verbetercycli te versterken. We onderzochten hoe zij in de praktijk met kwaliteitsparameters omgaan. Ons onderzoek laat zien dat samenwerken aan kwaliteitsverbetering niet alleen een medische opdracht is, maar ook een sociale uitdaging. Met verschillende ideeën en belangen.
Tijdens bijeenkomsten, de zogeheten kwaliteitscyclus, bespreken de urologen een aantal systematisch bijgehouden kwaliteitsparameters van hun operaties. Ze kijken onder andere naar de kwaliteit van leven van patiënten na de operatie. En naar complicaties, zoals heropnames na de operatie vanwege infecties of pijnklachten. De urologen verschillen echter van mening over wat en hoeveel er gemeten moet worden. Sommigen bevragen de waarde van de gekozen kwaliteitsparameters, terwijl anderen juist pleiten voor het uitbreiden van het aantal uitkomstmaten, vanuit de overtuiging dat een zo volledig mogelijk meetbeeld nodig is om kwaliteit goed te kunnen beoordelen.
Kwaliteitsranking
Aan de hand van de cijfers wordt tijdens de kwaliteitscyclus zichtbaar hoe iedere uroloog presteert ten opzichte van collega’s, en hoe de cijfers zich in de tijd ontwikkelen. Ze zien wie stijgt en wie daalt in de ‘ranking’. De betekenis en waarde van de cijfers, en daarmee van de plek in de ranking, zijn echter niet eenduidig.
Zo laten de bijeenkomsten van de urologen zien dat zij op verschillende manieren betekenis aan de gekozen kwaliteitsparameters geven. Ze betrekken hun ervaring en casuïstiek van patiënten bij de interpretatie van de cijfers, waardoor hun opvattingen over wat kwaliteit is uiteenlopen. Zolang de interpretatie van de cijfers verschilt, is vergelijken arbitrair. En dat is veelvuldig onderwerp van discussie, zowel in de kwaliteitscyclus als in de gehele beroepsgroep.
Niemand wil onderaan
Toch worden de cijfers van verschillende instituten en urologen naast elkaar gelegd. En dat doet wat met de urologen; niemand wil onderaan de ranking staan, al wordt diezelfde ranking ter discussie gesteld. Bovendien beïnvloedt de ranking het handelen van urologen in de operatiekamer, omdat ze hun resultaten willen verbeteren. Zo dragen de cijfers dus wel degelijk bij aan kwaliteit. Ook uiten urologen oordelen over een lage ranking van een ander. Zo spreekt een van de urologen uit dat sommige collega’s maar een “andere hobby” moeten zoeken wanneer zij niet voldoen aan de gevraagde operatiekwaliteit, hoe ambigu ‘het gevraagde’ ook mag zijn.
Niet neutraal
De gezamenlijke inzet van de urologen om cijfers bij te houden en te vergelijken is een belangrijke stap richting kwaliteitsverbetering. Desalniettemin laten onze bevindingen zien dat de discrepantie in definities en de strategische inzet van de cijfers, die zelf nog onderwerp van onderhandeling en interpretatie zijn, ervoor zorgen dat de kwaliteitscyclus naast een middel voor verbetering ook een middel voor vergelijking zijn.
De cijfers zijn dus niet neutraal noch eenduidig. Kwaliteitsverbetering op basis van cijfers vraagt daarom niet alleen om uniformering van definities, interpretaties en analyses. Het vraagt ook om erkenning van de sociale dynamiek en het strategische spel dat zich met en rondom de cijfers afspeelt.
Door Suze van der Aa (promovendus), Bas Becker (postdoctoraal onderzoeker) en Marieke van Wieringen (universitair docent en onderzoeker) zijn werkzaam bij de afdeling Organisatiewetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam, en verbonden aan het Talma Instituut, dat door middel van wetenschappelijk onderzoek institutionele barrières voor kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg identificeert en bijdraagt aan het wegnemen ervan. Sophia van der Graaf (arts-onderzoeker) is verbonden aan de afdeling Urologie van het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis – Nederlands Kanker Instituut
